Afweer tegen corona verdwijnt snel uit het bloed

Immunologie Afweerstoffen tegen het nieuwe coronavirus verdwijnen al na paar maanden uit het bloed. Dat roept vragen op over de haalbaarheid van groepsimmuniteit en de werking van vaccins.

Bij patiënten die met ernstige klachten in het ziekenhuis belandden, kwam een sterke antistoffenreactie tegen het nieuwe coronavirus op gang.
Bij patiënten die met ernstige klachten in het ziekenhuis belandden, kwam een sterke antistoffenreactie tegen het nieuwe coronavirus op gang. Foto: Ilvy Njiokiktjien

De afweer tegen het nieuwe coronavirus slijt snel. De antistoffen die mensen aanmaken als zij met het SARS-CoV-2 geïnfecteerd raken, zijn soms al binnen enkele maanden uit hun bloed verdwenen, waardoor de patiënten mogelijk opnieuw vatbaar zijn voor Covid-19. Dat blijkt uit een Brits onderzoek uitgevoerd onder 65 Covid-19-patiënten in het Londense ziekenhuis, Guy’s en St. Thomas’ Hospital. Het manuscript waarin de resultaten worden beschreven, kwam dit weekend online, maar is nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Het is voor het eerst dat de ontwikkeling van de immuniteit in Covid-19-patiënten gedurende langere tijd is bestudeerd.

Bij zestig procent van deelnemers kwam een sterke antistoffenreactie op gang die een piek had in de drie tot vier weken na de eerste ziekteverschijnselen. Maar twee maanden later had nog maar zestien procent van de patiënten veel antistoffen in het bloed. Bij sommige mensen was de concentratie wel twintig keer minder geworden. De onderzoekers willen de groep nog langer volgen om te zien of de daling nog verder doorzet. De vraag is nog of deze herstelde patiënten door die snel afnemende afweer opnieuw Covid-19 kunnen krijgen. Daarvoor zijn vooralsnog geen aanwijzingen, maar het is iets om rekening mee te houden.

De uitkomst van het onderzoek laat in ieder geval wel de hoop vervliegen op groepsimmuniteit als bescherming tegen de epidemie. Groepsimmuniteit wordt volgens deskundigen bereikt als tweederde van de bevolking afweer tegen het virus heeft; dan zijn er zoveel mensen die niet meer vatbaar zijn voor het virus dat een epidemie vanzelf zal uitdoven. Maar als mensen snel hun weerstand weer verliezen, is het opbouwen van groepsimmuniteit tegen SARS-CoV-2 onhaalbaar.

Ernstiger infectie

In Londen heeft naar schatting 13 procent van de bevolking antistoffen tegen SARS-CoV-2, het hoogste percentage in heel Groot-Brittannië. In Nederland ligt het percentage mensen met afweerstoffen volgens de laatste meting gemiddeld op 5,5 procent, met uitschieters naar bijna tien procent in delen van Brabant en Limburg. Tot nu toe zijn er geen tekenen dat die immuniteit in de bevolking aan het afnemen is.

Het Britse onderzoek bevestigt de eerdere bevinding dat ernstig zieke Covid19-patiënten een hogere concentratie antistoffen in het bloed hebben. Het is echter niet duidelijk of dat een reactie van het lichaam is op een ernstiger infectie, of dat juist de hoge respons met antilichamen bijdraagt aan de verergering van de ziekte.

Dat de menselijke afweer de infectie met een coronavirus inderdaad weer snel kan ‘vergeten’ – waardoor het virus opnieuw kan toeslaan – wordt bevestigd door een recent Amsterdams onderzoek. Daarin keken de onderzoekers hoe vaak tien vrijwilligers die gevolgd zijn sinds begin jaren tachtig besmet raakten met een van de vier seizoenscoronavirussen. Dit zijn, in tegenstelling tot SARS-CoV-2, coronavirussen die over het algemeen slechts milde verkoudheidsklachten veroorzaken. Er waren grote verschillen: sommigen kregen in tien jaar slechts drie keer te maken met een seizoenscoronavirus, anderen wel 22 keer. Dat had te maken met hoe vaak iemand toevallig in aanraking kwam met een virus, maar ook met hoe snel de immuniteit verdween.

„We zagen dat mensen al snel weer vatbaar waren, soms al na een half jaar maar regelmatig na een jaar raakten ze opnieuw geïnfecteerd met hetzelfde virus”, zegt arts-onderzoeker Arthur Edridge van het Amsterdam UMC, eerste auteur van het artikel. „Omdat dit geldt voor alle vier seizoenscoronavirussen, die genetisch heel verschillend zijn en ook andere aangrijpingspunten hebben in het lichaam, verwachten we niet dat het met Covid-19 anders zal verlopen.”

Onschadelijk maken

De hamvraag is dan of de infectie bij de tweede of derde keer milder verloopt. Daarover is nog geen betrouwbare uitspraak te doen, zegt Edridge. „In ons onderzoek was het aantal deelnemers daarvoor te klein.”

Het relatief snel verdwijnen van antistoffen kan ook de coronavaccins parten gaan spelen die nu in alle haast ontwikkeld worden. Misschien blijkt het straks het wel nodig om mensen jaarlijks of zelfs halfjaarlijks opnieuw in te enten voor een goede bescherming.

Daarom wijzen immunologen erop dat een vaccin niet alleen de aanmaak van antistoffen tegen het coronavirus moet stimuleren, maar dat het ook de afweer door witte bloedcellen activeert. Het immuunsysteem bestrijdt virussen op twee manieren: met antilichamen en cellen. Zonder die cellulaire afweer is de verdediging tegen het virus niet compleet, komt nu steeds duidelijker naar voren.

Een Australisch onderzoek dat maandag gepubliceerd is in het vakblad Nature Medicine laat zien dat Covid-patiënten tijdens de infectie inderdaad niet alleen antistoffen aanmaken tegen het virus, maar dat bij hen ook een aantal specifieke immuuncellen in het geweer komen. De Australiërs lieten vervolgens zien dat er onder de 41 onderzochte patiënten grote verschillen waren in de hoeveelheden en de sterkte van de antistoffen tegen het coronavirus, maar dat de ‘hulp’ van afweercellen uiteindelijk bepalend was voor het vermogen van de lichamelijke afweer om het coronavirus onschadelijk te maken.