Reportage

‘Kunnen we een tweede golf mentaal en fysiek wel aan?’

Demonstratie Zorgmedewerkers stonden zaterdag in Amsterdam stil bij collega’s die overleden aan het coronavirus of erdoor besmet raakten. Het was ook een protest. „Ik heb meerdere keren met tranen in mijn ogen gestaan.”

Actievoerende zorgverleners op de Dam
Actievoerende zorgverleners op de Dam Foto Niels Blekemolen

Het is een vervreemdende scène, zaterdag even na half vijf. Terwijl nog geen tien meter verder een vrouw verkondigt dat Jezus leeft en honderden dagjesmensen zich dicht op elkaar richting een van de twee grote winkelstraten begeven, zijn na het klinken van een gong zo’n twintig zorgverleners in witte werkkleding en een zwart mondkapje een minuut stil.

Pal voor het paleis, keurig op afstand van elkaar, in een met rood-wit lint afgezet stukje van de Dam in Amsterdam. Rode en witte rozen in hun handen, die later voor een zilveren olielamp zullen worden neergelegd. Een eerbetoon aan dertien collega’s die het coronavirus niet overleefden, en de zeventienduizend die ermee besmet zijn geraakt in de afgelopen maanden. Een moment van bezinning moet het zijn, de eerste stap naar verwerking van de zwaarste periode die ze in hun werk hebben meegemaakt. „We zijn ontzettend moe, het duurt lang voordat we dit een plek kunnen geven”, klinkt het door een megafoon.

Symbolisch wel, deze plek, zegt mede-initiatiefnemer Tanneke Goverse (47) even later. Een monumentale plek, de plek van de Dodenherdenking elk jaar. Ook al staat er maar een select groepje mensen – „in de zorg zijn we heel bang voor besmetting, of mensen moeten werken” – Goverse vindt dat ze er staan voor al hun collega’s. „We hebben dit nodig als zorgprofessionals. We hebben veel meegemaakt, nare dingen gezien en mensen in de zorg rennen daaraan voorbij, want het gaat gewoon door.”

Intense maanden

Goverse is OK-assistent en verpleegkundige bij de Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar en heeft „heel intense” maanden meegemaakt. „Ik heb nachtdiensten gehad waarbij mensen onder narcose moesten worden gebracht zonder familie om hen heen. Ja, wij waren er, als ingepakte marsmannetjes. Of dat er geen familie bij patiënten op de IC mocht, dat ze alleen konden videobellen op een tablet. Ik heb meermaals met tranen in mijn ogen gestaan.”

Je denkt: er hoeft maar één keer iets fout te gaan, en ik lig zelf op de IC

Danielle Vlug verpleegkundige

Het staat nog los van haar eigen angst het virus te krijgen, of over te dragen aan anderen. „Ik heb vier kinderen, ben alleenstaande moeder. Mijn dochter vroeg me: ‘Mam, kun je niet in de supermarkt gaan werken?’ Zo eng vond ze het. Ik dacht: stel ik ben er niet meer, of ik kan niet meer werken, hoe moet het dan?”

Danielle Vlug (26), verpleegkundige in het Spaarne Gasthuis in Haarlem, merkte pas toen de grootste piek achter de rug was, wat de afgelopen maanden met haar hadden gedaan. „In eerste instantie werk je op adrenaline: we móésten die patiënten redden. Bij het afbouwen had ik pas door wat voor aanslag op mezelf het was geweest. Ik werd uit het niets heel moe, kon 24 uur achtereen slapen. Of ik reageerde heel emotioneel op dingen waar ik normaal niet emotioneel van word: stomme dingen, gewoon een normale vraag tijdens het eten met mijn ouders.”

Foto Niels Blekemolen

Gebrekkige waardering

Het kwam dichtbij toen Vlug mensen van haar eigen leeftijd, zonder enige medische voorgeschiedenis, op de IC zag belanden. „Dat zie je niet snel. Je gaat denken: er hoeft maar één keer iets fout te gaan, en ik lig daar zelf.”

Op de Dam wordt niet alleen herdacht, ook wordt er gedemonstreerd. Alle aanwezige zorgverleners hebben wel verhalen over de grote werkdruk, gebrekkige waardering of het schrijnende tekort aan bescherming dat ze maandenlang tijdens hun werk hadden. Aanwezigen krijgen een A4’tje in de handen gedrukt met een manifest voor collega’s in de zorg: ‘Het is geen roeping, het is een VAK’. Het zorgpersoneel wil een betere cao, een einde aan de marktwerking en meer inspraak. Dat applaus was mooi en goedbedoeld, zeggen ze, maar daar kun je niet jaren mee verder.

Lees ook: hoe het halve verpleeghuis besmet was toen de testen eindelijk kwamen

„Zie ons in normale tijden óók staan”, zegt wijkverpleegkundige Rianne Hoek (43) uit Heerhugowaard. „Ik keek de debatten over de beloning van het zorgpersoneel en werd kwaad: je wordt gewoon niet gewaardeerd, terwijl we zóveel mensen op de been houden.” We zijn allemaal, zegt ze wijzend op een volle Dam, gewoon weer overgegaan tot de orde van de dag. „Als ik hier om me heen kijk, benauwt het me gewoon. Dat je denkt: jongens, hebben jullie wel doorgehad wat er aan de hánd is geweest?”

Beschermingsmiddelen

Je uitspreken over problemen in de zorg is volgens de aanwezigen nooit zonder risico. Genoeg verhalen over collega’s die hun werkgever aan de lijn hadden als ze bij een demonstratie waren geweest. Het is ook de reden dat een aanwezige zzp-verpleegkundige niet met zijn naam in NRC wil (zijn naam is wel bij de redactie bekend). Hij werkte als WAN-hoofd (van ‘weekend, avond, nacht’) in een verpleeghuis toen het coronavirus in alle hevigheid uitbrak. Maar hij kreeg in eerste instantie geen toegang tot de kleine voorraad beschermingsmiddelen, behalve op de afdeling waar daadwerkelijk al iemand corona had. Hij zag wat het met collega’s deed. „Angst voor het onbekende, huilend op de gang, mensen die riepen: ‘Ik kom niet meer terug.’”

Als ik om me heen kijk, krijg ik het benauwd. Jongens, hebben jullie wel door wat er aan de hánd is geweest?

Rianne van Hoek wijkverpleegkundige

Het was sowieso een heftige periode voor hem: hij kreeg het virus zelf ook, was twee weken goed ziek. Angstig ook, voor zichzelf, maar ook omdat hij als zzp’er heel kwetsbaar zegt te zijn. „Je wilt niet degene zijn die in zo’n instelling het virus verspreidt.” De afgelopen tijd heeft hem doen twijfelen of hij nog wel in de zorg verder wil.

Goverse heeft eindelijk wat tijd om bij te komen. Een klein beetje. Haar grootste angst is een tweede golf na de zomer. „Kunnen we dat mentaal en fysiek aan, als zorgpersoneel? Kunnen we het nog een keer opbrengen? Nu denk ik: ja, dat gaan we gewoon doen. Maar je weet het niet.”