Opinie

Red jezelf, geef de giraf een portemonnee

Verbeelding De natuur is er niet om te exploiteren, maar ook niet om te beschermen, meent . Tijd voor een radicaal andere blik.
De Biblioteca degli Alberi in Milaan
De Biblioteca degli Alberi in Milaan Foto Miguel Medina/AFP

Mensen houden van de natuur – sinds de lockdown meer dan ooit. We wandelen, al dan niet in natuurgebieden, kopen zaadjes in de supermarkt, toveren ons balkon om tot een groene oase en redden en passant bijen en vlinders. Natuurboeken over het geheime leven van vissen, bloemen en bomen zijn niet aan te slepen, forest bathing is de nieuwste remedie tegen (corona-)depressie, groen is de modekleur van 2020. De natuur is hip, hot en happening.

Terwijl we de temperatuur laten oplopen en soorten laten uitsterven, willen we niets liever dan ons verbonden voelen met de natuur. Hoe meer ecosystemen op aarde verloren gaan, hoe meer we erover willen weten. We zijn van nature ‘biofiel’, natuurliefhebbers, schreef bioloog Edward Wilson. Zou dat de verklaring zijn? Of speelt het principe ‘je weet pas wat je hebt tot je het verliest’ ons parten?

Door de coronacrisis gaan steeds meer mensen inzien dat volksgezondheid direct verbonden is met de gezondheid van ecosystemen. De oplossing lijkt om die ecosystemen beter te managen, al dan niet met behulp van slimme technologie. Op die manier kunnen we nieuwe pandemieën eerder voorspellen en voorkomen. Een goed idee, want wie is er nu tegen het voorkomen van ziektes? En toch, in deze visie blijft de natuur het object en de mens degene die de natuur wel in het gareel zal brengen.

Lees ook: Leven en dood op een lapje poldergrond

Internet van Dieren

Veel wilde dieren en natuurgebieden worden momenteel continue gemonitord; ik kan elk moment van de dag van achter mijn bureau een kudde olifanten in Afrika zien badderen of een nest jonge adelaren bestuderen. Via een satelliet rond de aarde tot sensors op de ruggen van bijen. Giraffen en neushoorns gingen onze broodroosters en koelkasten voor; het ‘Internet van Dieren’ was misschien wel de opmaat naar het ‘Internet of Things’. Alle data die uit deze systemen rollen, helpen mensen bij het management van ecosystemen.

Tegelijkertijd is er ook een ander perspectief op de natuur: het relationele perspectief. En daarin valt er niets te ‘managen’. In deze visie zijn wij, mensen, onderdeel van de natuur. Is de natuur er niet om te exploiteren, te verwoesten en te consumeren, maar ook niet om blind te bewonderen en zelfs niet om te beschermen. In dit perspectief zijn er slechts aardse ecosystemen waar mensen altijd onderdeel van zijn.

In het Japanse shintoïsme worden zogenaamde kami, natuurgeesten, aanbeden. Een berg, de zon, een boom, een steen, een mens – in al deze onderdelen van de natuur kan een geest zitten waartoe je je dient te verhouden. Zit er een geest in een boom die je te vriend wilt houden, dan leidt dit tot een volledig andere houding ten opzichte van die boom dan wanneer je de boom ziet als materiaal voor een nieuwe tafel. Het idee dat je die boom kunt exploiteren, lijkt vanuit dat perspectief plotseling belachelijk. Een vriend is immers geen meubelstuk.

Beide perspectieven hebben hun waarde, maar in de westerse wereld is het relationele denken over de natuur van oudsher onderbelicht. Toch zijn er de laatste jaren ook in het Westen talloze wetenschappers, kunstenaars, denkers en doeners die juist dit andere perspectief op onze relatie met de natuur vormgeven.

Zo werkt Jonathan Ledgard, voormalig correspondent Oost-Afrika van The Economist, samen met onder meer de vicepresident van Google aan een interspecies internet; een digitaal platform dat beoogt om naar wilde dieren te luisteren en hen een stem te geven in onze economie. Zo krijgen in Ledgards voorstelling giraffen bijvoorbeeld een ‘digitale portemonnee’ die gevuld wordt door mensen met een ‘abonnement op de aarde’. Een kunstmatige intelligentie leert door continue monitoring steeds beter naar de dieren te luisteren en kan op basis van alle vergaarde data vervolgens hun belangen behartigen en namens hen onderhandelen. Het platform stelt niet-menselijke organismen op die manier in staat deel te nemen aan het economisch verkeer.

Zoöps

Thijs Middeldorp, Anne van Leeuwen en Harpo ’t Hart vragen zich af of giraffen wel zitten te wachten op een digitale portemonnee. Zij richtten de Ambassade van de Noordzee op. Hier ‘luisteren’ natuurwetenschappers, juristen en kunstenaars samen naar het leven in de Noordzee. Uiteindelijk hoopt de Ambassade binnen ons democratische bestel namens al het niet-menselijk leven in de Noordzee te kunnen optreden en onderhandelen.

Klaas Kuitenbrouwer van het Nieuwe Instituut houdt zich bezig met de zogenoemde zoöp, een nieuwe juridische constructie waarin niet-menselijke organismen worden vertegenwoordigd door een ANBI-stichting (algemeen nut beogende instelling) binnen een coöperatie. Het aantal zoöps neemt gestaag toe.

Lees ook dit essay van Ewoud Kieft: Verbeelding kan ons redden – gebruik die dan ook

Zulke initiatieven laten zien hoe cruciaal verbeelding is in het denken over een nieuwe relatie met de natuur. Kunstenaars nemen daarbij vaak het voortouw en vinden onverwachte verbanden. De afgelopen jaren is er een groeiend netwerk ontstaan rondom dit relationele perspectief – hoog tijd dat dit gedachtegoed een breder publiek krijgt. Een ‘Internet of Living Things’, de juridische status van de Waddenzee, een giraf met een portemonnee. Dergelijke ideeën zijn vervreemdend en desoriënterend, maar zullen cruciaal blijken voor onze toekomst. Want alleen met een radicaal andere blik op de natuur kunnen we uiteindelijk onszelf redden.