Reportage

Srebrenica-herdenking: ‘Ik voel soms een onbeschrijflijke woede’

25 jaar na Srebrenica Voorafgaand aan de landelijke Srebrenica-herdenking was in Rotterdam een speciale, ‘intieme’ herdenking met Bosnische Nederlanders. „Ik voel soms een onbeschrijflijke woede.”

Betrokkenen bij de herdenking van 25 jaar Srebrencia bij de Laurenskerk in Rotterdam
Betrokkenen bij de herdenking van 25 jaar Srebrencia bij de Laurenskerk in Rotterdam Foto Malee Welmers / Lokale herdenking Genocide Srebrencia Rotterdam

Niet ver van de scherpe vislucht van de markt op de Binnenrotte, verzamelt zich zaterdag aan het einde van de ochtend een klein gezelschap. Een paar uur voor de landelijke Srebrenica-herdenking in Den Haag vindt hier een speciale, ‘intieme’ herdenking plaats, bij het Stadspodium Rotterdam. Het culturele podium staat tegenover de Laurenskerk, zo ongeveer het enige min of meer middeleeuwse bouwwerk in het centrum dat na het bombardement van Rotterdam nog overeind stond.

Almir Mehmedbegovic, een van de initiatiefnemers, zwaait en begroet enthousiast. „Het idee voor deze bijeenkomst is ontstaan door een motie die de gemeenteraadsfractie van DENK vorige week indiende. Zij wilden dat Rotterdam ook voor deze herdenking vlaggen halfstok zou hangen, maar dit was puur voor het winnen van stemmen.” Bovendien duurt zo’n aanvraagprocedure twee maanden, daar was hier helemaal geen tijd voor.

De motie werd niet aangenomen. „Maar”, vult raadslid en PvdA-fractievoorzitter Co Engberts hem aan, „we vonden het wel belangrijk. We wilden er iets mee doen.” En dus werd de herdenking in een paar dagen georganiseerd.

‘Dit kan niet gebeuren’

Rotterdam kent al decennia een gemeenschap Bosniërs die hier rond de jaren 60 en 70 als gastarbeiders naartoe trok. In de jaren voor en tijdens de Bosnische Burgeroorlog (1992-1995) volgden veel familieleden, waardoor hier inmiddels enkele tienduizenden Bosnische Nederlanders wonen.

Mehmedbegovic kwam zelf in 1993 naar Nederland. Hij herinnert zich nog het voor de televisie gekluisterd zitten, kijken naar de beelden uit Srebrenica. „Ik dacht alleen maar: dit kan niet gebeuren.” Hij verloor onder meer een neef. „Hij vocht niet, want hij was met een Servische getrouwd en zou dan op zijn eigen familie schieten, zei hij.” Zijn lichaam werd pas in 2009 in een massagraf geïdentificeerd. „Hij is twee keer van graf verplaatst. Sommige doden hebben zelfs in drie graven gelegen.”

Het feit dat de Servische regering nog altijd ontkent dat er een genocide plaatsvond, is voor veel van de aanwezigen het pijnlijkst. Maar ook blijven ze streven naar erkenning vanuit Nederland, erkenning dat dit een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis is en dat daar meer aandacht voor moet zijn. Bijvoorbeeld in het onderwijs. Engberts: Het is eigenlijk vanzelfsprekend dat we hier aandacht aan moeten besteden. Dit was de grootste Europese genocide na WOII, en wij waren erbij. Het is een stuk van zowel de Bosnische als de Nederlandse geschiedenis, dat moeten mensen gewoon weten.”

Lees ook: De kinderen van Srebrenica leren thuis elk hun eigen waarheid over de genocide

Srebrenica Inferno

De herdenking wordt ingeluid met ‘Srebrenica Inferno’, een lied geschreven voor de slachtoffers van Srebrenica. Er zijn verschillende sprekers, en een Rotterdamse rapper en spoken word-artiest draagt een gedicht voor. Een van de sprekers is Adnam Delic (26). Hij behoort tot de generatie Bosnische Nederlanders die de oorlog zelf niet (bewust) heeft meegemaakt, maar wel nog altijd met vragen over de eigen familiegeschiedenis worstelt. Delic, wiens ouders in 1991 en 1993 naar Nederland kwamen vanuit een dorp zo’n 100 kilometer bij Srebrenica vandaan, is geschiedenisdocent op een middelbare school in Rotterdam-Zuid. Hij houdt zich veel met de Bosnische oorlog, de val van Srebrenica en de nasleep ervan bezig.

„Mijn generatie, de oorlogskinderen om het maar zo te noemen, hebben vaak een sterk gevoel van onrechtvaardigheid. En er missen nog heel veel puzzelstukjes, hoe en waarom dit alles gebeurd is, om voor zichzelf een sluitend verhaal te kunnen maken.” Maar hoeveel hij ook over die tijd heeft gelezen, de belangrijkste vraag lijkt onbeantwoord te blijven: waarom heeft de genocide kunnen gebeuren?

‘Onbeschrijflijke woede’

Ook Amra Zeric (25) sprak voor de menigte op het Grotekerkplein. Ze vraagt zich af waarom zoveel van de burgeroorlog onbesproken is gebleven. „Ik voel soms zelf een onbeschrijflijke woede.”

Eigenlijk is Zeric pas recentelijk in haar eigen familiegeschiedenis gedoken. Thuis werd er bijna nooit over gepraat. „Ik begon met veel lezen en documentaires kijken. Bijvoorbeeld over de concentratiekampen die werden gesticht door Bosnische Serviërs, of de verkrachtingskampen.” Daarna begon ze langzaam met haar familie, vooral haar moeder, te praten. „Ik wilde weten wat er met mijn oom was gebeurd. En of die en die ooit is veroordeeld.”

Zeric denkt dat haar familie enerzijds trots is op het feit dat zij zich hierover uitspreekt, en een licht probeert te schijnen op hun familiegeschiedenis. Maar ze zijn ook terughoudend. „Ze vragen zich af of het wel zo’n goed idee is om hier publiekelijk over te praten. Er lopen daar in Bosnië nog mensen rond die mijn familie in kampen hebben gestopt.”

De herdenking eindigt met het uitdelen van witte en rode rozen die de aanwezigen in de Delftsevaart achter het podium gooien. Voor Zeric was dit de eerst keer dat ze zich publiekelijk over de Bosnische geschiedenis uitspreekt. „En veel leeftijdsgenoten met mij hebben er interesse in, je kunt er bijna niet omheen. Maar ik voel me ook geroepen om dit te doen, want als niemand anders het doet, doe ik het maar.”

Lees ook: Rutte: Srebrenica toont wat ‘ultieme kwaad’ teweeg kan brengen