Opinie

Nog altijd wachten we op een corona-app

Rosanne Hertzberger

Soms vraag ik me af wanneer de eenentwintigste eeuw gaat beginnen. Neem de coronamaatregelen. De belangrijkste diagnostiek vindt plaats door middel van een qPCR-test die is uitgevonden in de jaren negentig, eventueel aangevuld door een thermometer (uitgevonden in de achttiende eeuw) en een CT-scan (jaren zeventig). En het enige geneesmiddel waar daadwerkelijk van bewezen is dat het enigszins het sterven kan voorkomen is dexamethason, een bijnierschorshormoon, ontwikkeld in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Verder leunen we vooral op het eeuwenoude infectiepreventierecept: handen wassen en afstand houden, met een schaamlapje voor onze neus en mond. Eventueel een lockdown als verwoestend paardenmiddel voor als het echt uit de hand loopt. Alsof we middenin de Spaanse griep-uitbraak zitten in plaats van in een pandemie anno 2020.

De eenentwintigste eeuw staat heus te dringen aan de poort. De innovatieve vaccinatietechnologie die de mogelijkheid in zich draagt om snel in te springen bij dit soort acute pandemieën is al jaren beschikbaar. Er zijn allerhande vector-, DNA- en RNA-vaccins die dolgraag hun kunsten willen vertonen, maar de vooruitgang gaat tergend langzaam. Wie iets nieuws wil ontwikkelen, heeft vooral een ontstellende hoeveelheid geduld en kapitaal nodig.

Wat ook opvalt is dat niemand, geen investeerder, geen contractonderzoeksorganisatie, geen farmaceutisch bedrijf, ook maar enig belang lijkt te hebben bij het uit de prullenbak vissen van oude middelen en ze opnieuw uit te vinden als veilige, betaalbare en beschikbare coronabehandeling. Dat soort onderzoek, dat patiënten het leven redt, drijft op academisch knutselwerk aangevuld met wat liefdadigheid. Hopelijk verandert corona daar nu iets in.

De grootste teleurstelling was nog wel de gebrekkige inzet van informatietechnologie in de coronabestrijding. De telefoon ondersteunt ons bij elke stap in het leven. Verzin het en er is een app voor: administreren, bankieren, sociale contacten, daten, sporten, shoppen, eten, slapen. Ons hele sociale leven zit in die telefoon. Als er een kind kwijt is, krijgen we een appje. Als er een grote brand is in de buurt ook. Maar als we in de nabijheid zijn geweest van een coronabron blijft het oorverdovend stil.

Toen tijdens een van de persconferenties minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) alleen al het voornemen van een corona-app uitsprak, haalde men bijna collectief de neus op. Bah! riepen we in koor. Wij delen onze data, onze locatie, ons adres en telefoonnummer, ons complete netwerk, onze foto’s, onze life events ruimhartig met de grootste wereldontwrichtende bedrijven, ten behoeve van hun omzet en winst. Maar een snippertje data delen met onze eigen overheid ten behoeve van de volksgezondheid? Wat een misselijkmakend idee.

Voor het contact- en traceerwerk blijft de GGD leunen op het ouderwetse handwerk. Bij een positieve test gaat een medewerker uitgebreid een enorme hoeveelheid data verzamelen en uw contacten bellen. Het staat u uiteraard vrij om daar even de Google Calendar, Google Maps, Gmail of Microsoft Outlook bij te pakken om uw geheugen een beetje te helpen, want we weten allemaal dat zij weten wat de GGD niet weet.

Dat handwerk, dat zie je natuurlijk van ver aankomen, schiet tekort zodra het aantal gevallen weer gaat toenemen. Maar alles beter dan een corona-app. Het is bij 1.500 mensen heel voorzichtig uitgeprobeerd, maar moet nog langs de Autoriteit Persoonsgegevens en langs wetenschappers die kritisch zullen beoordelen of er wel genoeg wetenschappelijk bewijs is voor zo’n volksgezondheidsinterventie (uiteraard niet).

Vergelijk dat met Android en Apple die – zonder het vriendelijk te vragen of überhaupt duidelijk te communiceren – de functionaliteit om corona-apps te ondersteunen alvast bij de volgende update op uw telefoon installeren. Er kraaide geen haan naar, we zijn niet anders gewend van Silicon Valley.

Komt die app er? Het wordt spannend. In een land dat nog steeds met rood potlood verkiezingskaarten invult en waar elke digitale innovatie van de overheid kapot wordt bekritiseerd, is het maar de vraag of die eenentwintigste eeuw ooit gaat aanvangen. Ik hoop het, want we hebben die straks keihard nodig.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.