Opinie

Merkel moet Europa nog één keer laten zien wat ze kan

EU-Voorzitter

Commentaar

Wordt het een Meisterstück? Na vijftien jaar kanselierschap hoeft Angela Merkel noch in Duitsland noch in Europa te laten zien dat ze de gezellenstatus in de politiek is ontstegen. Toch wilde het lot dat ze aan het einde van haar politieke loopbaan nog één keer de kans krijgt om vanuit een invloedrijke positie uitzonderlijke problemen aan te pakken en een stempel te drukken op de ontwikkeling van Europa.

In 2021 komt met reguliere Bondsdagverkiezingen een einde aan Merkels kanselierschap. Ze is niet beschikbaar voor een nieuwe termijn. Maar voordat het zover is vraagt Europa indringend om aandacht. Sinds 1 juli bekleedt Duitsland gedurende zes maanden het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie. In Brussel werd al vol verwachting vooruitgeblikt op het Duitse halfjaar. Een machtig Europees land met een doorgewinterde politica wekt nu eenmaal hogere verwachtingen dan een klein land.

Merkels Europese halfjaar moest gaan over vergroening en digitalisering, over migratie en de relatie met China. Op een top in september wilde ze in Leipzig de Europese leiders én president Xi Jinping ontvangen. Toen kwam de pandemie.

De top met Xi werd uitgesteld tot een nog nader te bepalen datum. En de onderwerpen die de EU toekomstbestendig moeten maken staan opeens in de schaduw van crisismanagement. Het einde van de Brexit-onderhandelingen, waar vrijwel geen vooruitgang in zit, valt in haar zittingsperiode. Maar het begint met het economische programma waarmee de EU de coronarecessie te lijf wil en dat gekoppeld is aan de meerjarenbegroting van de EU.

Het herstelprogramma is economisch van essentieel belang en tegelijk een politieke splijtzwam. De economische voorspellingen worden met de dag somberder. Deze week voorspelde de Europese Commissie een economische krimp van 8,7 procent voor de eurozone. In het voorjaar ging men nog uit van 7,7 procent krimp. Na een voorzet van Duitsland en Frankrijk heeft de Commissie een herstelprogramma van 750 miljard euro voorgesteld, waarvan een groot deel in de vorm van subsidies aan zwaar getroffen lidstaten wordt verstrekt en een klein deel in de vorm van leningen.

De filosofie achter het voorstel is simpel: je kunt Europa alleen redden als je eerst de economie redt. Het is solidair om zwaar getroffen landen snel en royaal te helpen. En bovendien is het voor minder zwaar getroffen landen een kwestie van eigenbelang om de economie in de hele unie op peil te helpen houden.

Nederland is tegen. Het wil liefst geen subsidies verstrekken, maar leningen. Premier Mark Rutte (VVD) is al weken de leider van de oppositie en weet zich gesteund door Oostenrijk, Denemarken en Zweden.

Merkel moet een middenweg vinden tussen de ontvangende landen die vooral snel veel geld willen zien met zo min mogelijk randvoorwaarden en de tegenstanders die meer tijd hebben, liefst geen geld willen schenken en die zich hard maken voor strikte controle. Merkel, aanvoerder van coalitieregeringen, heeft veel ervaring met het compromis. Als ze Europa in de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog een efficiënt stimuleringsprogramma kan geven en tegelijk noord en zuid bij elkaar kan houden, dan zou ze Europa daarmee een grote dienst bewijzen. Het herstelprogramma zou een politiek meesterwerk kunnen zijn en een gepast afscheidscadeau aan de Europese Unie.