Recensie

Recensie Boeken

De wildste fantasieën van een schrijver

Aleksandr Skorobogatov In De wasbeer (●●●●) viert de Vlaams-Russische schrijver Aleksandr Skorobogatov het feest van het absurdisme. Gooide hij in zijn vorige roman, Cocaïne, alle literaire regels overboord, in zijn opvolger voert hij als hoofdpersonage een wasbeer op, die de meest idiote avonturen beleeft.

Een wasbeer in een café in Seoul, Zuid-Korea.
Een wasbeer in een café in Seoul, Zuid-Korea.

Als een Vlaamse Boelgakov viert de Wit-Russische schrijver Aleksandr Skorobogatov (1963), die al zijn halve leven in Antwerpen woont, het feest van het absurdisme. Gooide hij in zijn vorige roman Cocaïne alle literaire regels overboord om je het onmenselijke lijden van een chaotische schrijver te laten voelen, in zijn onlangs verschenen roman De wasbeer voert hij als hoofdpersonage een wasbeer op, die de meest idiote avonturen beleeft.

De wasbeer staat model voor de kleine man die altijd pech heeft. Hij beschikt over alledaagse menselijke gevoelens en verlangens, leest de krant, kijkt televisie, snakt naar liefde en naar de bioscoop in de grote stad om Charlie Chaplin-films te kunnen zien. Maar tegelijkertijd vliegt hij als een zwemmende, harige Icarus de aardbol rond en zit hij naast ‘God de Heer’ in een strandstoel op de zon.

Zijn lot is onlosmakelijk verbonden met zijn kepie met gouden kokarde, die hij onafgebroken draagt. Dat hoofddeksel vond hij in het bos, subtiel vastgespijkerd op het hoofd van een dode treinconducteur, die door dronken pelgrims op weg naar de hadj van de trein was gegooid. Over absurdisme gesproken.

Een naam heeft de wasbeer niet, omdat zijn ouders, die toen hij een baby was door wolven zijn verslonden, hem geen identiteitspapieren hebben nagelaten. Zijn leven verloopt nogal sullig, zeker als blijkt dat hij zelfs niet geschikt is om met zijn scherpe tanden als perforator op een grote bank in de Londense City te werken. Zoals gezegd: hij is als de kleine man die altijd pech heeft, de brave soldaat Svejk van het dierenrijk.

Soldatenplunjezak

Hoop glundert door de bomen van het bos als hij op een dag hopeloos verliefd wordt op een wasbeervrouwtje. Ze draagt een oude soldatenplunjezak, die in haar familie van moeder op oudste dochter wordt doorgegeven om indruk op de mannen mee te kunnen maken. Als ze haar soortgenoot voorstelt een keer af te spreken, zegt hij dat best te willen, maar ook, om indruk op haar te maken, dat hij het razend druk heeft.

Als hij, onder meer na een omzwerving van een seconde om de aarde, uiteindelijk bij haar ouderlijk huis aanklopt, is het te laat. Het wasbeervrouwtje blijkt uit liefdesverdriet in de modellenbusiness te zijn gegaan, zegt haar vader, die hem een krant met een foto van zijn dochter laat zien. Het bijbehorende artikel heeft die vader echter niet gelezen. Als de amoureuze wasbeer dat wel doet, verneemt hij het gruwelijke lot van zijn geliefde: de modellenbusiness blijkt ten behoeve van de wetenschap te zijn. Het komt erop neer dat zijn geliefde in het gewestelijke heemkundemuseum is gevild en opgezet. Sindsdien maakt ze deel uit van de permanente tentoonstelling.

Het is een voor de hand liggende, maar tegelijkertijd geniale vondst van Skorobogatov dat hij zijn held naar dat museum stuurt om in zijn begrafenispak zijn liefje te bevrijden, ook al loopt de wasbeer daar het risico haar lot als exponaat te moeten delen.

Met een meegebrachte klauwhamer trekt hij de nagels uit haar poten, waarmee ze aan de vloer is vastgespijkerd. Het levert een onvergetelijke scène op, waarin op het hoogtepunt een trein het museum komt binnenstormen om de wasbeer te redden, die vanwege zijn kepie door de hoofdmachinist voor de verdwenen conducteur wordt aangezien. Het geweld waarmee die reddingsactie gepaard gaat is op zijn Boelgakovs hilarisch wreed.

In de absurdistische wereld van Skorobogatov kun je het zo gek niet verzinnen of het gebeurt. Vaak is het vermakelijk om te lezen, al krijg je soms ook een beetje genoeg van die aaneengeregen wirwar aan absurditeiten. Maar juist op zo’n moment weet Skorobogatov zijn verhaal een onverwachte draai te geven, waardoor je alsnog door wilt lezen.

Wilde fantasieën

Voor een schrijver moet het heerlijk zijn om op zo’n manier je wildste fantasieën te kunnen uitleven. Zoals in het duel tussen de wasbeer en de minnaar van zijn nieuwe vrouw, halverwege het boek. Eerst ziet het ernaar uit dat hij het tegen die brutale kapoen zal afleggen. Wat maakt het ook uit? De wasbeer is tenslotte zonder enige reden getrouwd met die vreselijke vrouw, die hem als een slaaf behandelt. Maar als hij na het eten van hallucinaties opwekkende paddestoelen een nachtmerrie heeft en de werkelijkheid veel minder erg lijkt te zijn dan zijn dromen, gaat hij het gevecht aan.

Met een in het bos gevonden jachtgeweer schiet hij de permanente erectie van de kapoen weg, tot woede van zijn vrouw die nu niets meer aan haar minnaar heeft. Dat de wasbeer hierna een gelukkige toekomst tegemoet gaat blijkt uit de grote finale, die nu begint en hem het heelal in voert, waar het geluk hem eindelijk toelacht, juist omdat hij zo’n zuiver, zij een wat sullig wezen is.

Voortdurend komt Skorobogatov in zijn korte hoofdstukken – met titels als ‘De wasbeer vermant zich en stelt de vader een vraag’ of ‘Is het mogelijk dat de wasbeer een amorele rokkenjager is?’ – met verwijzingen naar klassieke Russische schrijvers als Tolstoj, Poesjkin en de fabelschrijver Krylov aanzetten. En tegelijkertijd schroomt hij niet om het over een film van Quentin Tarantino of over Superman te hebben en alle denkbare fantasieën, die soms los staan van het eigenlijke verhaal, ook daadwerkelijk op te schrijven. Gevoegd bij zijn rijke stijl, waarbij alle taalregisters worden opengetrokken, maakt dat De wasbeer behalve tot een onvergetelijk en oergeestig avontuur, ook tot een ontroerende ode aan de kleine man, die het al moeilijk genoeg heeft in het leven.