Opinie

Bevolkingskrimp? Dat is zo gek nog niet

Menno Tamminga

Zin om te griezelen? Lees de zeven scenario’s over de bevolkingsontwikkeling in de komende dertig jaar die statistiekbureau CBS en demografisch onderzoeksinstituut NIDI vorige week hebben gepubliceerd. Er is voor elk wat wils. Wie de lijnen van economische groei graag doortrekt, zal schrikken van het scenario dat krimp in kaart brengt. De bevolking dáált daarin van 17,4 miljoen naar 17,1 miljoen mensen. Wie vindt dat Nederland nu al (te) vol is, zal verbijsterd zijn over de invloed van arbeids- en asielmigratie: een toename tot 21,8 miljoen burgers. En zo zijn er nog vijf scenario’s.

De Tweede Kamer had in 2018 om de studie gevraagd. De auteurs schetsen niet de gevolgen voor ruimtelijke ordening, gezondheidszorg of woningbouw. Die komen over ruim een half jaar. Daardoor is dit rapport half af.

Lees ook deze analyse van Paul Scheffer: Een immigratieland moet keuzes maken

De zeven scenario’s suggereren dat er wat te kiezen valt, van een hogere versnelling tot een teruggang. De overheid kan een bevolkingspolitiek voeren en niet, zoals nu, maar zien wat er gebeurt. Migratie (arbeid, asiel, studie) is een logisch beginpunt: in de bestaande CBS-prognose is 90 procent van de bevolkingsgroei het gevolg van migratie.

De auteurs waarschuwen dat veel al vastligt, ook bij een periode van dertig jaar. Maar kleine wijzigingen in bijvoorbeeld het aantal kinderen per vrouw en de immigratie én emigratie hebben verstrekkende gevolgen. De woorden ‘onzeker’ en ‘onzekerheid’ komen 103 maal voor.

Dé drie trends tot 2050 zijn dezelfde als nu: vergrijzing, verkleuring en meer oudere alleenwonenden. Die trends laten zich wel beïnvloeden. Neem arbeidsmigratie. De overheid kan met beleid de structuur van de economie aanpassen en dus een keuze maken voor kennismigratie of laaggeschoolde arbeidsmigratie. Dat gebeurt nu al. De peperdure reddingsactie van KLM, en indirect van Schiphol, redt banen. Maar het is ook de praktische uitwerking van de liberaal-politieke visie op de economie. Te weten: Nederland moet een land van hoofdkantoren en dienstverlening zijn. Dat is een wat verkapte keuze voor kennismigratie.

Wees dan ook consequent. Binnen de Europese Unie geldt vrij verkeer van mensen. Laaggeschoolde migratie kun je terugdringen door de structuur van de economie te corrigeren. Een drastische inkrimping van de veestapel en een verbod op megastallen geven bijvoorbeeld minder aanvoer naar slachthuizen, minder werk voor Oost-Europese arbeidsmigranten, minder dierenleed en een lagere CO2-uitstoot.

Wat houdt ons tegen? Het CBS-NIDI rapport: „Het Nederlandse bedrijfsleven raakt steeds meer ingesteld op het in dienst nemen van buitenlandse werknemers, waardoor sprake is van een structureel toenemende trend.” Migranten laten hun familie overkomen. Immigratie groeit verder.

Het gemak van arbeidsmigratie voor werkgevers veroordeelt hier wonende mensen die niet of nauwelijks aan de slag komen (weinig onderwijskwalificaties, grote afstand tot de arbeidsmarkt) tot slechte werkomstandigheden of bijstand. Is dat sociaal en economisch houdbaar? Nee toch.

Je kunt de gevolgen van arbeidsmigratie en bevolkingsgroei voor onderwijs, verstedelijking en groene leefbaarheid wel uittekenen. Als grote steden nu al niet weten hoe ze gezien het nijpende lerarentekort adequaat onderwijs moeten geven, hoe denken ze dat dan over vijftien jaar op te lossen als de groep jongeren nog veel diverser is? Dat geldt in nog sterkere mate voor de verduurzaming van de economie en het extra ruimtebeslag van windmolens en zonneparken. Het beleid op die punten loopt nu al vast. Een politiek van gematigde bevolkingskrimp is daarom zo gek nog niet.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.