Opinie

‘Hagia Sofia’ is meer dan symboolpolitiek

Lotfi El Hamidi

De statusverandering van de Hagia Sofia in Istanbul, van museum naar moskee, blijft de gemoederen in Turkije en ver daarbuiten bezighouden. Een verklaring die na het besluit van de Turkse Raad van State werd uitgebracht moest de buitenwereld geruststellen. Het gebouw zal voor iedereen toegankelijk blijven, staat er in het Engels. De verschillende inzichten over het besluit zijn welkom, al blijft het uiteindelijk een Turkse aangelegenheid. Was getekend, Erdogan, president van Turkije.

De Arabischtalige verklaring die gelijktijdig werd verspreid slaat opvallend genoeg een andere toon aan. Er staan zelfs andere passages in. Zo wordt het „herstel” van Hagia Sofia triomfantelijk beschouwd als „een groet vanuit ons hart naar alle steden die onze beschaving symboliseren, van Bukhara tot Andalusië”.

Dit soort grootspraak van Erdogan is niet nieuw. Zo riep hij na de parlementsverkiezingen van 2011 dat de overwinning van zijn AK-partij „net zo belangrijk is voor Jeruzalem, Damascus, Gaza en Sarajevo als voor Istanbul” – niet geheel toevallig steden die ooit deel uitmaakten van het Ottomaanse Rijk. In 2015, bij een ontmoeting tussen Erdogan en zijn Palestijnse collega Abbas, stonden er op de trappen van het presidentieel paleis in Ankara zestien mannen in geharnaste kleding en wapenuitrusting opgesteld. Elke ‘krijger’ symboliseerde een periode uit de roemruchte Turkse geschiedenis.

Daar werd toen nog lacherig over gedaan („een Ottomaans circus in het paleis”, tweette een prominente Turkse journalist). Sinds Atatürk werden verwijzingen naar het rijk van de Ottomaanse sultans het liefst vermeden, omdat die deden denken aan stagnatie en ondergang. Het is maar welk tijdvak je als uitgangspunt neemt, moet Erdogan gedacht hebben. Intussen valt er weinig meer te lachen.

Zelf denk ik dat er in de praktijk weinig zal veranderen in de Hagia Sofia, behalve dan dat op gezette tijden de gebedsoproep zal klinken en een groepje gelovigen daar gehoor aan zal geven. Het geroezemoes van toeristische bezoekers zal dan enkele minuten naar de achtergrond moeten verdwijnen.

Maar het besluit is om een andere reden wel degelijk zorgwekkend te noemen. De statusverandering is niet louter een gebaar naar een harde kern die wapperend met Ottomaanse vlaggen verlangt naar oude glorie. Het is ook een boodschap naar de buitenwereld toe, een soort hondenfluit maar dan bedoeld voor oude vijanden en rivalen: ‘wij’ zijn hier nog altijd de baas.

Symboolpolitiek? Uiteraard. Maar symbolen zijn niet altijd lege hulzen. Vooral in een regio waar het verre verleden door sommigen als hedendaagse geschiedenis wordt gevoeld.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.