‘We hebben dit jaar nog niet veel verdiend. Ik heb twee staven verkocht’

Spitsuur Kunstenaars Frank Bezemer en Margriet Smulders werken eigenlijk altijd, maar corona heeft het leven een stuk rustiger gemaakt. „Zo langzamerhand beginnen we wel te balen van de crisis, hoor.”

Foto’s David Galjaard

Margriet: „Hoe druk wij het hebben? Wij werken altijd.”

Frank: „Zelfs in onze vakanties. Dan maken we foto’s voor ons werk of we hebben ergens een expositie. Of we gaan naar een museum om inspiratie op te doen.”

Margriet: „Echte vakanties vinden we saai. Dan ga je van die toeristische dingen doen. Als je werkt, heb je echte contacten.”

Frank: „Dan zie je geen standaards met ansichtkaarten en kom je bij mensen thuis.”

Margriet: „Er hangen dertig werken van mij in Nederlandse ambassades. Ik maak foto’s van bloemen, met behulp van een spiegel en water.”

Frank: „In februari waren we vijf weken in Italië, als artists in residence. Daar hebben we onder meer Palazzo Farnese en Villa Lante bezocht, ook om de plafonds te bestuderen, want Margriet wil vaker plafondschilderingen maken.”

Margriet: „Onze kinderen zijn ook kunstenaar. Onze dochter Lola is beeldend kunstenaar en onze zoon Boris is componist. We coachen elkaar, want als kunstenaars loop je vaak tegen dezelfde dingen aan.”

Frank: „Ons beroep is een roeping, werk en privé lopen volledig door elkaar.”

Margriet: „Vorig jaar wilde ik heel graag meer plafondschilderingen maken, maar kwam daar niet verder mee. Ik was een beetje burned-out. Ik heb toen veel gewandeld, gesprekken gevoerd, ik ben gaan schilderen en ik ben danseressen boven mijn spiegel gaan fotograferen die als engelen naar boven vliegen. Dat heeft me er weer bovenop geholpen. Ook de coronacrisis hielp daar bij, want er vielen allerlei verplichtingen weg. Het leven is nu rustiger.”

Dromerigheid

Margriet: „Frank en ik hebben elkaar in 1983 leren kennen op de kunstacademie in Arnhem. Ik studeerde psychologie in Nijmegen en deed ’s avonds de kunstacademie. Beide studies heb ik afgemaakt. Ik deed psychologie omdat mijn vader en zus psychische problemen hadden, ik wilde hen beter begrijpen. Maar ik kwam er achter dat veel mensen niet geholpen kúnnen worden. Toen mijn zus een einde aan haar leven had gemaakt, besloot ik voor mezelf te kiezen en kunstenaar te worden. In kunst kan ik mijn dromerigheid kwijt.”

Frank: „Ik heb na de middelbare school gewerkt en na een reis naar Mexico en Guatemala ben ik naar de kunstacademie gegaan. In 1986 verkocht ik mijn eerste werk, daarna had ik een expositie in Enschede, waarmee ik NRC Handelsblad haalde, als Tip van de Week. Ik maakte in die tijd samengestelde sculpturen. Daarnaast heb ik een tijdje illustraties gemaakt voor de wetenschapsbijlage van NRC. Ik won prijzen, maar de verkoop vlotte niet. Toen ben ik me op het Nederlandse cultuurlandschap gaan richten. In 2012 heb ik de kleinste sculptuur in de openbare ruimte in Nederland gemaakt: een brons van 10 centimeter hoog. Dat staat op een rotonde in Hendrik Ido Ambacht.”

Margriet: „Het is hinderlijk én leuk om hetzelfde beroep te hebben. Het levert af en toe een conflict op. Maar zo houden we elkaar scherp.”

Frank: „Het leuke eraan is dat we veel samen naar musea en naar klanten gaan. In de auto voeren we dan goede gesprekken, omdat we allebei even niet aan het werk zijn.”

Sinterklaasgedicht

Margriet: „Zo langzamerhand beginnen we wel te balen van de crisis, hoor. In Slot Zeist had ik een tentoonstelling met 31 kunstwerken voorbereid, de werken moesten alleen nog opgehangen worden. En toen kon ik na drie maanden alles weer komen ophalen. Dat was een grote teleurstelling.”

Frank: „Van mij ging een expositie in het Grenslandmuseum in Dinxperlo niet door.”

Margriet: „Ik ben weer druk aan het fotograferen. Ik maak nu foto’s van margrieten die ik zo bij elkaar leg dat het wolken lijken.”

Frank: „Mensen zeggen weleens: met werk van Margriet in huis hoef je niet meer met vakantie.”

Margriet: „Die bloemen haal ik uit de tuin bij ons atelier en uit de tuin van een kennis. En soms bij de bloemist.”

Frank: „De laatste jaren heb ik veel staven van berkenhout gemaakt, die ik in verschillende kleuren verf. Ik wil nu een staf uit 2015 die maatstaf heet en anderhalve meter hoog is onder de aandacht brengen, een verwijzing naar de coronasamenleving.”

Margriet: „We hebben allebei een atelier in een oud meisjespensionaat, heel dicht bij ons huis. Aanvankelijk woonden we daar ook. Onze zoon is er geboren.”

Frank: „We hebben dit jaar nog niet veel verdiend. Ik heb twee staven verkocht.”

Margriet: „Doordat een expositie van mij in Rucphen na zeven weken weer openging, heb ik nog wat werken verkocht. Hoe de rest van het jaar zal verlopen, weet ik niet.”

Frank: „Als we in paniek raken over onze financiën, lees ik altijd een sinterklaasgedicht voor dat onze dochter ooit maakte. Met zinnen als: ‘Kom tot rust en geniet, je gaat heus niet failliet.’ We proberen vertrouwen te hebben en dat is soms lastig.”

Margriet: „Omdat ik tot en met april geen inkomsten had, heb ik gebruik kunnen maken van de TOZO-regeling.”

Frank: „We geven nu alleen nog geld uit aan goed eten. En aan materialen en museumbezoek.”

Margriet: „Bij tegenslag kijk ik wel eens uit naar mijn AOW. Al zou ik niet weten wat ik anders moest doen dan kunst maken. Nou ja, meer relaxen.”

Frank: „Dat willen we al tientallen jaren. Doorgaan met kunst maken is het uitdagendste perspectief. Ik denk dat wij geen cursus nodig hebben om te leren wat we moeten doen na onze pensionering.”