Opinie

Waar ik fout zat: mijn stondpunt

Marike Stellinga

Je hebt standpunten en je hebt stondpunten. We vertellen vaak wat we vinden, maar het is ook interessant wat we vonden. Waarover ben je van mening veranderd? Waar zat je fout? Taalkundige Wim Daniëls bedacht het woord stondpunt en sindsdien vertel ik hier elk jaar voor mijn zomervakantie over mijn stondpunt van het werkjaar. Zeker als je vaak een mening verkondigt, kan voortschrijdend inzicht interessant zijn.

Mijn stondpunt gaat dit jaar over de kwaliteit van banen in Nederland. Ik dacht dat het daarmee grosso modo wel goed zat. De arbeidsmarkt is vaak krap, dat zou werknemers onderhandelingsmacht moeten geven; de sociale bescherming van vaste werknemers is groot. Natuurlijk is me al langer duidelijk dat er te veel flexwerk en onzekere banen zijn, juist onder mensen die het meest behoefte hebben aan zekerheid.

Maar onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid opende me de ogen dat het probleem met werk breder is. Er worden hogere eisen gesteld (sneller werken, beter communiceren, meer sociale vaardigheden) maar tegelijk is er meer controle (werk je wel snel genoeg?) en minder vrijheid in hoe je je werk uitvoert. Dit geldt voor leerkrachten en verpleegkundigen maar ook voor vrachtwagenchauffeurs en sorteerders in distributiecentra. Voor de onderzoekers was het ook een eye-opener dat bij alle beroepen het werk emotioneel belastender was geworden. Juist als je meer eist, moet je mensen ook meer autonomie geven. De overheid en semi-overheid geven het slechte voorbeeld: van leraren, politieagenten, verpleegkundigen wordt meer gevraagd maar tegelijk is hun autonomie verder ingesnoerd.

Nu mijn eye-opener van het jaar: al voor de coronacrisis zakten meer mensen door het ijs. In september vroeg ik me af waarom het aantal daklozen en het aantal mensen dat onder bewind stond fors toenam na jaren en jaren van economische groei. Een rechter en een wethouder in Dordrecht lieten me zien hoe de moderne arbeidsmarkt (flexwerk) en de huidige verzorgingsstaat (waaronder de toeslagen) kwetsbare groepen nog kwetsbaarder hadden gemaakt. De grootste schuldeiser, vertelden zij, was vaak de overheid zelf. Wie grillige inkomsten heeft en niet handig is met lezen en internet heeft zo een fout gemaakt bij de aanvraag van een huur- of kindertoeslag. En een schuld bij de Belastingdienst.

Tel daar bij op de bezuinigingen, versoberingen en hervormingen van het sociaal vangnet, die de kabinetten-Rutte I en II sinds 2010 doorvoerden. Plus de schrikbarende signalen uit het onderwijs waar de kansenongelijkheid toeneemt en bijna een kwart van de vijftienjarigen niet kan lezen op een niveau dat nodig is om te kunnen functioneren als burger. En je hebt een land waar het vaker dan voorheen uitmaakt in welk gezin je wordt geboren. Waar de kloof tussen kansarm en kansrijk groter wordt. Waar de verzorgingsstaat minder begrijpelijk is geworden voor de mensen die hem het hardst nodig hebben.

‘Hoe kunnen burgers en bedrijven weer ervaren dat de overheid er daadwerkelijk voor hen is?”, stond vorig jaar in de Miljoenennota op Prinsjesdag. De afgelopen maanden heeft het crisisbeleid laten zien dat de overheid er wel degelijk kan zijn voor bedrijven en burgers. Maar waarschijnlijk krijgt kansrijk nu meer hulp dan kansarm. Dat corrigeren is de grote opdracht.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.