Necrologie

Jack Charlton kopte meer dan misschien goed voor hem was

Necrologie | Jack Charlton (1935-2020), oud-wereldkampioen Met de dood van Jack Charlton verliest het Engelse maar zeker ook het Ierse voetbal een kleurrijk figuur. De weinig subtiele verdediger van Leeds United verraste later als succesvol bondscoach van The Green Army.

Jack Charlton in 1969 in het witte shirt van Leeds United in duel met zijn jongere broer Bobby van Manchester United.
Jack Charlton in 1969 in het witte shirt van Leeds United in duel met zijn jongere broer Bobby van Manchester United. Foto AP

Hij was de vierde oud-speler met dementie van het Engelse voetbalelftal dat in 1966 voor het eerst en het laatst wereldkampioen werd. Bijgenaamd ‘De Giraffe’ vanwege zijn lange nek. Hoog torende Big Jack boven alles en iedereen uit. Vrijdag overleed hij op 85-jarige leeftijd, zo maakte zijn familie zaterdag bekend. Alle competitiewedstrijden in het VK en Ierland werden en worden dit weekend voorafgegaan door een minuut stilte.

Jack Charlton leed ook aan lymfeklierkanker en had met veel drank en sigaretten sowieso zijn gezondheid op het spel gezet. Maar door de dementie begaf hij zich in een triest rijtje van gevallen wereldkampioenen. Nobby Stiles, Martin Peters en Ray Wilson lijden of leden (Peters overleed vorig jaar, Wilson in 2018) aan dementie en konden zich in 2016 op de 50ste verjaardag van die beroemde WK-finale op Wembley niets meer herinneren.

Onderzoek

De ziektebeelden leidden na het jubileumfeest tot speciale aandacht en onderzoek van de Engelse voetbalbond. Onder leiding van de vorig jaar (niet aan dementie) overleden oud-doelman Gordon Banks werd de ziekte extra onder de aandacht gebracht. Was het toeval dat drie (en met Jack Charlton later vier) van de elf basisspelers dementie kregen? Al die kopduels in al die jaren topvoetbal – en met name verdediger Charlton had er een patent op – moesten wel leiden tot hersenbeschadiging.

Neurowetenschappers zijn het er wereldwijd over eens: het vele koppen tegen toen nog zware, leren ballen was hoe dan ook slecht voor de gezondheid. Maar vier van de elf wereldkampioenen die later aan dementie lijden, is statistisch wel een erg hoge score.

Oud-mijnwerker Jack Charlton was als voetballer en trainer niet het type om te piekeren over oorzaak en gevolg. Een verdediger met beperkte kwaliteiten – „Ik kan niet voetballen, maar wel voetballers tegenhouden” – die pas op zijn 29ste tot zijn eigen verbazing debuteerde in de Engelse nationale ploeg. „Ik kies niet de beste spelers , maar het beste team”, verklaarde bondscoach Alf Ramsey desgevraagd.

Als international speelde hij, hoewel een kop groter, in de schaduw van zijn jongere, meer talentvolle broer Bobby Charlton, de kleine kale leider die in 1958 als een van de spelers van Manchester United de vliegramp in München overleefde.

De omhelzing van de twee broers na de gewonnen WK-finale was ontroerend. Hoewel Jack minder emotioneel was dan captain Bobby. Niet de wereldtitel in 1966 maar de landstitel met zijn grote liefde Leeds in 1969 beschouwde hij als zijn sportieve hoogtepunt. Zijn hele profcarrière, van 1952 tot 1973, speelde hij in het witte shirt van Leeds. Met 773 officiële wedstrijden is hij er nog altijd (gedeeld) recordhouder.

Ereburger

Bobby schopte het tot Sir, Jack werd ereburger van Ierland – en was daar zeer trots op. Vandaar ook het grote verdriet in Dublin en omstreken dit weekend. Want de trainersloopbaan van Jack Charlton kende zijn hoogtepunt tussen 1986 en 1996, toen hij The Green Army leidde naar ongekende successen.

Lees ook:Over het leven na de wereldtitel van 1966

Charlton, die het bondscoachschap van het Engelse elftal net was misgelopen, presteerde in Ierse dienst erg goed. Met beperkte middelen behaalde hij in 1990 de kwartfinale op het WK. Dankzij Charlton werd Ierland, het land van rugby en hurling, voetbalgek in die jaren.

Vanwege de matige kwaliteit van het Ierse voetbal zocht Charlton naar inventieve manieren om het niveau op te krikken. Hij strikte spelers met de Engelse nationaliteit die toevallig Ierse voorouders bleken te hebben. Ze gingen allemaal door het vuur voor de trainer met de onafscheidelijke geruite pet die op EK’s en WK’s steevast een hengel meenam. Naast jagen was vissen zijn grote hobby.

Drie keer speelde Ierland in die periode op een groot toernooi tegen Nederland. En altijd was Charlton de beminnelijkheid zelve. Persconferenties hield hij het liefst zo kort mogelijk. Tactisch gezever was niet aan hem besteed, dus zei hij meestal na een paar minuten: „Ik heb trek in een biertje.”