Opinie

Verpest groene stroom de natuur?

Het landschap wordt te veel aangetast door windmolens en zonneparken, vindt Sonja van der Meer. Volgens Laetitia Ouillet ontkomen we er niet aan windparken aan te leggen. Een twistgesprek onder leiding van .
Twistgesprek

Als je van de natuur houdt, ben je ook voorstander van groene stroom, toch? Niet altijd, blijkt. Verzet tegen de komst van windmolens en parken vol zonnepanelen, zoals in Flevoland om nieuwe datacentra waarover NRC recent berichtte van stroom te voorzien, is er ook bij natuurliefhebbers. Omdat windmolens lelijk zouden zijn, de stilte verstoren en vogels doden met hun wieken. Vogelhakselaars worden ze om die reden ook wel genoemd. Onder zonnepanelen, aangelegd in natuur, op water of op boerenland, groeit niet vanzelfsprekend meer iets.

Laetitia Ouillet en Sonja van der Meer twisten over de stelling: de opwekking van groene stroom verpest de natuur.

LO is Laetitia Ouillet en SVDM is Sonja van der Meer.

SvdM: „Ja, het landschap wordt aangetast door de opwekking van groene stroom. Windmolen- en zonneparken hebben grote impact op de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving. Bij de keuze waar deze parken komen, speelt dit nauwelijks een rol. Wie betaalt, bepaalt, lijkt het. Deze kortetermijnstrategie is volgens mij funest voor ons landschap.”

LO: „In het verleden is het misschien te vaak gebeurd dat de betaler bepaalde. In het huidige proces zijn inwoners, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties betrokken bij de zoektocht naar gebieden voor duurzame energieproductie. Het is een stuk democratischer geworden en landschappelijke aspecten worden meegewogen in het besluit om een windmolen of zonnepark te plaatsen.”

SvdM: „Grappig, dat was ook mijn verwachting toen er in Drenthe gestart werd met de zoektocht naar geschikte locaties, maar de praktijk is weerbarstiger. Er wordt nauwelijks geluisterd. Daarom heeft een aantal maatschappelijke partners, zoals De Drentse Kei, VNO NCW, LTO en natuur-en milieuorganisaties in Drenthe inmiddels zelf aanbevelingen gedaan die wel recht doen aan dit democratische proces.”

LO: „Er wordt doorgaans gezocht naar plekken langs waterwegen of aan de randen van steden, dus klopt het dat je vaak kan ‘raden’ waar de molens moeten komen. Maar het is nu een voorwaarde dat de helft van het windmolen- of zonnepark in eigendom is van een lokale eigenaar. Die kan eisen stellen, over de maximale hoogte van een windmolen of op welke uren van de dag die wel en niet draait. Het landschap wordt vaak als gelegenheidsargument gebruikt omdat men iets anders wil met de grond, zoals woningbouw of recreatie. ”

SvdM: „Nou, in Drenthe verloopt die zoektocht toch wel wat anders. Gemeenten staan toe dat projectontwikkelaars plannen maken voor de aanleg van zonneparken of windmolens in aangewezen ‘zoekgebieden’. Op moment van afstemming zijn de plannen al dusdanig ver dat er geen ruimte is voor een gesprek over de invulling van het plan. Bijvoorbeeld meer ruimte voor de natuur.”

LO: „Eens! Daarvoor is nodig dat de overheid proactief optreedt. Bijvoorbeeld in Noord-Holland of in Utrecht wordt er gekeken naar de kansen om juist natuurgebieden uit te breiden door aan hun randen zonneparken te ontwikkelen die tot veel soorten nieuwe planten leiden.

Mij valt wel op dat er veel gevraagd wordt van duurzame energie. Het moet het landschap niet verstoren, de natuur verrijken, de biodiversiteit een boost geven én de lokale economie stimuleren. Het is best veel te dragen voor een relatief nieuwe sector die al veel te verduren heeft qua onzekerheden van de energiemarkt en ruimte op het net. En is het alternatief zoveel beter?”

SvdM: „Energieopwekking gaat altijd ten koste van iets; dat geldt ook voor de alternatieven. Vandaar dat ik pleit voor het toepassen van de zonneladder: voorrang voor zon op dak en dan pas energieprojecten realiseren op passende locaties met zo min mogelijk impact op de omgeving.”

LO: „Ook ik verbaas me over de hoeveelheid daken die onbenut blijft. Hoezo mag je nog logistieke dozen bouwen zonder zonnepanelen en je dan verschuilen achter het argument van een ‘slecht dak’. Bouw het dan gelijk goed. Toch zullen wij én én moeten doen om de omslag te maken naar duurzame energie: de daken vol leggen én grootschalige windparken ontwikkelen.”

SvdM: „Het ontwikkelen van grootschalige parken blijft lastig omdat ze zo’n enorme impact op het landschap hebben. Bovendien staan ze vaak in de achtertuin van mensen die daar zijn gaan wonen vanwege de rust en de ruimte. Hier in de Veenkoloniën is dat participatieproces redelijk rampzalig verlopen.”

LO: „In Drenthe zie ik vooral een situatie waarin honderd agrarische bedrijven steviger staan doordat ze ook inkomsten uit windenergie hebben. Maar dat het proces qua participatie beter had gekund kan ik alleen maar onderschrijven. Er waren daar vooral drie overheidslagen die door elkaar communiceerden. De gemeenten, provincie en het Rijk. Met als gevolg geen tot weinig participatie. In de toekomst móet het anders.”

SvdM: „Mijn oproep is om ervoor te zorgen dat er een energie-akkoord komt dat richting geeft aan alle nieuwe ontwikkelingen maar dat ook breed wordt gedragen door alle belanghebbenden met hopelijk ook een dikke plus voor de biodiversiteit.”

LO: „Ik denk dat je oproep gehoord is. In de agenda van het klimaatakkoord zijn biodiversiteit en de inpassing van duurzame energie grote thema’s. Ook in de nieuwste subsidie (MOOI) is hier veel aandacht voor. Mijn oproep zou zijn om als burger allemaal betrokken te raken bij lokale projecten: als eigenaar van windmolens of zonnepanelen heb je écht wat te zeggen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.