Opinie

Onderscheid naar ras is nooit ver in het recht

De Rechtsstaat

Komt het N-woord eigenlijk in vonnissen voor? Soms heb je zomaar een voorgevoel. Gauw ‘neger’ op rechtspraak.nl ingevoerd. Daarna struikel je inderdaad over allerlei racistische taal. Alleen is het bewijstechnisch verplicht om strafbare feiten met precisie weer te geven. Dus ontkomt de rechter niet aan aanstootgevende termen.

Maar je komt in vonnissen ook politieverhoren tegen waarin ‘neger’ juist feitelijk, beschrijvend gebruikt wordt. „Mijn broer en de neger stapten in.” In één vonnis, rechtbank Assen 2012, werd het 32 keer aldus gebruikt. In een Groningse zaak uit 2010 acht keer. Op het bureau was (en is?) het N-woord dus gewoon in gebruik. En de officier stuurt die taal door aan de rechtbank; de rechter citeert eruit in het vonnis. Zouden ze daar ooit iets tegen elkaar over hebben gezegd? Het gebruik van het N-woord is immers strafbaar als het discriminerend wordt gebruikt. Mijn favoriete uitspraak gaat over de personeelsman die in 2014 (rechtbank Gelderland) z’n chef aldus dacht te adviseren over een sollicitant: „Heb nog even gekeken is niks. Ten eerste een donker gekleurde (neger). En op zijn cv weinig tot geen ervaring met computers enz.” De man stuurde de mail niet aan de baas, maar naar de sollicitant. Resultaat: 40 uur werkstraf. Intussen tikt een politie-ambtenaar één justitiedeurtje verder. „Ik zag plotseling een andere neger komen aanrennen van de Febo.” Dat lijkt mij niet sporen.

Maar ik moest wel meteen denken aan de zaak van de ‘Hollende Kleurling’, een arrest uit 1977 van de Hoge Raad, waarmee etnisch profileren destijds ferm werd verboden. In wit Nederland van toen iets nieuws: profileren deed de agent nog op uiterlijk, sekse en klasse. Dit betrof een Surinaamse man die een Amsterdams drugscafé verliet en het op een hollen zette. Dat bracht twee agenten ertoe hem staande te houden en te fouilleren. Zo iemand zal wel drugs op zak hebben. Maar waren die ‘feiten en omstandigheden’ juridisch voldoende?

De Hoge Raad vond toen van niet – een ‘hollende kleurling’ die een drugscafé verlaat levert daarmee geen gerechtvaardigd vermoeden van drugsbezit op. Het bewijs was onrechtmatig. In 1983 ging de Hoge Raad in het Damrak-arrest om. Agenten mochten toen wél aan „wegrennende negers” na een ontmoeting met „blanken” een vermoeden van schuld aan drugshandel verbinden. Sindsdien kreeg politie-instinct de ruimte en is etnisch profileren ontspoord – zwart zijn en op je gemak een dure auto besturen is nu al genoeg.

Lees ook: Veel agenten vinden etnisch profileren volstrekt normaal

In het migratierecht werd onderscheid maken op basis van ras juridisch verankerd toen in de 19e eeuw bezwaren ontstonden tegen de komst van Chinezen naar de VS. Dat lees ik bij Thomas Spijkerboer op verblijfblog.nl, die de Chinese Exclusion Act uit 1882 opdiept. Daarin werd voor het eerst vastgelegd dat een soevereine staat onderdanen van andere herkomst mag weigeren. Minder Chinezen? Het werd geregeld. Het Amerikaanse beginsel werd snel overgenomen elders in de wereld. Tot dan waren reisbeperkingen, toelatingseisen en uitwijzingen tussen staten nog ongebruikelijk. Sinds de 16e eeuw had eigenlijk iedereen vrij toegang tot elkaars grondgebied. Reizen, handelen, zich vestigen – het was juridisch prima in orde. Inheemse groepen werden niet geacht zich er tegen te verzetten. Deden ze dat toch, dan mochten de kolonisten zich verweren. Het internationaalrechtelijke leerstuk dat met de Chinese uitsluitingswet wordt toegepast (het is inherent aan staatssoevereiniteit dat staten vreemdelingen mogen weren) „is uitgedokterd om wetgeving die evident racistisch was te rechtvaardigen”, concludeert Spijkerboer. Goed om te weten.

Dat racisme in het migratierecht nooit ver is werd nog in 2016 gedemonstreerd door het VVD-Kamerlid Bosman die de vestiging van Caribische Nederlanders in Nederland wilde beperken. Dat wetsvoorstel maakte verboden onderscheid naar afstamming, wat telt als rassendiscriminatie. Het trof immers alleen Nederlanders op Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Bonaire. De Kamer wees het af – hoewel VVD, PVV, SGP vóór stemden. Minder Antillianen, minder Chinezen – het recht kruipt soms waar het niet gaan kan. Maar sommigen blijven het proberen. Onderscheid naar ras lonkt.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.