Met ‘Sneijder’ verkent Kees Jansma de ondergrens van het genre

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: Sneijder van Kees Jansma, die koos voor een zuiver voetbalboek over een ‘voetballer zonder verhaal of geheugen’.

Kees Jansma had een idee: een boek schrijven over Wesley Sneijder. Ze kenden elkaar van het Nederlands elftal; Jansma was perschef, Sneijder speler. Jansma vond Sneijder destijds een „aardig mannetje”. Ze dronken weleens een kop koffie. Ze begrepen elkaar.

Het contract was snel getekend. En toen begon de ellende. Sneijder bleek vooral een man van „effe snel een bakkie doen” en voetbalhumor. Terugblikken op zijn voetballoopbaan (Ajax, Real, Inter, Galatasaray, Nice, Al-Gharafa, Oranje) zat er niet in. Hij had geen plakboek, weinig herinneringen en was niet geneigd tot introspectie.

Wat doe je met een voetballer zonder verhaal of geheugen? Zelf op onderzoek uitgaan was niet aan „badmuts Jansen” (voorbeeld van die voetbalhumor) besteed. Dus keken ze naar de verzamelde voetbalhits van Sneijder. Ze maakten lijstjes met zijn mooiste doelpunten, favoriete teamgenoten, beste trainers. Jansma mocht een viswedstrijd bijwonen tussen Wesley en zijn broertje Rodney; beetje hangen langs een kanaal.

Sneijder was een boeiende voetballer met een bloedstollend talent voor zelfdestructie

Geen fijne bouwstenen voor een werk van de lange adem, en het resultaat is ernaar. Met Sneijder verkent Jansma de ondergrens van het genre. Over het karakter van Sneijder: „Wesley was goed in veel en van alles. Een ras-optimist, altijd. Die hooguit toegeeft weleens in de spiegel te kijken, maar zelden zegt wat hij dan ziet.” Over de dynamiek tussen Wesley en zijn broers: „Rodney is echt de jongste, Jeffrey de analyticus, Wesley de meest dominante.”

Gemiste kans? Dat is een understatement. Sneijder was een boeiende voetballer met een bloedstollend talent voor zelfdestructie. Maar Jansma wilde een zuiver voetbalboek, over een kwajongen uit de Utrechtse volkswijk Ondiep die tweebenig de wijde voetbalwereld introk en „meer dan twintig grote prijzen” won. Bijna geen woord dus over zijn eerste huwelijk en alleen omfloerste verwijzingen naar zijn drankmisbruik, foute vrienden, dwangmatige overspel en rampzalige investeringen.

In het boek ontbreekt ook de verhuizing van de Sneijders van Ondiep naar nieuwbouwwijk De Meern zodra Wesley zich dat kon veroorloven, beschreven in de vorig jaar verschenen (en veel betere) biografie Wesley Sneijder van Maarten Bax. De mythe van de honkvaste volksjongen moest in stand worden gehouden.

Sneijder is een liefdesverklaring aan Ondiep én aan (ex-)vrouw Yolanthe, die Sneijder wil heroveren. Eerst mag hij afrekenen met een hardnekkig misverstand: „Ik schijn het met zo ongeveer half Nederland gedaan te hebben.” Had-ie uiteraard geen tijd voor. Dan even diep door het stof: „Yolanthe gaf aan dat ze echt van deze imbeciele man houdt, maar dat ik het inderdaad echt had verknald.” En tot slot de expliciete wens: „Ik moet nog even uitzoeken hoe en wat, maar ik hoop dat we op een dag weer een gezin worden.”

Nog even uitzoeken hoe en wat. Keurig opgeschreven, badmuts. Nu maar afwachten of Yo hapt.

Kees Jansma: Sneijder Inside, 250 blz. €21,99

Reacties: boeken@nrc.nl