Hoe dichtbij komt de dood voor jou tijdens de pandemie?

Pandemiepost Waar het virus in sommige landen onder controle lijkt, is het op veel andere plekken nog in volle gang. Om de impact te laten zien volgen onze correspondenten iemand in hun regio. Deze keer vroegen wij: ‘Hoe dichtbij komt de dood voor jou?’

Eduardo Muñoz werkt in het appartement van zijn grootmoeder, waar hij nu zelf woont. Zijn oma, Adela Sánchez, was 83 toen ze stierf aan Covid-19.
Eduardo Muñoz werkt in het appartement van zijn grootmoeder, waar hij nu zelf woont. Zijn oma, Adela Sánchez, was 83 toen ze stierf aan Covid-19. Foto James Rajotte

Het coronavirus raakt alle wereldburgers, maar niet iedereen wordt even hard door de crisis getroffen. Om de impact van de pandemie te laten zien, volgen correspondenten en verslaggevers van NRC iemand in hun regio. Hun bijzondere verhalen leest u in de serie Pandemiepost. Iedere aflevering staat een ander thema centraal.

De serie werd afgetrapt met de vraag: hoe lang kun jij het in deze crisis nog uitzingen? Die kunt u hier lezen. De tweede aflevering had de vraag: wie geloof jij nog in deze crisis? Deel drie gaat over hoe dichtbij de dood kwam tijdens de pandemie.


Eduardo Muñoz - bierverkoper in Madrid, Spanje

Mijn oma had op zijn minst een waardig afscheid verdiend’

Bijna iedere Spanjaard heeft inmiddels wel een familielid of vriend verloren. Zo ook Eduardo Muñoz. Met gemengde gevoelens vertelt hij over de onverwachte dood van zijn oma. De 83-jarige Adela Sánchez stierf eind maart alleen op haar kamer in een bejaardentehuis, hoogstwaarschijnlijk gestikt als gevolg van het coronavirus, maar dat zal nooit met zekerheid te zeggen zijn. Een test is nooit uitgevoerd. De begrafenis duurde slechts een kwartier. Daarna bleven antwoorden op alle vragen van de familie uit.

Hoewel Spanje ook voor toeristen weer open is, is het virus is nog niet volledig onder controle. Er zijn regelmatig lokale uitbraken, waardoor sommige gebieden alsnog worden gesloten. Elke dag komen er nog dagelijks honderden nieuwe besmettingen bij.

Muñoz doet zijn verhaal vanuit de voormalige woning van zijn oma, waar hij nu zelf met zijn vriendin woont. „Alleen mijn ouders en een oom mochten bij de begrafenis zijn”, vertelt hij. „Daarom probeer ik op eigen wijze afscheid van haar te nemen. Soms, als ik door het huis loop, komen er herinneringen boven. Ze was een eigenaardige vrouw met wie moeilijk contact te leggen was.”

Het balkon van het appartement waar Eduardo Munoz nu woont.
Foto James Rajotte
Het brandyglas van de oma van Eduardo Munoz. Adela Sánchez (83) stierf aan de gevolgen van Covid-19
Foto James Rajotte
Eduardo Muñoz in de opslagruimte van zijn oma Adela Sánchez. Hij woont nu zelf in haar appartement. Zijn grootmoeder, 83, stierf aan de gevolgen van Covid-19
Foto James Rajotte
Eduardo Muñoz woont nu in het huis van zijn oma. Zijn grootmoeder Adela Sánchez (83) stierf aan de gevolgen van Covid-19.
Foto’s James Rajotte

 

Muñoz’ oma werd in 1937 middenin de Spaanse Burgeroorlog geboren. Het republikeinse gezin woonde in een ‘rood’ plaatsje in de provincie Toledo. Dat kwam in de greep van het leger van generaal Francisco Franco – met martelingen, verkrachtingen en berovingen als gevolg – waarna het gezin naar Madrid vluchtte. Muñoz: „De trauma’s zitten diep bij die generatie.”

Vijf jaar geleden verruilde Adela Sánchez haar huis tegen haar zin voor een bejaardenhuis, omdat ze dement werd. Muñoz bezocht haar eens per maand en zag haar langzaam achteruitgaan. Tot op 14 maart de alarmfase werd afgekondigd. Twee weken later was ze dood. Ze behoorde tot de ruim achtduizend ouderen die in Madrid in een tehuis zijn gestorven tijdens de coronacrisis. „Er zijn zo veel fouten gemaakt”, verzucht Muñoz. „Ze is nooit van kamer veranderd. We kregen elke dag andere informatie. Verpleegsters waren bang om de waarheid te vertellen, terwijl daar elke dag doden vielen.

De nabestaanden van Adela Sánchez sloten zich aan bij een groep die een gezamenlijke klacht heeft ingediend tegen de verantwoordelijken voor ouderenzorg.

Muñoz: „We weten nu dat ouderen met Covid-19 niet naar het ziekenhuis werden gebracht. Dat kan je bijna zien als een ter dood veroordeling. We weten niet hoe ze overleden is, of ze pijn had. Mijn oma had op zijn minst een waardig afscheid verdiend.”


Lees hoe mensen in het begin van de pandemie omgingen met de economische onzekerheden: „We eten minder, en nauwelijks vlees.”

Rosilene (Rosi) de Souza - schoonmaakster in Rio de Janeiro, Brazilië

‘Ik heb geen afscheid van een vriendin kunnen nemen’

Het virus kwam voor de Braziliaanse Rosilene (Rosi) da Souza (52) wel heel dichtbij. Om haar heen raakten vrienden en buren besmet en overleden. „Ik heb geen afscheid kunnen nemen van mijn buurvrouw en van een vriendin. In Brazilië is het traditie dat een overledene dezelfde dag begraven wordt. Gewoonlijk wordt na de begrafenis een herdenkingsdienst gehouden in de kerk. Nu was er geen kerkdienst en bij de begrafenis mochten slechts enkele familieleden zijn.”

Hoewel het aantal Covid-slachtoffers in Brazilië nog steeds oploopt en inmiddels meer dan 65.000 Brazilianen zijn overleden, komt het leven in Rio langzaam weer op gang. Rosilene kijkt er naar uit voor het eerst sinds maanden weer in de bus naar haar werk te stappen. Ze werkt al sinds haar jeugd, maar zat maanden thuis toen de crèche waar ze schoonmaakt dicht ging. Ze overleefde van giften van mensen om haar heen, en zelfs van wildvreemden zoals lezers van deze krant. „Ik ben blij met alle steun. Ik bleef thuis en ben gelukkig tot nu toe niet ziek geworden”, vertelt Rosi.

Rosi’s zwager is onlangs positief getest op corona en ligt nu in het ziekenhuis. Haar schoonzoon, met een niet al te beste gezondheid, overleefde het virus na dagen op de intensive care. „ Gelukkig is hij verzekerd omdat hij vroeger bij de militaire politie werkte, en kon hij naar een goed ziekenhuis. Dat was zijn redding”, weet Rosi beslist. „Positief blijven, veel bidden, zingen en kaarsen branden, dat heb ik gedaan. En toen, na een paar dagen, kwam het goede nieuws dat hij stabiel was”, zegt ze tevreden.

Rosilene de Souza (52) is schoonmaakster en heeft drie kinderen. Ze woont met haar zoon Eduardo (29) in een huisje van zo’n 15 vierkante meter in de volksbuurt Rio das Pedras in het westen van Rio de Janeiro.


Arsalan Abu Much - Palestijns internist in Ramat Gan, Israël

‘We wisten toen: wij kunnen dit allemaal krijgen’

Toen de vader van internist Arsalan Abu Muchs zwager onverwacht overleed bij een hartoperatie („Of hij ook corona had, is niet getest”), vreesde Abu Much dat de rouwceremonie uit de hand zou lopen. In de islamitische en joodse cultuur is het gebruikelijk dat mensen thuis langskomen om de familie te condoleren. „Ook al zeg je dat mensen niet mogen komen, ze komen tóch.”

Daarom vroegen de nabestaanden speciale toestemming aan voor een rouwceremonie: in de open lucht, met maskers voor elke bezoeker bij de ingang. „We hadden een lange tafel tussen de rouwende familieleden en de bezoekers geplaatst, zodat ze wel afstand móesten houden”, vertelt Abu Much. Daarmee voorkwamen ze zowel gevaarlijke spontane omhelzingen als pijnlijke situaties. „Niemand hoefde een hand of een knuffel te weigeren.” Hij hoopt dat het genoeg was om besmetting te voorkomen – achteraf bleek één bezoeker coronapatiënt.

Toen hij op de Covid19-afdeling werkte, zag Abu Much patiënten tussen de medische apparaten vechten voor hun leven, zonder dat er iemand was om hen bij te staan. Het aantal artsen en verpleegkundigen was beperkt – soms moest hij instructies geven aan een robot die over de IC rondreed en de patiëntenmonitors aflas. „Het zwaarste moment was toen een jonge geneeskundestudente bij ons besmet raakte en heel ziek werd”, zegt hij. „Toen wisten we: we kunnen allemaal zo ziek worden. Maar je schakelt snel om naar het praktische, het zo goed mogelijk ondersteuning bieden.” In zijn ziekenhuis, het grootste van Israël, overleed onder meer een verpleegster. „Maar we hebben hier gelukkig geen Italiaanse toestanden gehad.”


Cindy Guo - dataspecialist in Hangzhou, China

‘Hele families kwamen om’

Dat veel mensen in China nog steeds heel voorzichtig zijn, vindt Cindy Guo alleen maar logisch. „Er is geen geneesmiddel, dus natuurlijk ben je bang. Je wil toch niet dood?!” Haar angst werd ook gevoed door wat ze op sociale media zag en hoorde over Wuhan, het eerste epicentrum van de uitbraak. „Hele families kwamen om. We hoorden dat de crematoria de vele doden niet aan konden”, vertelt Guo per telefoon. „En er waren geruchten dat het zich via de lucht kon verspreiden. Dan kun je alleen maar binnen blijven om je te beschermen.”

Guo heeft geen vrienden of kennissen die Covid-19 hebben gehad. Wel had ze haar zus een maand te logeren. Die woont in de stad Jinhua, op bijna tweehonderd kilometer van Guo’s woonplaats Hangzhou.

Lees ook de tweede aflevering van de serie Pandemiepost: wie geloof jij nog in deze crisis? „Ik houd van complottheorieën”

„Ze was eind januari bij ons voor Chinees Nieuwjaar toen we hoorden dat er mensen in Jinhua besmet waren”, zegt Guo. „We wilden niet dat mijn zusje terugging naar huis, dat vonden we veel te gevaarlijk. Ze is pas weer vertrokken toen we zeker wisten dat iedereen beter was, of in elk geval was opgenomen in een ziekenhuis.”

Van haar angst is ze nu bijna verlost. „Ik ga weer naar kantoor, we komen weer op straat, want we hebben al een tijd geen nieuwe gevallen gehad.” Maar ze blijft voorzichtig. Van de overheid hoeft ze op straat geen mondkapje meer op, alleen minimaal een meter afstand van anderen te houden. „Toch hou ik het nog gewoon op hoor, net als iedereen”, zegt Guo.


Wayan Suantara - chauffeur, gids en bezorger op Bali, Indonesië

‘Nu kunnen mensen geen steun bieden bij overlijden’

Cremeren versnelt de terugkeer van het lichaam naar de macrokosmos van het universum, legt Wayan Suantara uit. „Soms begraven we iemand tijdelijk en graven we het lichaam weer op als de crematie plaats kan vinden.” Bali is overwegend hindoeïstisch en de inwoners cremeren hun geliefden op een dag die volgens de Balinese kalender gunstig is. Vaak zijn er groepscrematies, vertelt Wayan, zodat mensen de kosten van de uitvaart kunnen delen – de processies zijn een dure aangelegenheid.

Met ruim 75.000 besmettingen en 3.500 doden is Indonesië het hardst getroffen land in Zuidoost-Azië. Vooral in Jakarta en Oost-Java zijn velen besmet, het virus verspreidt zich nu ook snel naar andere eilanden. Toch lijkt het op het Indonesische eiland Bali vooralsnog mee te vallen. Er zijn volgens de officiële cijfers nu 27 inwoners aan de gevolgen van het coronavirus overleden. Zelfs daarvan is Wayan niet op de hoogte. „Is dat zo? Ik probeer het nieuws te vermijden. In ons dorp prijzen we ons gelukkig dat niemand ziek is.”

Hij weet wel dat het Indonesische coronaprotocol bij overlijden „heel verdrietig” is. „Er mag niemand bij in het ziekenhuis. En een heel beperkt aantal mensen mag de uitvaart bijwonen. Dat moet zo pijnlijk zijn.”

Islamitische Indonesiërs, zij zijn in de meerderheid, begraven hun doden met hun eigen rituelen. Nabestaanden wassen normaliter de lichamen en wikkelen die in een witte doek. Ook dat mag nu niet. Mensen die zijn overleden aan Covid-19 worden in het ziekenhuis in plastic gewikkeld en ze worden begraven in een kist die nóg eens is omwikkeld met plastic.

Nabestaanden geloven echter vaak niet dat het slachtoffer aan Covid-19 is overleden, en komen dan geliefden opeisen. Dat leidt tot opstootjes in het ziekenhuis of op de begraafplaats die er soms zo heftig aan toe gaan dat arrestaties worden verricht.

Wayan begrijpt dat verdriet en die onmacht wel. „Normaal kun je met het hele dorp, met de hele gemeenschap, iemands dood verwerken. Veel mensen bieden dan steun. Dat gaat nu niet.”