Reportage

Dan halen we de fietsframes maar met het vliegtuig

Globalisering De coronacrisis laat zien hoe kwetsbaar toeleveringsketens zijn. Fietsenbouwer Accell kreeg opeens nauwelijks nog frames binnen. Hoe ga je daar als bedrijf mee om?

De Batavus- en Sparta-fabriek in Heerenveen.
De Batavus- en Sparta-fabriek in Heerenveen. Foto’s Sake Elzinga

Dit gaat fout, denkt Ton Anbeek. De bestuursvoorzitter van fietsconcern Accell vergadert midden februari met de directie op het hoofdkantoor in Heerenveen. Ze weten nu zeker dat het bedrijf snel zonder cruciale onderdelen komt te zitten. Zadels, naven, frames: de afgelopen weken hebben leveranciers in Azië de deuren gesloten omdat de regio in toenemende mate in lockdown is gegaan. De laatste containerschepen druppelen binnen in Rotterdam – en zicht op nieuwe toevoer is er nauwelijks.

Anbeek denkt aan zijn eigen Europese productielocaties, waar merken als Batavus, Sparta, Babboe en Carqon gemaakt worden. Maar hij weet dan ook: dit wordt een probleem voor de hele Europese industrie. „Als wij dit zien met fietsen, dan geldt het ook voor bijvoorbeeld auto’s. We wisten meteen: dit heeft enorme effecten.”

De coronacrisis heeft het thema toeleveringsketens hot gemaakt. Sinds de eerste fabrieken in China hun deuren sloten, meldde elke dag wel een industriebedrijf last te hebben van onderdelen die niet aankwamen vanwege lockdownmaatregelen. Consultants kwamen vervolgens binnen een tijdsbestek van een paar maanden met stapels economische analyses over stabielere ketens. Sommigen meldden zelfs dat we weer meer lokaal gaan produceren, nu blijkt hoe kwetsbaar de geglobaliseerde wereld is.

Lees ook: In het bedrijfsleven spoelt de coronacrisis de toekomst vooruit

Concrete voorbeelden van hóé ketens vastliepen, waren alleen lastig te vinden. Hoewel ze zelf beweerden dat de impact van de ketenproblemen enorm was, hielden alle Europese autofabrikanten het bijvoorbeeld bij vage statements. Inzicht over waar het probleem nu precies lag en hoe de supply chain managers ermee probeerden om te gaan, wilden bedrijven vaak niet geven.

Bestuursvoorzitter Anbeek van het beursgenoteerde Accell (3.400 werknemers), wil wél over het onderwerp praten. Zijn bedrijf schroefde begin maart de productie terug nadat er nauwelijks nog onderdelen binnenkwamen uit Azië. Niets om geheimzinnig over te doen, aldus Anbeek. „Misschien had de één net iets meer voorraad dan de ander, maar iedereen had hiermee te maken.”

Daarbij speelt ook mee dat Accell, dat in 2019 een omzet had van 1,1 miljard euro, zich in de crisis goed heeft weten te handhaven – en inmiddels zelfs een winnaar lijkt te worden van de coronapandemie. Na de onderdelentekorten volgde in eerste instantie nog een tweede ramp toen de vraag volledig instortte. Maar toen lockdowns door heel Europa werden afgeschaald, bleek de fiets ineens ongekend populair – ook bij beleidsmakers. Terwijl de keten zich langzaam stabiliseerde, kreeg Accell te maken met een vraag die het nog steeds nauwelijks kan bijbenen. Anbeek: „Het is een bizar jaar.”

Ruggengraat van de fiets

Zonder frame is een fietsassemblagefabriek niets. In de hal van de Batavus- en Sparta-fabriek in Heerenveen (475 werknemers), naast het hoofdkantoor van Accell, draait een groot deel van het werk om onderdelen die aan deze ‘ruggegraat’ worden vastgemaakt. Langs acht parallelle assemblagelijnen van ongeveer twintig meter lang staat een tiental medewerkers – op ruime afstand – bagagedragers vast te schroeven, wielen in voorvorken te hangen en motorsystemen te monteren. Aan het einde, als de fiets op de grond staat, volgt de finishing touch: de snelheidscomputer – klik! – vastzetten. Inpakken in karton, en de fiets kan naar de dealer.

Zo’n schok met lockdown in China en daarna de situatie bij ons, die loopt door het hele jaar door

Ton Anbeek

Frames waren, naast bijvoorbeeld zadels, een van de cruciale componenten waarbij het eerder dit jaar misging. Het onderdeel leent zich goed om te laten zien hoe een verstoring in de keten lang kan doorwerken. Accell, dat jaarlijks zo’n miljoen fietsen verkoopt, neemt de metalen constructies al jarenlang af van vijf à zes leveranciers in Vietnam en China: veelal bedrijven met hoofdkantoren in Taiwan.

Rondom Chinees Nieuwjaar – 25 januari – gooiden de eerste van die bedrijven hun deuren dicht, als gevolg van de corona-uitbraak. „Onze mensen in China kregen al vrij snel door dat dit een probleem kon worden”, zegt Anbeek. Zij waarschuwden het hoofdkantoor in Heerenveen.

Er zijn op dat moment nog wel flink wat schepen met frames onderweg naar Nederland. De vaartijd bedraagt ongeveer zes weken, dus directe nood is er nog niet.

Uit veiligheidsoverwegingen vertrekken de werknemers van Accell in China in die dagen grotendeels naar Taiwan. Vanaf het eiland proberen ze per mail en telefonisch contact te onderhouden met de leveranciers op het vasteland. Maar gedurende februari krijgen zij steeds beter door dat er geen hoop is op snelle heropening van fabrieken: ze blijven dicht.

Lees ook: 'Techbedrijf' VanMoof kan abrupte groei nauwelijks bijbenen

Afschalen tot 30 procent

Als de laatste schepen met frames en andere componenten eind februari in Rotterdam binnenkomen, is bij lange na nog geen oplossing gevonden. Anbeek en zijn collega’s in de directie zien zich op 1 maart genoodzaakt de productie af te schalen tot 30 procent. In Heerenveen lopen voortaan nog maar twee van de acht productielijnen. Drastisch, maar er valt simpelweg weinig meer te assembleren. „Er kwamen nog wel wat frames uit Taiwan binnen, en we hadden nog een voorraad. Dat was het enige wat we konden doen.”

De crisis is compleet als in maart door lockdownmaatregelen bijna alle fietsenwinkels in Europa dichtgaan. Er komen geen nieuwe bestellingen meer binnen van dealers – en dus geen geld. „Maar je moet wel cash blijven uitgeven”, zegt Anbeek. „Wij hebben voor sommige producten doorlooptijden van meer dan een jaar.”

De flexibele schil wordt afgeschaald, en het bedrijf regelt extra financiering, 50 miljoen euro. In een persbericht spreekt het bedrijf over extra maatregelen om de bedrijfscontinuïteit te garanderen. Accell blijft als een van de weinige fietsfabrikanten wel doorassembleren.

De nieuwe situatie heeft ook gevolgen voor de supply chain-afdeling. Daar proberen de medewerkers zo veel mogelijk bestellingen uit China – dat weer langzamerhand op gang komt – naar latere maanden te verplaatsen. Anbeek: „Daardoor kan je dan ook weer later betalen.”

Misschien had de één net iets meer voorraad dan de ander, maar iedereen had hier mee te maken

Ton Anbeek Topman Accell

Hoe kijkt hij terug op die spannende dagen? „Gestrest word je er niet echt van, het is je werk. Maar het was wel bijzónder spannend.” Lastig was volgens hem vooral dat totaal onduidelijk was hoe lang het allemaal ging duren: je weet niet hoe lang je vrijwel niets meer gaat verkopen, en dus ook niet hoe lang je financiële adem moet zijn.

Subsidies voor ‘groen herstel’

In april volgt al, onverwachts vroeg, de opluchting: de vraag naar fietsen explodeert nadat lockdownmaatregelen in Europa minder streng worden. Maar dat zorgt op z’n eigen manier weer voor moeilijkheden in de keten.

Zodra Europeanen zich weer meer op straat mogen vertonen, blijken ze nog net niet naar de fietsenwinkel te sprinten. Veel mensen zien de fiets plotseling als een goed vervoermiddel voor tochtjes in de omgeving, of willen ermee op vakantie in eigen land. Binnensporters die hun hobby niet meer kunnen uitoefenen wenden zich bovendien tot racefietsen en mountainbikes. En overheden in bijvoorbeeld Frankrijk en Italië kondigen fiscaal gunstige maatregelen aan voor mensen die een fiets kopen, om zo ‘groen herstel’ te faciliteren.

„We zagen dit meteen toen Duitsland op 27 april openging”, zegt Anbeek. „Er kwamen massaal bestellingen binnen van dealers. Onze voorraad liep snel naar beneden.” Cijfers die Accell half juni presenteerde, bevestigen zijn verhaal: de verkopen lagen in mei 26 procent hoger dan in diezelfde maand een jaar eerder. Het totaal aantal verkopen tot en met mei lag daarmee in 2020 slechts 5 procent lager dan een jaar eerder – niet slecht voor een bedrijf dat in maart en april nauwelijks iets verkocht. De precieze aantallen fietsen maakt het bedrijf niet bekend.

Accell moest dus opeens weer snel aan de slag. Anbeek: „Vervolgens wilden alle fabrikanten bestellingen in China juist weer naar voren halen. Maar de Chinese bedrijven hadden hun eigen bestellingen afbesteld of naar achter gezet.” Wéér blijkt de keten kwetsbaar, maar Accell wist naar eigen zeggen nog redelijk veel frames binnen te slepen. „Als je Europees marktleider bent, dan helpt dat natuurlijk. Dan heb je net iets meer te vertellen.”

De fiets bleek ineens ongekend populair, ook bij beleidsmakers

Wel zag het bedrijf zich genoodzaakt frames per vliegtuig naar de fabrieken te halen, zodat ze niet weken onderweg zouden zijn. Alleen: dat deden wel meer Europese industriebedrijven, waardoor de prijzen volgens Anbeek zo vier keer over de kop gingen. „Het is een afweging, maar soms is het nodig voor je productieplanning.”

Robotisering: productie naar Europa

Denkt Anbeek dat productieketens voortaan anders ingericht worden? „Dat proces was in de fietsindustrie al voorzichtig gaande. De eerste Taiwanese frameproducenten openen nu fabrieken in Europa. Dat komt doordat de factor kapitaal in de framefabrieken steeds groter is geworden, door robotisering en automatisering.” Het lagelonenvoordeel wordt kleiner, en dan kan je net zo goed dichtbij je afzetmarkt gaan zitten. „Dan hoef je de boot niet meer te betalen en win je zes weken. Ik denk wel dat corona dat proces gaat versnellen.”

Tot op de dag van vandaag blijft de keten haperen: nog altijd is er sprake van onregelmatige toevoer van onderdelen, als gevolg van de schok in de eerste helft van het jaar. Naast frames blijven bijvoorbeeld naven ook moeilijk leverbaar, om dezelfde redenen. De fabriek in Heerenveen draait daardoor nog altijd maar op zeventig procent, en de levertijd van sommige populaire e-bikes blijft september of oktober. Anbeek: „Dat heeft echt te maken met dat de componenten er dan gewoon nog niet zijn. Anders kon ik het bij wijze van spreken morgen maken.”

De hogere kosten die dit meebrengt, de noodzaak een nieuwe voorraad op te bouwen, de iets lagere totale verkopen en de mogelijkheid van een tweede virusgolf zorgen ervoor dat Accell de verkoopexplosie niet te uitbundig viert. Half juni maakte het bekend dat er inmiddels nóg meer afspraken zijn gemaakt met banken: Accell kan aanspraak maken op een lening van 115 miljoen euro, waarvoor de overheid garant staat. Voorlopig is pas 60 miljoen opgenomen, en het is volgens Anbeek niet zeker dat de andere helft uiteindelijk wordt gebruikt.

Lees ook: In Europa gaat men na corona op de fiets door de stad

Wanneer is de keten weer volledig hersteld? In de zomer hoopt Anbeek de fabriek in Heerenveen op te kunnen schalen naar „80, 90 procent”. Maar 100 procent zit er volgens hem zelfs dan nog altijd niet in. „Zo’n schok als deze, met eerst de lockdown in China en daarna de situatie bij ons, die loopt door het hele jaar door.”

Correctie (13-07-2020): in een eerdere versie van dit stuk stond bakfietsmerk Carqon foutief gespeld als Cargon. Dit is hierboven aangepast.