Haagse oud-wethouders verdacht van deelname aan twee criminele organisaties

Den Haag Oud-wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui zijn vrijdag door het OM op de hoogte gebracht van de voorlopige aanklachten tegen hen.

Richard de Mos en Rachid Guernaoui op campagne, nadat ze formeel hun ontslag als wethouder hadden aangeboden.
Richard de Mos en Rachid Guernaoui op campagne, nadat ze formeel hun ontslag als wethouder hadden aangeboden. Foto Arie Kievit

De Haagse ex-wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui worden door het Openbaar Ministerie niet alleen verdacht van schending van het ambtsgeheim en van corruptie, maar ook van deelneming aan twee criminele organisaties, een met vastgoedondernemers, en een met horecaondernemers.

De twee zijn op de hoogte gebracht van de voorlopige aanklachten, meldt het OM vrijdag in een persbericht. Gemeenteraadslid Nino Davituliani, ook van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, wordt eveneens verdacht van deelneming aan een criminele organisatie, en van meineed.

De Rijksrecherche doorzocht in oktober de woningen van De Mos en Guernaoui, beiden van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, en hun werkkamers op het Haagse stadhuis. Het OM meldt nu dat uit het onderzoek een „beeld naar voren komt van geldstortingen, betalingen voor het maken van een website, (promotie)filmpjes, een verkiezingscampagne en etentjes, het lekken van vertrouwelijke informatie, voorkeursbehandelingen, omkoping van kiezers en het verstrekken van vergunningen”.

De verdenkingen hangen samen met beschuldigingen tegen drie vastgoedondernemers en twee horecaondernemers. Hun wordt door het OM verweten „betrokkenheid te hebben bij de schending van ambtsgeheimen door de wethouders en omkoping van de politici”.

Verhoren beginnen in september

Komende week krijgen de advocaten van De Mos en Guernaoui de voorlopige dossiers. In september en oktober vinden waarschijnlijk verhoren plaats. Het Openbaar Ministerie verwacht dat de inhoudelijke behandeling van de zaak op zijn vroegst eind 2021 plaatsvindt.

De verdenkingen tegen de twee ex-wethouders legde vorig jaar oktober een bom onder het stadsbestuur. Op aandringen van toenmalig burgemeester Pauline Krikke traden de twee tijdelijk terug. De coalitie viel vervolgens: de VVD, D66 en GroenLinks zeiden het vertrouwen in Hart voor Den Haag/Groep de Mos op.

Lees ook: Groep de Mos in verband gebracht met stemfraude: ‘150 euro voor twintig stempassen’

‘Karaktermoord’

In reactie spreekt De Mos over „karaktermoord”. In een verklaring schrijft hij: „Het OM maakt zich met nieuwe valse beschuldigingen, laster en leugens schuldig aan de verdere karaktermoord op een politieke partij en haar achterban.”

De Mos wijst erop dat hij nog niet is verhoord terwijl er „forse beschuldigingen” worden gedaan die „als waarheid worden geframed richting de media”. Volgens hem toont het feit dat de inhoudelijke behandeling van de zaak enkele maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 zal plaatsvinden, aan „dat dit een politiek proces is, om ons rücksichtslos en ongenadig hard kapot te maken”.

Guernaoui schrijft: „Wij hebben niets onrechtmatigs gedaan en daarom zijn we erg geschrokken van de valse beschuldigingen. Wij worden op dezelfde manier gefinancierd als alle andere politieke partijen. Wij krijgen onze inkomsten uit contributie, afdracht van raadsleden en wethouders én van donaties.”

Bevoordelen van partijgenoten

Het onderzoek van de Rijksrecherche leek zich aanvankelijk te concentreren op het verlenen van een aantal nachtvergunningen. Dat verbaasde weinigen, de gemeenteraad voerde met De Mos al in mei 2019 een debat over die vergunningen, die afgegeven werden aan een aantal zalencentra, waarvan twee zijn partij sponsorden. Nadat nét bekend was dat het principe van ‘eerst komt, eerst maalt’ zou gelden, kwamen de ontheffingsaanvragen van zijn sponsoren binnen.

Lees ook: De verstrengelde belangen van Richard de Mos

Uit onderzoek van NRC bleek vervolgens dat het onderzoek zich ook richtte op op het bevoordelen van partijgenoten bij de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Het gaat om het complex De Schilde, een voormalige Philipsfabriek nabij het Zuiderpark, dat startende bedrijven huisvest en getaxeerd was op circa drie miljoen euro. Voor dat pand was een zakenduo in de markt: Atilla Akyol en Michel Zaadhof, partijgenoten van De Mos.

Akyol, die geen bezwaar heeft tegen het vermelden van zijn volledige naam, is uitbater van het Haagse zalencentrum Opera dat volgens justitie onder verdachte omstandigheden een nachtvergunning kreeg. Hij was ook kandidaat-raadslid voor Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Uit onderzoek van NRC bleek vorige maand dat hij en zijn broer Erdinç en Atilla Akyol, betrokken zouden zijn bij het ronselen van stemmen voor de partij.