Opinie

In het herdenken van Srebrenica hoeft Nederland niet machteloos te zijn

Genocide

Commentaar

Machteloosheid. Het is een woord dat vaak viel deze week. Een kwarteeuw na de val van de ‘veilige’ enclave Srebrenica, die leidde tot een massamoord op ruim achtduizend Bosnische moslimmannen, herdenkt Nederland de tragische gebeurtenissen. Het was immers het Nederlandse bataljon Dutchbat dat in naam van de Verenigde Naties in het gebied was gestationeerd. Zo werd – en bleef – het óók een Nederlands trauma. Met machteloze militairen die het drama niet konden voorkomen.

Dat Nederlandse perspectief is veelvuldig aanwezig bij de vele vormen waarin Srebrenica wordt herdacht. Deze zaterdag, bij de officiële herdenking in Srebrenica, is er geen fysieke Nederlandse vertegenwoordiging vanwege corona, maar spreekt premier Mark Rutte (VVD) in een videoboodschap – net als de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) is aanwezig bij de jaarlijkse herdenking op het Plein in Den Haag.

Ook veel media richtten hun blik op Nederland. In het beklemmende televisiedrieluik van Coen Verbraak kwamen deze week oud-Dutchbatters aan het woord over hun ervaringen in juli 1995. Over hoe ze in aanloop naar 11 juli werden afgeknepen van voedsel, werden omsingeld door Bosnische Serviërs. Over hoe ze machteloos moesten toezien hoe de enclave onder de voet werd gelopen – en er niets tegen konden doen.

In een interview met NRC herhaalde toenmalig bataljonscommandant Thom Karremans zijn standpunt over de missie, die volgens hem een „mission impossible” was en ten onrechte is „afgeschoven op de schouders van de mannen en vrouwen van Dutchbat”. Hij vindt het „terecht” dat ze boos zijn. „Ik ben ook boos.”

Of die opstelling illustratief is voor hoe Nederland terugkijkt op Srebrenica is moeilijk te zeggen. Wel vertegenwoordigt Karremans’ stem een groep die op sociale media vocaal is en zegt: Nederland treft geen blaam, het wordt tijd voor een herweging van die geschiedenis, we moeten af van het idee dat Srebrenica een ‘schandvlek’ is.

Jongere generaties doen dat anders. Zij richten de blik juist op de slachtoffers en nabestaanden van de genocide. De val van Srebrenica, „een podcast over genocide” is gemaakt met het oog op jongeren. De makers (beiden 29) willen luisteraars zonder voorkennis meenemen in de gruwelen van de volkerenmoord – zónder te veel nadruk op die schuldvraag te leggen. Een van hen liet in een interview met NRC optekenen dat de balans volgens hen wel heel vaak doorslaat naar het Nederlandse perspectief.

Tegelijk schreef de krant ook over het collectief Bosnian Girl, van vier Bosnische Nederlanders. Jonge mensen die de campagne Srebrenica is Nederlandse geschiedenis lanceren, omdat ook zij vinden dat Srebrenica in het collectieve geheugen van Nederland thuishoort. Uit onderzoek blijkt dat er in het Nederlandse onderwijs weinig aandacht is voor de gebeurtenissen in Srebrenica, en dat het thema vaak wordt behandeld vanuit het perspectief van Dutchbat .

Herdenken is ook onthouden. Herinnerd blijven aan het verleden, opdat we niet vergeten en de geschiedenis zich niet herhaalt. De vraag is wat we onthouden. En welke plek Srebrenica in ons collectieve geheugen krijgt.

Als de afgelopen vijfentwintig jaar íéts heeft laten zien, is dat het verhaal over de nasleep van Srebrenica het verhaal is over telkens nieuwe onthullingen, nieuwe feiten en daarmee nieuwe perspectieven. Eerst was er het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), dat jarenlang onderzoek deed en een dik rapport afleverde. Het tweede kabinet-Kok trok zijn conclusies en trad in april 2002 af.

Langzaam kwam er ruimte voor mededogen met Dutchbat. In 2006 rehabiliteerde toenmalig minister Henk Kamp (Defensie, VVD) het bataljon en gaf daarmee ruimte aan de manschappen om hun eigen trauma’s te verwerken. Langzaam helt dat beeld zelfs voorzichtig naar slachtofferschap: de missie was „eigenlijk onuitvoerbaar”, zei oud-Defensieminister Jeanine Hennis (VVD) in 2016. Ze gaf daarmee ruimte aan het narratief dat de val van de enclave onvermijdelijk was.

Dit jaar viert Nederland 75 jaar vrijheid. Dat geldt voor Nederland en voor de grootste delen van Europa. Maar niet voor Bosnië, waar vijfentwintig jaar geleden een etnische groep categorisch werd vermoord. Dat we dat niet moeten vergeten, zal niemand betwisten. Maar wordt het niet tijd om af te stappen van de schuldvraag en de nadruk van de herdenking te verleggen naar de genocide? In de keuze wát we herdenken, hoeft Nederland niet machteloos te zijn.