De pakketbezorger is onderweg

De Golf | Aflevering 4

Met het oog op de zeespiegelstijging kochten schrijver Bruno en academica Loes, een woonschip. Een feuilleton van Afl. 4
Illustratie Olivia Ettema

‘Weet je nog die jongen met die stoffige krullen, van literatuurwetenschap?”, vraagt Loes. Ze zit te ontbijten met Ollie op schoot en de krant op tafel.

Moet ze nog niet naar haar werk? denkt Bruno. Hij staat op van zijn stoel om haar op een ideetje te brengen. „Het is al half negen, schat.”

„Misschien werk ik vandaag een keertje thuis”, zegt Loes. „Het is bijna weekend.”

Bruno gaat voor een patrijspoort staan. De wei is leeg. Misschien is de boer nog aan het melken.

„Hij studeerde tegelijk met mij af”, zegt Loes. „We hadden allebei cum laude, maar hij kwam daarna nergens als aio aan de bak. Het was eigenlijk nogal sneu, maar nu lees ik dat hij nog tamelijk goed is terechtgekomen. Soms vraag ik me af of ik niet ook de politiek in had moeten gaan. Ergens weet ik dat ik het in me heb, en het is een manier om echt dingen voor elkaar te krijgen. Misschien is het nog niet te laat om iets nieuws te proberen. Ik weet het niet. Je luistert niet.”

Ze blijft thuis, denkt Bruno. Hoewel hij daar fel voorstander van is, komt het vandaag erg ongelegen. Hij verwacht een hoop pakketten bij de post. Niet alleen zijn de grote voedertonnen nog steeds niet gearriveerd, hij heeft ook nog balen zaaigoed besteld, met name bonen en erwten, plus grote zakken melk- en eipoeder.

„Waar ga je werken”, vraagt hij.

„Ik dacht in de stuurhut. Lekker licht.”

Daar was hij al bang voor. In de stuurhut is er niets wat je ontgaat met die ramen aan alle kanten.

„Hoe gaat het eigenlijk bij de therapeut?”, vraagt Loes ineens. Het kan zijn dat haar lachje iets pesterigs heeft. Hoewel, meestal trekt ze een onschuldig gezicht als ze slechte gedachten heeft.

„Bij de psycholoog? Nou ja. Ik ben nog maar twee keer geweest.” Hij voelt een trillinkje in zijn broekzak. Hij kijkt op zijn telefoon. Goed nieuws. De bezorger is onderweg.

„Vertel je hem wel alles?”

„Alles?” Hij stopt zijn telefoon terug. „Hoezo alles?”

„Alles wat je niet aan mij vertelt?”

Het kan zijn dat haar lachje iets pesterigs heeft

Ze laat een lepel geprakte mango als een vliegtuigje verdwijnen in Ollies mond.

„Ik weet niet wat je bedoelt. Maar waar het idee vandaan komt dat praten zo gezond is, ik weet het niet.”

„Ik ben anders op je gevallen omdat je niet kon stoppen met praten.”

„O”, zegt Bruno. „Is het dat? Ben ik niet meer aantrekkelijk voor je?”

„Niet zó doen.”

„Waar zou je je voor sterk willen maken?” vraagt hij. „In de politiek? Zie je! Ik bewijs hierbij dat ik altijd naar je luister.”

„Nee, dat doe je niet. Je bewijst alleen dat je nú ergens een klok hebt horen luiden.” Welwillend voegt ze eraan toe: „Ik zou proberen om iets tegen het institutionele racisme te doen. Op het hoogste niveau.”

„Hoe kom je erop”, hoont Bruno. „Nu ja. Je was altijd al zo van zo de wind waait, waait mijn jasje.” Meteen heeft hij spijt. Dit verdient ze niet. Gelukkig is ze niet snel beledigd.

„Je kent me sinds m’n studententijd, maar dat betekent nog niet dat je me kunt vertellen hoe ik altíjd al was. Hé, komt daar de pakketbezorger?”