Frank Vandenbroucke: „Het is onrechtvaardig als alle economische schokken opgevangen worden in de pensioenen.”

Foto Bob Bronshoff/ANP

Interview

‘Zoveel onzekerheid bij het nieuwe pensioenstelsel is onrechtvaardig’

Frank Vandenbroucke | Hoogleraar en adviseur pensioenen

Het nieuwe pensioen zou mensen meer zekerheid moeten geven, zegt hoogleraar Vandenbroucke. Hij bepleit extra afspraken.

Het nieuwe pensioenstelsel dreigt onnodig onzeker te worden voor werknemers en gepensioneerden. Daarvoor waarschuwt Frank Vandenbroucke, oud-minister van Pensioenen in België en nu universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, gericht op sociaal beleid in Europa. Hij heeft de Nederlandse pensioenplannen geanalyseerd in opdracht van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66).

Dinsdag debatteert de Tweede Kamer met Koolmees over zijn pensioenplan. Onlangs bereikte de minister overeenstemming met werkgevers en vakbonden over de uitwerking van het pensioenakkoord dat zij vorig jaar hadden gesloten.

Lees ook: Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

Het werknemerspensioen wordt de komende zes jaar grondig veranderd, is afgesproken. Pensioenfondsen gaan geen toekomstige uitkering meer beloven. Werknemers krijgen op een ‘persoonlijke pensioenrekening’ vooral te zien hoeveel vermogen ze tot dan hebben gespaard. Over de hoogte van de toekomstige uitkering worden alleen nog maar voorspellingen gedaan.

Oppositiepartijen SP en 50Plus noemen het daarom een onzeker ‘casinopensioen’. Zo negatief is sociaal-democraat Vandenbroucke niet. Hij vindt het goed dat de persoonlijke rekeningen een einde maken aan de „hopeloze discussies” over verdeelregels.

Bovendien zag Vandenbroucke al langer dat het Nederlandse pensioenstelsel zijn „glans verliest”. „Als je kijkt naar de koopkracht van 65-plussers, deed Nederland het in 2007 heel goed. Sindsdien is het ingehaald door Frankrijk en Duitsland. En Denemarken en België zijn ongeveer op hetzelfde niveau gekomen.”

Dramatische verslechtering

Daarom vindt Vandenbroucke het „heel wijs” dat het ledenparlement van vakbond FNV een week geleden instemde met het uitgewerkte pensioenakkoord. Maar hij zegt ook: „Ik denk dat er nog heel wat werk aan is.”

Want werkgevers en vakbonden hebben níét afgesproken wat er gebeurt bij langdurige economische tegenslag. Als werkgevers dan niet bereid zijn om de pensioenpremie te verhogen, zal de verwachte pensioenuitkering van Nederlanders dramatisch verslechteren, laten berekeningen zien.

„Deze vraag moet echt besproken worden”, zegt Vandenbroucke. Wat doe je bij heel ongunstige omstandigheden om mensen toch een minimaal, goed pensioen te geven?”

Op verzoek van Koolmees schreef de hoogleraar een analyse over zekerheid en solidariteit in het nieuwe pensioen. Daarbij kon hij zich alleen baseren op de hoofdlijnen uit het pensioenakkoord van vorig jaar. Want toen hij zijn rapport begin vorige maand inleverde, werd nog onderhandeld over de uitwerking. Nu Vandenbroucke ook de details kent, vertelt hij in een interview graag wat er beter kan.

„Ik wil niet zeggen: het moet zo en zo”, zegt Vandenbroucke. „Het is niet mijn bedoeling om Tweede Kamerleden bij het handje te houden. Maar als je wilt dat het pensioen zekerheid biedt, dan moeten mensen ook de geruststelling hebben over wat er gebeurt zodra er écht slechte economische omstandigheden komen.”

Lees ook het hoofdredactioneel commentaar: Nieuw stelsel biedt reëler zicht op het latere inkomen

Hoe groot die gevolgen kunnen zijn, blijkt uit doorrekeningen van het nieuwe pensioen door dertien pensioenfondsen. Koolmees stuurde die vorige maand naar de Tweede Kamer.

Vandenbroucke wijst op een berekening van het geanonimiseerde ‘Pensioenfonds A’. „Een 25-jarige die bruto 35.000 euro per jaar verdient krijgt in het verwachte economische scenario een pensioenuitkering van 28.600 euro, inclusief de AOW-uitkering. Maar in een ongunstig scenario is dat maar 16.800 euro. En in een heel gunstig scenario 72.900 euro.”

Die verschillen zijn veel te groot, vindt Vandenbroucke. Dus pleit hij voor een aanpassingsmechanisme: als het economisch slecht gaat, moeten werkgevers automatisch meer premie betalen – en als het goed gaat juist minder. „Het is onrechtvaardig als alle schokken opgevangen moeten worden in de huidige en toekomstige pensioenen. Alléén de premie verhogen is ook onrechtvaardig. Je moet de gulden middenweg zoeken.” Hier moeten nu al afspraken over gemaakt worden, vindt Vandenbroucke.

Pleit u voor landelijke afspraken? In Nederland wordt de premie bepaald in sectoren en bedrijven.

„Dat is juist. Maar over veel zaken worden wel centraal afspraken gemaakt – en terecht. Pensioen is meer dan een spaarplicht. Het is een maatschappelijk contract voor heel Nederland.”

Werkgevers committeren zich niet graag aan latere premiestijgingen.

„Ik begrijp heel goed dat werkgevers zeggen: we hebben al hoge premies. Maar je kunt die aanpassingen van de premie geleidelijk doorvoeren. En denk erom: als de premie meebeweegt, zal die uiteindelijk structureel lager worden. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar dat blijkt wel uit economische modellen.

Lees ook dit interview: Wouter Koolmees: ‘Pensioen is een héérlijk dossier’

„Als het niet lukt om deze extra zekerheid in het aanvullende pensioen te regelen, dan moet het basispensioen, de AOW-uitkering, misschien versterkt worden. Zodat daar die extra zekerheid georganiseerd wordt.”

Veel Nederlandse experts zeggen: pensioen blijft onzeker, maar straks zijn we daar transparant over. Vindt u die transparantie niet genoeg?

„Ook als ik begrijp dat mijn pensioen in een ongunstig scenario bijzonder laag wordt, is het nog niet rechtvaardig. En is dat nieuwe pensioen echt zo transparant? Ik denk dat het nog steeds behoorlijk complex is. Het is een illusie dat je mensen kunt uitleggen hoe dat precies werkt. Dat hoeft ook niet. Als ze er maar vertrouwen in hebben.”