Foto Simon Lenskens

Dit is hét moment om Nederlandse tourist traps te bezoeken

Vakantie Deze zomer blijven we thuis. Een goede gelegenheid om de, eindelijk eens niet overvolle, tourist traps van Nederland te bezoeken.

Op de lijstjes things to do when you’re in Holland staan ze steevast bovenaan – maar jíj zou er niet dood gevonden willen worden. Stel je voor, krijg je een appelflauwte en lig je daar, neus tussen de rood-wit-blauw vacuüm getrokken kaasjes op de Zaanse Schans of snakkend naar adem achter drie rijen plastic bloedkoralen in een Volendams kostuum dat, inderdaad, op deze manier een ‘once in a lifetime experience’ dreigt te worden. Dat zou wat zijn.

Niet dat je nooit bij een van die ‘must-sees’ bent geweest. Als kind moet je er zijn geweest. Tenminste, er is een vage herinnering, aan een groot plein met hele kleine ophaalbruggetjes en hele kleine pannenkoekenhuisjes, aan glinsterend water vol houten bootjes (‘punters’, zei je moeder). En mochten deze herinneringen vervagen, dan waren er nog foto’s om de memoires aan Madurodam en Giethoorn in te kleuren, in van die fletse polaroidtinten. Foto’s die je tijdens een regenachtige herfstvakantie in een album plakte.

Foto Simon Lenskens

Maar ja, dat was vroeger. Toen geluk nog heel gewoon was – en een vakantie in eigen land ook. Toen je nog niet naar Borneo ging om naar hun orang-oetans te kijken en de mensen daar nog niet naar Nederland kwamen om de molens te bezichtigen. Maar sinds jouw jeugd is er veel veranderd. Mensen werden rijker, vliegen werd goedkoper, vrije tijd werd minder spaarzaam. Bovenal deed internet zijn intrede, waardoor je allerlei mensen leerde kennen die je eerst uitnodigde om op je bank te slapen (‘couchsurfing’ heette dat dan) maar voor wie je al snel een heel tuinhuisje inrichtte.

En toen kwamen de bezoekers van over de hele wereld naar Nederland. In sneltreinvaart nam hun aantal toe: van 9,9 miljoen in 2009 naar 20,1 miljoen in 2019. En ondanks verwoede pogingen van Nederlandse marketingbureaus om hun aandacht naar buiten Amsterdam te leggen, naar de Friese meren of de Hoge Veluwe bijvoorbeeld, trokken ze toch vooral naar de hoofdstad en omstreken, waar ze jouw polaroids zogezegd opnieuw inkleurden – met touringcars achter de molens, rondvaartboten in de grachten en plastic kazen in de etalage. Het werd druk, te druk verzuchtte je, maar intussen verhuurde je het tuinhuisje toch maar mooi het hele jaar rond.

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto’s Simon Lenskens

De bezienswaardigheden uit je jeugd kwamen in handen van ondernemers die van nostalgie een verdienmodel maakten, in de vorm van een pastiche op de jeugd van je grootouders. Die een Delfts blauw beeldje van een kussend boerenstelletje (‘made in China’) aan Chinese toeristen verkochten, die het op hun beurt weer mee naar China namen. Die ‘oud-Hollandsche’ pannenkoeken met Nutella (jij kreeg nooit chocopasta op je pannenkoek, alleen maar poedersuiker) serveerden op een tafeltje met rood-wit geblokte kleedjes. En plots gingen jeugdherinneringen als ‘tourist traps’ door het leven. Je smaalde om zoveel onbenul onder de toeristen, maar toen jij afgelopen najaar een weekend ging ‘funshoppen’ in Athene, koos ook jij een restaurantje uit met een mandfles-met-druipende kaars op tafel.

Maar deze zomer is alles anders. Uit de laatste Vakantiemonitor, van 2 juli, blijkt dat zestig procent van de Nederlanders vakantieplannen heeft – vooral in eigen land. „Opvallend”, zo schrijft NBTC Holland Marketing, „is dat een vakantie in eigen land populairder is geworden ten aanzien van de eerste meting”. Die eerste meting vond een maand eerder plaats.

Kortom, jij blijft in eigen land. En je bent de enige niet: Brazilianen, Chinezen, Maleisiërs, Russen gaan de grens ook niet over. Door de coronapandemie krijgt Nederland dit jaar bijna twaalf miljoen minder buitenlandse bezoekers, een daling van 60 procent ten opzichte van vorig jaar. Naar verwachting zullen zij 5,2 miljard euro besteden, 64 procent minder dan vorig jaar, schrijft het NBTC. Dat is een klap voor de branche, maar biedt kansen voor jou. Om die polaroids uit het fotoalbum van toen nog eens te bezoeken – zonder de selfiesticks en de touringcars van nu.

28-06-2020 Zaanse Schans, Nederland. Reportage Toeristen op de Zaanse Schans. Foto: Simon Lenskens
Foto’s Somon Lenskens

Zaanse Schans

Normaliter schuifel je op een zaterdag met 11.999 andere mensen over Nederlands beroemdste dijkje: Zaanse Schans. Maar deze zomer is alles anders, dus pak je kans. De molens staan strak in de verf – ook hier zijn de mensen massaal aan het klussen geslagen – en de souvenirs liggen hoog opgestapeld. Laat de in plastic verpakte kazen bij de Catharina Hoeve links liggen, die vind je in je lokale supermarkt verser en goedkoper, maar een potje chilimayonaise à 3,95 euro is niet te versmaden. En breng een bezoek aan souvenirshop Vrede van Joey Otto, sinds januari samen met zijn neef eigenaar („nog geen tijd gehad om vet op de botten te kweken”). Naast de kassa heeft hij een mooie kleine collectie Delfts blauw aardewerk staan – en die is wel degelijk beschilderd in Delft.

Lovers Canal Cruises

Het is waar; vanaf het water is Amsterdam een andere stad. Dus leun achterover en laat je varen langs al die prachtige grachtenpanden en pakhuizen. In tegenstelling tot bus en vliegtuig is een mondkapje op een rondvaartboot niet verplicht. Wel geldt de anderhalvemetermaatregel, tot ergernis van de rederij overigens, die liever had gezien dat ze ook met mondkapjes mocht varen, want nu zijn de boten met een bezetting van 25 procent al ‘vol’. Vergeet aan het einde van de vaart niet de gids en de kapitein een fooitje te geven, want die zijn doorgaans zzp’er – en in coronatijden staat dat voor zelfstandige zonder poen.

Van Gogh Museum

Eigenlijk is het Van Gogh Museum geen tourist trap. Maar op de lijst van internationale bezoekers neemt het museum de derde plaats in, dus dat betekent dat het doorgaans druk is. Of, anders gezegd, 85 procent van de bezoekers komt van buiten Nederland, maar die blijven nu ook in eigen land en dus kan jij de zelfportretten in alle rust aanschouwen: met of zonder hoed, met of zonder pijp, met of zonder oor – het maakt niet uit. Wel moet je van tevoren een online ticket kopen en ook krijg je een starttijd, want je kunt niet zomaar binnenlopen, maar zeg nou zelf, verschilt dat van een popconcert? En is Vincent niet de rockster onder de schilders? Nou dan!

Volendam

Natúúrlijk ga je op de foto in een Volendams kostuum, bij Foto De Boer. Kletje voor, klepknopen dicht en lachen maar. „Is voor de inwoners ook weleens lekker, zo zonder toeristen”, zeg je in een poging een praatje te maken, maar van zoveel elitair onbenul schieten ze bij Foto De Boer al snel uit hun slof. „Lekker!? Half Volendam werkt in het toerisme en onze kinderen hebben een bijbaantje in de horeca!” Dus maak je je snel uit de voeten met je foto, wat niet eens zo erg is, want ‘de dijk’ is een echte tourist trap, dat hebben ze in Volendam tenminste goed begrepen, dat je beter al die toeristen op een paar honderd meter kunt verzamelen, dan blijft de rest van het dorp tenminste voor de dorpelingen. Huur een fiets om door Volendam en naar de omliggende dorpen te rijden en misschien spot je onderweg nog een pannenkoeken bakkende CDA-politica.

Foto’s Simon Lenskens