Geen bier tappen op Lowlands, maar ‘keihard knallen’ in de logistiek

Vakantiewerk Het aanbod van vakantiewerk voor jongeren is door de coronacrisis flink veranderd. Veel werk in de horeca en bij evenementen is niet beschikbaar, maar de crisis levert wel nieuwe ‘coronabaantjes’ op.

Student Joep van Borselen (boven) vond een ‘coronabijbaantje’ en werkt bij de GGD in Assen, waar hij coronatesten afneemt. Student Warner Nijhoff kon ondanks corona toch aan de slag in zijn stamkroeg in Groningen.
Student Joep van Borselen (boven) vond een ‘coronabijbaantje’ en werkt bij de GGD in Assen, waar hij coronatesten afneemt. Student Warner Nijhoff kon ondanks corona toch aan de slag in zijn stamkroeg in Groningen.

Met een grote glimlach slalomt Warner Nijhoff (22) met een dienblad vol bierglazen tussen de tafeltjes op het propvolle terras door. Tegen zijn eigen verwachting in is hij deze zomer hard aan het werk in de bediening bij zijn stamkroeg in Groningen. Daar werd hij afgelopen winter al aangenomen, maar zijn eerste werkdag op 15 maart ging niet door. Die dag moesten alle horecagelegenheden in Nederland dicht.

Twee maanden wachtte Nijhoff thuis af. „Ik dacht dat ze hun eigen personeel voorrang zouden geven, maar begin mei kreeg ik een berichtje of ik kon komen werken”, vertelt hij opgewekt. Sindsdien werkt hij zich suf in de kroeg, vijf avonden en nachten per week.

Warner is de uitzondering die de regel bevestigt. Want voor veel jongeren die op zoek zijn naar een zomerbaantje is er dit jaar weinig te vinden op terrassen, laat staan bij grote festivals en evenementen. Het aantal jongeren dat deze zomer een bijbaantje zoekt – twee op de vijf – is wel even groot als twee jaar geleden, zo blijkt uit onderzoek van FNV Young & United. Het aanbod is door de coronacrisis echter flink aangetast. Dat merken niet alleen jongeren, maar ook uitzendbureaus die zich op studenten richten. Als de vraag naar banen wegvalt, zijn uitzendbureaus de eerste die dat merken.

Achter de kassa

Voor Lisa Rond (20) was het even omschakelen deze zomer. Eerder serveerde ze hapjes en drankjes in restaurants en tapte biertjes op festivals om bij te verdienen, sinds deze week zit ze achter de kassa bij de Albert Heijn in Amersfoort. Het uitzendbureau voor horecabaantjes waarvoor ze werkte, kon studenten vanwege corona geen werk meer bieden. „Zodra het daar weer aantrekt ga ik terug”, vertelt Lisa, „want dat werk vind ik wel een stuk leuker dan bij de Appie.” Ook haar sollicitaties bij andere restaurants en cafés wierpen geen vruchten af, maar bij Albert Heijn konden ze Lisa juist goed gebruiken. „We hadden een groepssollicitatie met tien mensen. Gelijk na ons kwam er weer tien man binnen.”

Ook uitzendbureaus voor jongeren merkten de afgelopen maanden hoe de vacatures voor personeel op festivals en evenementen plaatsmaakten voor een explosieve vraag naar hulp in de logistiek, detailhandel en in supermarkten. „Daar zijn jongeren deze zomer keihard aan het knallen”, vertelt Ruud Schippers, mede-oprichter van jongerenuitzendbureau JAMwerk. „Er wordt nog steeds heel veel besteld, dus bedrijven vragen extra order pickers, om alle pakketjes op tijd in te pakken en op de juiste plek te krijgen.”

De vraag naar hulp in de logistiek en in de supermarkt nam juist explosief toe

Evert Geerdink is directeur van De Nieuwe Lichting, waar verschillende uitzendbureaus voor studenten onder vallen. Door het sluiten van de cafés en restaurants zaten bij zijn bedrijf bijna 2.000 studenten die in de horeca werkten plotseling zonder baantje. De meeste van hen zijn overgeplaatst naar distributiecentra en zitten daar nu nog, zegt Geerdink. „Veel logistieke bedrijven vragen ons specifiek om jongeren uit de hospitalitybranche”, vertelt hij. „Want dat zijn gastvrije en dienstverlenende jongeren die hard werken en niet zo op de tijd letten. Zij vallen overal in de smaak.”

Voor veel jongeren en studenten is een bij- of zomerbaantje meer dan een manier om tijd te doden: het les- of collegegeld en de studentenkamer moeten betaald worden. Al aan het begin van de coronacrisis sloegen studentenorganisaties alarm bij de minister van Onderwijs, omdat jongeren massaal hun bijbanen verloren, terwijl hun vaste lasten doorlopen. Scholieren en studenten werken veel met nulurencontracten of als uitzendkracht, en hebben bij ontslag vaak geen recht op een WW-uitkering. Zonder werk zijn ze aangewezen op een lening bij de overheid, waardoor hun studieschuld blijft groeien.

Student Warner Nijhoff kon ondanks corona toch aan de slag in zijn stamkroeg in Groningen.

Foto Kees de Veen

Coronahandjes

Een handjevol jongeren wist zichzelf juist tijdens de coronacrisis nuttig te maken, want halverwege maart steeg plotseling de vraag naar extra „coronahandjes”, merkten ook de uitzendbureaus. Winkels en supermarkten stonden te springen om jongeren die winkelkarretjes schoonmaken of aangeven, ook drogisterijen, apothekers en ziekenhuizen zochten assistentie. Hoewel deze vraag wat is afgenomen, zitten bij de GGD’en nog steeds studenten om de telefoon te beantwoorden of coronatesten af te nemen. Nu ook de verzorgingshuizen weer opengaan, kunnen steeds meer jongeren daar deze zomer aan de slag.

Ondertussen komt Nederland weer in beweging, en ook dat is iets waar jongeren van kunnen profiteren. Schoonmakers voor vakantieparken zijn gewild, want alle huisjesparken zitten deze zomer stampvol. En bij reisbureaus zijn extra telefonisten voor de klantenservice nu onmisbaar.

‘Luxe vakantiebaantjes’ zoals administratief werk en promotiewerk op straat zijn nog steeds lastiger te vinden

De echte dip in het aantal vacatures viel volgens de uitzendbureaus vooral in de maanden dat de coronacrisis in Nederland op haar hevigst was. Maar nog steeds zetten bedrijven bij hen minder vacatures uit dan normaal rond deze tijd van het jaar. Bij De Nieuwe Lichting ligt het banenaanbod voor jongeren dit jaar bijna 20 procent lager dan de afgelopen jaren. YoungCapital ontving in mei en juni een derde minder sollicitaties van jongeren dan in dezelfde periode vorig jaar, vooral door het magere aantal vacatures op de website. Per vacature solliciteren daar nu bijna drie keer zoveel jongeren als afgelopen zomer.

Minder luxe baantjes

Met name „luxe vakantiebaantjes”, zoals administratief werk en promotiewerk op straat, zijn lastiger te vinden deze zomer, merkt Geerdink. Daar maken bedrijven na een paar zware financiële maanden minder budget voor vrij. Het aanbod van ‘essentieel’ werk trekt juist aan, zoals aspergesteken, schoonmaken en werk in distributiecentra.

Lees ook: Te weinig handen over om asperges te steken

Ook opvallend: de mentaliteit van de jongeren lijkt anders dan de uitzendbureaus gewend zijn. „Studenten willen nu alles wel oppakken”, vertelt Geerdink. „Zelfs in de fruitteelt, waar we altijd moeite hebben om jongeren te vinden, bieden mensen zich nu aan. Hetzelfde geldt voor schoonmaakbaantjes. Vorig jaar wilde niemand dat doen, nu is er gewoon minder keuze.”

Sinds mei krijgen de uitzendbureaus van De Nieuwe Lichting zo’n honderd aanmeldingen per dag van jongeren die zeggen: ik wil alles doen, als ik maar werk heb. „Dat herkennen we totáál niet van andere jaren”, aldus Geerdink. „Dan wordt er juist over van alles moeilijk gedaan: de vergoeding van parkeerkosten, extra toeslagen, noem maar op. Dat is nu helemaal verdwenen.” Zelfs het aantal ziek- en afmeldingen neemt zichtbaar af, ziet Geerdink. „Jongeren denken: ik moet blijven werken, dan krijg ik tenminste m’n centjes.”

Joep van Borselen (24) had meer geluk deze zomer. Zonder actief te zoeken, kwam er ineens een ‘coronabaantje’ op zijn pad. De geneeskundestudent zit al vanaf maart thuis, wachtend tot hij in september zijn studie kan hervatten. In de tussentijd deed hij wat vrijwilligerswerk, maar in juni bedacht hij dat een beetje geld verdienen ook niet gek zou zijn. Toevallig werd hij toen via LinkedIn benaderd door de GGD in Assen. Nu werkt hij daar drie dagen per week. Twee dagen belt hij mensen voor het bron- en contactonderzoek, de derde dag staat hij in de teststraat coronatesten af te nemen. „Zo maak ik me nuttig voor de maatschappij, ik doe iets met mijn medische achtergrond én ik verdien wat geld.”