Kookboeken voor als je op kamers gaat

Wat eten we? Een kookboekje uit 1993 laat zien dat vroeger niet alles beter was.

Uit Koken voor jezelf: bak plakken cornedbeef en doe er een blikje in bakboter verwarmde mandarijnen overheen.
Uit Koken voor jezelf: bak plakken cornedbeef en doe er een blikje in bakboter verwarmde mandarijnen overheen.

Er ging iemand op kamers en in een bak tweedehands kookboeken lag toevallig Koken voor jezelf. 50 cent, pik in. Thuis even bladeren. Het sneue bord op de omslag had een waarschuwing kunnen zijn: gekookte spinazie in een plasje kookvocht, een koteletje met pepersaus en wat gekookte krieltjes. Ernaast een glaasje bier en een potje pepertjes in azijn.

Binnenin schreef de auteur dat een ‘uitgekiende’ voorraad niet zonder een pakje aardappelpuree, een potje champignons en een blik lunchworst kon. Dan de recepten. Varkensfilet met appel, witte bonen en halve gebakken banaan. Hamrolletjes gevuld met krab, walnoot en roomkaas. Worteltjes uit blik met druiven en Cointreau. (Wie nu in zijn hoofd hoort: ‘hou van het leven, hou van Cointreau’ is ook oud.)

Achterin nog ‘van allerlei tips’. Maar dan ook écht van allerlei. Koop een pak bamigroenten ‘bij de groenteman’ en meng die door een blik bami goreng. Of: bak plakken cornedbeef en doe er een blikje in bakboter verwarmde mandarijnen overheen. Leg gebakken ananas op een schnitzel, doe er een plak kaas op en smelt onder de grill. Bij de ‘gezonde’ gerechten ten slotte: volkorenmacaronipizza met kaas en slagroom en één tomaat.

Deze zesde (!) druk kwam uit in 1993 en met dit boekje was ik in één klap terug in mijn studentenkeuken, waar we kip pilav met perziken uit blik maakten en pasta met Iglo-spinazie, spekjes en Boursin. Als je wilde uitpakken, kocht je magor: een mix van mascarpone en gorgonzola. Ook heel erg.

Aan alle studenten van nu die nog niet zijn afgehaakt: álles was toen erg. De supermarkt ging dicht als je net je slaap uit had. Je had nog geen pokébowl, alleen pizza. We dronken J.P. Chenet-wijn. (Gin-tonic zat in een longdrinkglas en was voor bejaarden.) Restaurants waren óf heel duur óf je ging naar een eetcafé waar je kon kiezen tussen saté, spareribs en zalm. Vegetarisch was altijd quiche. Je kunt naar van alles en nog wat heimwee hebben – een biertje kostte ongeveer een euro – maar niet naar de culinaire woestenij die Nederland toen was.

Overleven zonder kookboek

In diezelfde bak tweedehands kookboeken lag trouwens ook De keuken van het Midden-Oosten van Claudia Roden, een uitgave uit 1995. Dus het bestond wel, goed eten, goede kookboeken. Maar ik had in elk geval nog nooit van labneh of baba ganoush gehoord. En er was ook geen Instagram waar ik het had kunnen zien langskomen.

Je kunt in 2020 ook prima overleven op kamers zonder kookboek. Alles van een gekookt ei tot lièvre à la royale staat online. Zelfs voor pasta met Iglo-spinazie vind je recepten. Tegelijkertijd zijn er meer kookboeken dan ooit, die je met een beperkt budget helemaal stuk kunt koken. Voor eenpersoonsporties: Solo Food van NRC’s Janneke Vreugdenhil. Groente: alle Veg-titels van Hugh Fearnley-Whittingstall. Vegan: Bosh! van Henry Firth en Ian Theasby. Als je wilt begrijpen wat je doet: Zout, vet, zuur, hitte van Samin Nosrat. Als je aan het einde van je geld nog een stuk maand overhebt: Crisiskoken van Mara Grimm.

Lees ook: Bladzijden om op te eten: 50 lekkere, mooie en slimme kookboeken

Die laatste gaf ik er voor de zekerheid maar bij. Om ongelukken met blikmandarijn en cornedbeef te voorkomen.