Reportage

Een zeecontainer als tijdelijke woning? Die tijd is voorbij

Woningmarkt In Eindhoven, vlak bij de universiteit, staan nu houten studio’s om tijdelijk in te wonen. Ze zijn voor ‘spoedzoekers’, zoals Rik Schoonenberg die eerst dakloos was. Voor commerciële verhuurders zijn tijdelijke woningen echter niet interessant.

De 32-jarige Rik Schoonenberg, die eerst op straat leefde, woont nu in een tijdelijke studio in een complex aan de Willemstraat, in Eindhoven.
De 32-jarige Rik Schoonenberg, die eerst op straat leefde, woont nu in een tijdelijke studio in een complex aan de Willemstraat, in Eindhoven. Foto Merlin Daleman

Het is dat student elektrotechniek Mark Wolvers (20) het complex naast hem opgebouwd heeft zien worden. Hij woonde al in een tijdelijke woning in Eindhoven toen de woonstudio’s „als een blokkendoos” op elkaar gestapeld werden. „Anders had ik niet geweten dat ze hier tijdelijk waren neergezet.”

De tijd dat tijdelijke woningen zeecontainers waren aan de rand van de stad, is voorbij. Bij de Berenkuil, vlak bij de campus van de Technische Universiteit, staan vier houten complexen met driehonderd studio’s waarin voornamelijk internationale studenten wonen. Voor een maandelijkse huur van 628 euro krijgen zij 18 m2 met een eigen badkamer, bureau, keuken met elektrisch kookstel, eenpersoonsbed en een comfortabele bruine stoel die van buitenaf als een patroon door elk raam terug te zien is. Wolvers: „Het voelt als een normaal huis.”

Ruim een jaar geleden liep minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) door Eindhoven nadat ze met wethouder Yasin Torunoglu (Wonen, PvdA) en gedeputeerde Erik van Merrienboer (Wonen, PvdA) een woondeal had gesloten. Onderdeel van die afspraak was dat in de Brabantse stad in 2019 duizend tijdelijke woningen moesten verschijnen.

Lees ook: Rijk erkent eindelijk het woningtekort in de stad

De minister beschouwt tijdelijke woningen als een belangrijke oplossing voor het groeiende woningtekort in Nederland – inmiddels is dat opgelopen tot 330.000 huizen. Het „biedt de mogelijkheid om op korte termijn te voorzien in de vraag naar woningen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de bouw van permanente woningen”, schreef Ollongren in mei 2019 aan de Tweede Kamer.

Tijdelijke woningen hebben één groot voordeel: je kunt ze binnen een jaar neerzetten, terwijl het gemiddeld 7 jaar duurt om een project met permanente woningen af te ronden. Dat is mogelijk omdat ze kant-en-klaar uit de fabriek komen en zo ergens neergezet kunnen worden – ook op braakliggende plekken waar voorlopig niet permanent gebouwd kan worden. Voorwaarde is dat tijdelijke huizen niet langer dan vijftien jaar blijven staan.

Bij de Berenkuil in Eindhoven staan vier houten complexen met 300 studio’s van 18 m2, met een eigen badkamer, bureau, keuken met elektrisch kookstel, eenpersoonsbed en een comfortabele bruine stoel.

Binnen tien maanden een huis

Neem de Berenkuil, een terrein in handen van Woonbedrijf. Deze corporatie beheert zo’n 34.000 huizen, pakweg een kwart van alle woningen in Eindhoven. Het terrein is onderdeel van een plan voor gebiedsontwikkeling die de komende decennia moet plaatsvinden. Nu ligt het braak. In januari 2019 ontstond het plan om er ‘prefab’ studio’s neer te zetten, zoals die onder andere in Amsterdam staan. Tien maanden later trokken de eerste bewoners erin.

De Ierse student Seán Clarke (22) zit er net een paar weken. In september begint hij aan een studie fysiotherapie. „Het vinden van een kamer is hier een stuk eenvoudiger dan in Dublin”, zegt hij. „Daar is een huizencrisis en moest ik maanden zoeken voordat ik een kamer vond.” Hier duurde dat maar drie dagen. „Misschien heb ik geluk gehad.”

In tijdelijke woningen zitten altijd huurders met tijdelijke contracten. Ze zijn bedoeld voor mensen die snel een huis nodig hebben, maar geen huis kunnen kopen of hoge huren kunnen betalen, en ook geen inschrijftijd voor een sociale huurwoning hebben opgebouwd. Statushouders en arbeidsmigranten bijvoorbeeld, of expats en studenten, mensen die gescheiden zijn of psychische problemen hebben, of moeilijk aan het werk komen. Spoedzoekers worden ze ook wel genoemd.

De 32-jarige Rik Schoonenberg leefde bijvoorbeeld tweeënhalf jaar op straat voordat hij terecht kon in een tijdelijke studio in een complex aan de Willemstraat, ook van Woonbedrijf. „Ik woonde bij mijn vader, maar toen hij overleed, kwam ik op straat terecht.” Nu zit Schoonenberg in een reïntegratieproject en woont hij al zes maanden in zijn studio. „Eigenlijk moest ik eruit, maar ik mag door corona langer blijven.” Hij vindt het een mooi plekje, al mist hij zijn vrijheid. „En als ik karate oefen in mijn kamer, stoot ik wel snel mijn tenen.”

Om de bouw van tijdelijke woningen te versnellen, kondigde Ollongren in mei vorig jaar diverse maatregelen aan. Zo hoeven corporaties over tijdelijke woningen geen belasting af te dragen voor de verhuurderheffing. Verder mogen ze neergezet worden in gebieden zonder woonbestemming.

Spacebox

Het is geen toeval dat de minister uitgerekend in de woondeal met de gemeente Eindhoven expliciet de bouw van zoveel tijdelijke woningen heeft vastgelegd – meer dan in de andere vijf woondeals die ze sloot. Eindhoven heeft ervaring op dit gebied: op het campusterrein van de TU staan al sinds 2005 tijdelijke woningen, die ontworpen zijn door studenten. Deze ‘Spaceboxen’, compacte studio’s van kunststof, dienden tien jaar als thuis voor internationale studenten.

Inmiddels staan in Eindhoven ongeveer negenhonderd tijdelijke woningen, waarvan meer dan de helft van Woonbedrijf is. „Na de crisis van 2008 nam het aantal huizenzoekers toe”, zegt bestuurder Ingrid de Boer. „Daar zaten groepen tussen die er moeilijk tussen kwamen. Voor hen hadden we destijds helemaal niks.”

Woonbedrijf is bijvoorbeeld ook eigenaar van de Spaceboxen. Na tien jaar verplaatste het 79 van de studio’s en zette die in een voormalig kantoor aan de Willemstraat. Waar vroeger de kantine was, zit nu de fietsenstalling. Sinds 2018 worden ze bewoond.

Aan de Willemstraat in Eindhoven staan 79 tijdelijke studio’s in een voormalig kantoor. Waar vroeger de kantine was, zit nu de fietsenstalling. Foto Merlin Daleman

‘Industriële aanblik’

Gino Lokhorst (26) woont er net een maand. Hij heeft opgeruimd voor zijn bezoek. „Het is nog niet helemaal af, maar was zo goed als instapklaar, dat was wel fijn.” Dat hij de buizen van het pand over het plafond ziet lopen, vindt hij eigenlijk wel gaaf. „Het geeft mijn huis een industriële aanblik.”

Lokhorst woonde tot voor kort bij zijn ouders, maar omdat die gescheiden zijn, voelde hij druk om hen allebei tevreden te houden. „Ik was toe aan een plekje voor mezelf, maar had nog geen inschrijftijd opgebouwd voor een sociale huurwoning. Hier kijken ze gelukkig naar je motivatie en kon ik terecht.” Hij betaalt 673 euro per maand aan huur en heeft een huurcontract voor maximaal twee jaar, maar eigenlijk wil hij al eerder weg zijn. „Ik hoop over een half jaar af te studeren, en daarna een vaste baan te vinden. Dan kan ik met mijn vriend iets nieuws zoeken.”

Alle bewoners van een tijdelijke woning hebben een contract van maximaal twee jaar, of hun studieperiode.

De belangrijkste maatregel die de minister vorig jaar aankondigde, was de verlenging van de periode dat tijdelijke woningen op een locatie mogen blijven staan: van tien naar vijftien jaar. Daardoor is het financieel rendabeler geworden om tijdelijke woningen neer te zetten, al is het nog altijd geen vetpot. „Pas nadat we dit type woningen op twee locaties vijftien jaar lang hebben geëxploiteerd, wordt het rendabel”, zegt De Boer van Woonbedrijf, dat alle tijdelijke woningen voor een bedrag onder de liberalisatiegrens van 737 euro per maand verhuurt.

Commerciële bedrijven die tijdelijke woningen verhuren, zijn er niet. „Ik zou het toejuichen als commerciële bedrijven tijdelijke woningen op hun kavels neerzetten”, zegt wethouder Torunoglu. „Maar ze vinden het financieel niet aantrekkelijk genoeg.”

De Boer van Woonbedrijf ziet dat ook. „Als corporatie blijven we toch wel in deze stad, dus wij zijn wel bereid om het risico te nemen dat we op zoek moeten naar een tweede locatie. Maar voor beleggers is dat extra werk.”

Daar komt bij dat tijdelijke woningen een groot verloop kennen. Bij permanente huurwoningen wisselt jaarlijks 5 à 6 procent van de huurders, bij tijdelijke woningen meer dan 30 procent. De Boer: „Ook dat is meer werk, daar zitten beleggers niet op te wachten.”

Ongeveer de helft van de corporaties heeft plannen om de komende vijf jaar tijdelijke woningen neer te zetten, bleek afgelopen februari uit een onderzoek van corporatiekoepel Aedes. Zo moeten uiteindelijk 10.000 tijdelijke woningen per jaar gebouwd worden. De afgelopen jaren waren dat er 1.500.

Huurrechten ‘uitgehold’

Kritiek is er ook op de opkomst van de tijdelijke woningen. Huurdersvereniging de Woonbond is bang dat de kwaliteit van de huizen in het geding komt. „Het tijdelijke karakter van de woning mag geen excuus zijn om de kwaliteitseisen te verlagen”, zegt directeur Zeno Winkels. Hij wijst ook naar de flexcontracten, die hij „een uitholling van de rechten van huurders noemt”. Door het grote woontekort valt er weinig te kiezen, zegt hij. Winkels: „Gezien de woningnood zou je mensen zelfs in een tent kunnen laten wonen. Maar ook spoedzoekers hebben behoefte aan een fijn, stevig huis met een goed contract.”

Lees ook: Hoe de overheid zelf woningnood creëert

Bestuurder De Boer van Woonbedrijf bestrijdt dat de bewoners van tijdelijke woningen uit nood voor deze oplossing kiezen. „Je hebt nou eenmaal spoedzoekers die snel een woning nodig hebben, en zij kiezen bewust voor dit type huis. Daar zijn zij blij mee, en wij zijn blij dat we ze kunnen helpen.” De Boer zegt wel te snappen dat er geklaagd wordt over de kwaliteit van tijdelijke woningen. „Maar ik vind de kwaliteit van onze woningen prima, zeker gezien de lage huurprijs. Wat je niet moet doen, is ze vergelijken met permanente woningen. Dit is een andere categorie.”

Dat betekent niet dat er geen dingen beter kunnen, zegt De Boer. Zoals de uitstraling. „Eigenlijk zou je van een afstand niet moeten kunnen zien dat het tijdelijke woningen zijn. Die metalen trappenhuizen aan de buitenkant van de Berenkuil, dat zou ik de volgende keer anders willen.”

Aanvulling 20 juli 2020: In een eerdere versie van dit artikel ontbraken de huurprijzen van de tijdelijke woningen. Die zijn erbij gezet.