Een gapend verlies

Stadsmeubilair De gaper, het uithangbord waaraan je eeuwenlang een apotheek of drogist herkende, verliest terrein.

De gaper boven drogisterij Het Heertje in Amsterdam. Onder: gapers in Nijmegen, Haarlem en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.
De gaper boven drogisterij Het Heertje in Amsterdam. Onder: gapers in Nijmegen, Haarlem en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Foto's ANP

Iconische buitenreclame. Naast de krakeling, de gouden schaar en de kapperspaal met zijn spiralen van bloed omdat de barbier ook aderlatingen deed, is de Gaper stadsmeubilair. Of liever: was. Want het uithangbord waaraan je eeuwenlang een apotheek of drogist herkende, verliest terrein.

Op antiekmarkten brengen ze nog goed geld op, de houten mannenhoofden met bolle ogen, tulband, slaapmuts of pluimhoed, die hun tong uitsteken en „Aaaaah” of „Getsie” lijken te zeggen. Maar aan gevels zie je ze steeds minder.

De jongste gaper die het voor gezien houdt, is die van drogisterij Het Heertje in de Amsterdamse Herenstraat – een zwarte man. Een tweet van Volkskrant-columniste Sylvia Witteman („Verbazend dat dit hier nog hangt, midden in Amsterdam”) is hem fataal geworden, want het zijn matig goede tijden voor ironie. „Als dit beeld leidt tot meer polarisatie moet het weg”, zei eigenaar Harry Piet, wiens personeel zich naar zijn zeggen „niet senang” meer voelde.

Zwarte gapers zijn trouwens een minderheid, zegt Peter Gruys, eigenaar van drogisterij De Rode Pilaren in Middelburg, waar ik in mijn jeugd salpeter en kaliumchloraat kocht om rookbommen mee te maken (als je daar nu om vraagt, rijdt de Bijzondere Bijstandseenheid voor). Niet alleen heeft Gruys een gaper gekozen als logo voor zijn luifels, hij stelt ze ook ten toon in de vier winkels die zijn ketentje omvat. Hij heeft er zo’n 120 verzameld, van klein tot reusachtig: klassieke Turken, types uit het Verre of Nabije Oosten, Romeinse soldaten en inwoners van Mauritanië.

Met hun mimiek van narren, carnavalspoppen en boegbeelden van schepen „zijn gapers inderdaad een sterk boegbeeld”, denkt Gruys. „Zeg n’s Aaa!, daar begon het ook toen al mee; aan een tong kan een arts al veel zien.” Om je vervolgens die aderlating voor te schrijven, of gestampte kruiden uit de werelddelen van de gapers, of die daarmee geassocieerd werden: anijs, aloë vera, kolokwint, saffraan, kurkuma, wierook, mirre en bitumen.

Voor oudere gapers is dit alles na het zwarte jaar 1850 overigens déjà vu. Wie zich apotheker wilde noemen moest vanaf dat moment een diploma hebben. En die hing voortaan een vijzel aan de muur.