Renée Römkens

Foto Roger Cremers

Interview

‘Bekijk de pandemie ook met een genderblik’

Renée Römkens | bijzonder hoogleraar gendergerelateerd geweld

Vrouwenrechten staan onder druk door de coronacrisis, constateert hoogleraar Renée Römkens.

‘Niet omdat vrouwen het ’t allerergst hebben” – Renée Römkens zegt het er maar even bij. Ze heeft net haar zorg uitgesproken: dat er in deze coronacrisis te weinig oog is voor hoe, en dát, een crisis vrouwen anders raakt dan mannen. Op het werk, in de zorg, maar ook: thuis.

Römkens (67) is bijzonder hoogleraar gendergerelateerd geweld aan de Universiteit van Amsterdam. Begin jaren negentig promoveerde ze op het eerste Europese onderzoek naar geweld tegen vrouwen. Tot vorig jaar was ze ook directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Bij haar afscheid van dat instituut wees ze op de fragiele staat van vrouwenrechten. Want vrouwen hebben de afgelopen eeuw dan wel veel vrijheden verworven, zeker zijn die vrijheden allerminst. Sterker nog: sommige rechten liggen sinds een aantal jaar weer onder vuur.

In Polen is abortus zo goed als onmogelijk geworden. Of neem het verbond tussen het Vaticaan, Saoedi-Arabië, Rusland en de VS in de Verenigde Naties, een soort anti-abortuscoalitie, om seksuele rechten terug te draaien.

Daarbovenop heeft zich nu dus een crisis aangediend. Is dit dan het moment waarop de backlash tegen vrouwenrechten, zoals Römkens het noemt, doorzet? Via de telefoon vanuit haar huis in Amsterdam vertelt de hoogleraar over de sociale impact van deze pandemie, en over de (onbedoeld) ongelijke impact op vrouwen.

Die backlash tegen vrouwenrechten, wat is dat precies? En uit welke hoek komt die?

„Er is een toename van conservatieve politieke, maatschappelijke en religieuze stromingen, die zich politiek gezien in een toenemend aantal populistische regimes vertalen. Denk aan Brazilië met Bolsonaro, Hongarije met Orbán, de VS met Trump, Rusland met Poetin. In die regimes wordt een vorm van leiderschap gepropageerd waarin een toxische vorm van mannelijkheid zichtbaar wordt. Het is een soort ultieme uitvergroting van mannelijkheid op de meest traditionele manier.

„De emancipatie van vrouwen en van andere groepen, zoals lhbti [lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender en intersekse], bedreigen die mannelijkheid. Als reactie daarop richten ze zich acuut op vrouwen: die moeten op hun plek gezet worden. In Rusland is sinds 2017 huiselijk geweld bijvoorbeeld niet langer strafbaar. Je moet iemand daar wel bijna doodgeslagen hebben om überhaupt nog strafbaar te zijn.

„Als je naar deze landen kijkt, zie je dat vrouwenrechten daar snel op de helling gezet zijn. Het is vaak een signaal dat er meer aan de hand is in een samenleving. Het toont een gebrek aan respect voor fundamentele waarden in de democratie, die zich in vrouwenrechten materialiseren.”

In behandelcentrum Fier in Leeuwarden, dat niet in dit verhaal voorkomt, kunnen slachtoffers van (huiselijk) geweld hulp krijgen.

Foto Kees van de Veen

Verergert die terugval nu, door de coronacrisis?

„Als je kijkt wat er is gebeurd, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In Texas werd het coronavirus aangegrepen om nagenoeg een verbod op abortus te bewerkstelligen. Alle operaties die ‘geen medische noodzaak’ hadden, werden opgeschort. Volgens de staat valt abortus daar ook onder.

„Hoewel ik denk dat vrouwen, in Texas en daarbuiten, zich hun rechten niet zomaar zullen laten afpakken, staan we nu wel oog in oog met een hoop fundamentele ongelijkheden. En in het algemeen neigt een samenleving in een crisissituatie in eerste instantie naar een heel conservatieve respons.”

Waar merkt u dat aan?

„Er is onderzoek gedaan naar de ebolacrisis die in 2014 in Afrika heerste. De zorg richtte zich volledig op ebola; alle andere medische voorzieningen vielen weg. De reproductieve aspecten van de gezondheidszorg, dus zorg voor zwangere vrouwen en toegang tot anticonceptie, kwamen onder druk te staan. Dat heeft er toe geleid, en dat is gedocumenteerd in onderzoek, dat veel moeders en zwangeren overleden. ”

Maar er zullen toen toch ook allerlei andere vormen van zorg weggevallen zijn?

„Dat is absoluut waar, het zal niet het enige zijn dat weggevallen is. Maar mijn punt is: op de reproductieve aspecten van gezondheidszorg wordt vaak als eerste beknibbeld. Dat treft vrouwen meer dan mannen, zo simpel is het. Op het moment dat je gaat nadenken over hoe te reageren op een crisis, moet je je bewust zijn van welke maatregelen wie treffen.

„Op het moment dat je óók door een genderbril naar crisisbestrijding gaat kijken, zie je die ongelijke impact die een crisis, en de bestrijding ervan, op vrouwen heeft. En dan zie je dus dat maatregelen die nu genomen worden – en die ook nodig zijn, dat wil ik absoluut niet ter discussie stellen – een risico zijn. De sociale isolatie die wij allemaal moesten betrachten is bijvoorbeeld een regelrecht risico voor vrouwen die in een relatie zitten waarin al geweld plaatsvond. Of voor vrouwen die in een conflictueuze relatie zitten waarin de hel uitbrak.”

Wat is het risico van die maatregelen precies?

„In oorlogssituaties piekt huiselijk geweld altijd, blijkt uit onderzoek. Omdat mensen tot elkaar veroordeeld zijn, vaak binnenshuis. Maar ook omdat het aantal stressfactoren enorm toeneemt. Die beide elementen zijn nu ook aanwezig. We worden allemaal gevraagd veel binnen te blijven. Hoe langer dat duurt, hoe meer stress dat oplevert.

„In Engeland en Frankrijk zie je nu al een toename van huiselijk geweld. In Engeland is het aantal doden in huiselijke kring, dus vrouwen die gedood worden door hun man, verdubbeld. In Nederland hebben wij daar nog steeds geen helder zicht op, of er een toename is en zo ja, hoe groot.”

De politie deelt jaarlijks cijfers over huiselijk geweld, op lokaal niveau delen gemeentes en hulpverleners onderling nog wel eens gegevens. Römkens is daar kritisch op. „In ons omringende landen is wel een gedegen registratie voorhanden. Ik vind het zeer zorgelijk dat er nog geen betrouwbare registratiecijfers zijn en hoop dat dat snel wel het geval is.”

Want, vervolgt Römkens: „Ik kan geen reden of verklaring bedenken waarom er in Nederland in deze extreme situatie, waarin mensen tot elkaar veroordeeld zijn en binnenshuis moeten blijven, minder agressie en geweld zou zijn dan in Frankrijk en Engeland.”

Römkens zag dat in de eerste weken van de coronacrisis het in het publieke debat in Nederland maar „mondjesmaat” ging over de veiligheidsrisico’s voor vrouwen. Terwijl in Frankrijk en Engeland die risico’s juist snel werden benoemd, en er bovendien snel actie werd ondernomen om slachtoffers van huiselijk geweld te beschermen. Frankrijk introduceerde bijvoorbeeld een codewoord waarmee slachtoffers om hulp kunnen vragen.

In Nederland kan dat nu ook, werd eind april bekend. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen voortaan hulp vragen bij apotheken door het codewoord ‘masker 19’ te noemen. „Een prima actie. Beter laat dan nooit”, vindt Römkens. „Het is wel belangrijk dat het dan samengaat met een publiekscampagne, zodat het probleem met naam en toenaam benoemd wordt: grote groepen vrouwen en kinderen zijn nu extra kwetsbaar voor geweld.”

Is uw zorg vooral dat huiselijk geweld onder de radar blijft?

„Laat ik zeggen: het is een probleem dat ons zal inhalen. Het kan in verhevigde mate terug komen, omdat veel kinderen die getuige of zelf slachtoffer zijn van traumatisch geweld in huis, beschadigd raken, zonder ergens naartoe te kunnen met hun verhaal. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties waarschuwde dat huiselijk geweld tegen vrouwen wereldwijd uit de hand loopt. De vraag is bovendien of de hulpverleners in Nederland, zoals Veilig Thuis of de politie, hier voldoende op zijn voorbereid. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de bottleneck vaak zit in beperkte capaciteit en deskundigheid. Op Nederlandse politieopleidingen heeft huiselijk geweld in de loop der jaren bijvoorbeeld minder aandacht gekregen.

„De coronacrisis laat de zwakke plekken in een samenleving zien. Het scherpt een aantal sociale ongelijkheden aan. Daarom is het urgent dat op korte termijn over sociale aspecten van de pandemie wordt nagedacht. Dat geldt overigens niet alleen voor veiligheid.”

Waarvoor nog meer?

„Het arbeidsverdelingsvraagstuk, bijvoorbeeld. In tijden van economische crisis zijn het vaak de parttimers die er als eersten uitvliegen. Dat zijn voor een groot deel vrouwen. Het kan ertoe leiden dat veel vrouwen hun baan kwijtraken en weer meer binnenshuis aan huishoudelijke en zorgarbeid gaan doen.

„Ik pleit er dan ook voor om die genderblik in het bestrijden van de pandemie mee te nemen. Het gaat over een fundamenteel verdelingsvraagstuk in de samenleving. Hoe kijken wij naar arbeid in de samenleving, naar betaalde en onbetaalde arbeid, en wie doet wat. Emancipatie van vrouwen gaat over veel meer dan vrouwen alleen. Het gaat over het niet langer accepteren van sociale ongelijkheid.”