Necrologie

Toen ze eindelijk de beste was, sloeg het noodlot toe

Lara van Ruijven (1992-2020) | Shorttrackster In 2019 trad Lara van Ruijven uit de schaduw, na jaren knokken, vol discipline en met vertrouwen in zichzelf. Op een trainingskamp in de Pyreneeën begaf haar immuunsysteem het. Vrijdag overleed ze, 27 jaar oud.

Bij de finale van de wereldbeker in Dordrecht pakte Van Ruijven in februari goud op de 500 meter shorttrack.
Bij de finale van de wereldbeker in Dordrecht pakte Van Ruijven in februari goud op de 500 meter shorttrack. Foto Vincent Jannink/ANP

Het waren tranen van blijdschap, maar ook van opluchting, die Lara van Ruijven begin maart vorig jaar in Sofia voor de camera’s vrijuit liet lopen. Daar had ze überhaupt nooit zo vaak gestaan, in haar eentje, alle aandacht voor één keer op haar. Helemaal niet aan haar besteed, maar de gelegenheid was ernaar.

Historisch goud, op de 500 meter tijdens de WK: het allereerste individuele goud voor een Nederlandse shorttrackster ooit. Al jaren waren alle ogen gericht geweest op haar vijf jaar jongere ploeggenote Suzanne Schulting. In Bulgarije trad Lara van Ruijven definitief uit de schaduw. Een droom was uitgekomen, het was haar definitieve doorbraak.

Vrijdag overleed Van Ruijven op 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van een acute storing van haar immuunsysteem. Ze lag sinds eind juni op de intensive care in het Franse Perpignan. Ze was in de nabijgelegen Pyreneeën op trainingskamp met de nationale selectie.

De harde werker, de doorzetter

Als Schulting het supertalent was bij wie het allemaal zo makkelijk leek te gaan, was Van Ruijven de harde werker, de doorzetter. Iemand die daarvoor op veel respect kon rekenen van bondscoach Jeroen Otter – die houdt van shorttrackers als zij: gedisciplineerd, toegewijd, vol vertrouwen dat hun tijd ooit nog zal komen. „Het is mijn taak die droom een beetje aan te wakkeren”, zei Otter daar eens over.

Die droom begon in Naaldwijk, in het Westland, een regio die wel meer succesvolle sportvrouwen heeft voortgebracht: tennisster Kiki Bertens, langebaanschaatsster Jutta Leerdam. Van Ruijven combineerde lang hockeyen en shorttrack, maar koos in de beginjaren van het vwo voor het laatste. In beide was ze overigens erg goed, zei haar broer Olav in mei nog in een dubbelinterview met het AD, ook langs het hockeyveld stond de bond geregeld langs de lijn.

Op haar zeventiende verhuisde ze naar Friesland voor het shorttrack, in 2012 kwam ze voor het eerst bij de nationale ploeg van Otter. Daar was ze jarenlang vooral de ultieme teamplayer, belangrijk onderdeel van de vrouwenrelayploeg die zoveel succes had met haar erbij. Individueel kon ze op elke afstand uit de voeten, maar was toch vooral een echte sprinter. Behendig, venijnig.

Succes op de relay

In 2014 mocht ze mee naar Olympische Winterspelen in Sotsji. Die moesten een lichtpuntje worden na enkele zware maanden, waarin haar moeder Ingrid aan de gevolgen van borstkanker was overleden. De Spelen liepen uit op een deceptie, maar Van Ruijven wist: het hoefde nog niet, dit was voor de ervaring.

Vier jaar later was er wel succes, op de relay. In Gangneung zag ze vanaf de kussens aan de rand van de baan hoe twee teams in de A-finale, waaraan de Nederlandse vrouwen tot hun grote teleurstelling niet mochten meedoen, werden gediskwalificeerd. Er was toch nog brons, met het grootste fortuin, na de winst in de B-finale.

Individueel bleef ze zich ontwikkelen. In de aanloop naar de Spelen waren er al wereldbekermedailles, waar lang de winst op de NK in 2015 de aansprekendste prestatie was gebleven. Maar het seizoen erna vormde de definitieve doorbraak: het eerste wereldbekergoud op de 500 meter, nog eens zilver en dan dat WK-goud. De vrouw die de luwte wel prettig vond, had zich nu nadrukkelijk gemeld in de wereldtop.

Schouderoperatie

Dit bleef het afgelopen seizoen zo, waar haar vanwege het coronavirus niet de kans werd gegund in Seoul de wereldtitel te verdedigen. Ze besloot zich meteen aan haar schouder te laten opereren – al zo’n drie jaar kwakkelde ze daarmee na een val op het ijs, af en toe schoot hij uit de kom. Ze was volop aan het revalideren en zou deze zomer weer op het ijs staan. Nóg beter dan ze al was.

Al jaren bereidde ze zich voor op een toekomst zónder schaatsen, studeerde rechten aan de Open Universiteit, want het zou een keer ophouden. Maar de topjaren in haar sportieve carrière waren eigenlijk op haar 27ste pas goed en wel begonnen.