Het Bab al-Hawa ziekenhuis in Syrië, dichtbij de Turkse grens.

Foto Yahya Nemah EPA/STR

Interview

Coronavirus nu ook in Idlib: ‘Zonder meer humanitaire hulp wordt dit een regelrechte ramp’

Syrische arts In de door de oorlog toch al zwaar beschadigde Syrische stad Idlib is voor het eerst iemand aangetroffen die is besmet met corona.

Na negen jaar oorlog maakt de Syrische provincie Idlib zich op voor een nieuwe ramp. Zoals al maanden werd gevreesd, is het coronavirus nu ook dit verwoeste gebied binnengedrongen. Dat hebben lokale autoriteiten en de Wereldgezondheidsorganisatie donderdagavond bevestigd.

De eerste coronapatiënt is een hersenchirurg in het ziekenhuis van het tegen de Turkse grens gelegen plaatsje Bab al-Hawa. De arts woont zelf in de Turkse stad Gaziantep, maar pendelt net als veel andere Syrische medici voor zijn werk op en neer naar Idlib. Het ligt voor de hand dat hij het virus in Turkije heeft opgelopen, maar daarop onvoldoende is getest bij de grensovergang.

„Iedereen hier is opgeschrokken door dit nieuws”, zegt Mohammed Abrash, een andere arts die in een ziekenhuis in de stad Idlib werkt. Via de telefoon legt hij uit dat de lokale bevolking aanvankelijk niet zo wakker lag van het virus. „Als je bommen gewend bent, lijkt een virus niet zo gevaarlijk. Maar nu corona ons echt bereikt heeft, is dat veranderd. Ik kijk hier uit mijn raam en zie dat de straten volledig uitgestorven zijn.”

Tegenstanders van Assad

Die angst is niet zonder reden. Het overvolle Idlib geldt als het laatste toevluchtsoord voor tegenstanders van het Assad-regime. De stad telt meer dan drie miljoen inwoners. Maar liefst de helft van hen is ontheemd en leeft in geïmproviseerde woningen, op straat of in uitgestrekte tentenkampen. In veel tenten zitten tot wel vijftien mensen dicht op elkaar gepropt.

„Probeer hier maar eens aan social distancing te doen”, verzucht Abrash. Zelfs de meest basale voorzorgsmaatregelen zoals handen wassen zijn volgens hem voor veel mensen onmogelijk vanwege grote tekorten aan zeep en stromend water. „Wanneer het virus de kampen binnendringt, zal het niet meer te stoppen zijn”, aldus Abrash.

Lokale hulporganisaties doen er al maanden alles aan om zich op die naderende ramp voor te bereiden. Met speciale coronafondsen van de Verenigde Naties, waaraan Nederland ook heeft bijgedragen, proberen hulpverleners het ergste te voorkomen door maskers uit te delen, isolatiecentra op te richten en de lokale bevolking voor te lichten over de gevaren van het virus.

Slechts tweehonderd testkits

Maar die maatregelen zijn verre van genoeg, waarschuwt Abrash. Volgens de arts bieden de nieuwe isolatiecentra ruimte aan slechts driehonderd mensen en telt heel de regio niet meer dan honderd beademingsapparaten en tweehonderd testkits. Daarbovenop is de medische infrastructuur van Idlib totaal verwoest doordat het Syrische leger met Russische steun sinds vorig jaar maar liefst 67 ziekenhuizen en klinieken in puin hebben geschoten. „Aan alles is een tekort”, aldus Abrash. „Zonder meer humanitaire hulp wordt dit een regelrechte ramp.”

Lees ook: ‘Als één iemand in het kamp besmet raakt, krijgen we het allemaal’

Dat het coronavirus op dit moment de stad heeft bereikt is extra noodlottig. Deze vrijdagnacht verloopt een VN-resolutie die het voorheen mogelijk maakte om de regio via twee Turkse grensovergangen van humanitaire hulp te voorzien. Het gaat om de grensovergangen Bab al-Salam, gebruikt om de regio ten noorden van Aleppo te bevoorraden, en Bab al-Hawa, voor de regio Idlib.

Verwacht wordt dat de Russen de verlenging van de resolutie zullen vetoën omdat ze Bab al-Salam willen sluiten. Hoewel Turkse hulporganisaties zich daar in de praktijk niet veel van zullen aantrekken, dreigt de toevoer van andere internationale hulp deels te worden afgeknepen.

„De wereld moet iets doen om dat te voorkomen”, smeekt Abrash over een haperende telefoonlijn. „Het is duidelijk dat het regime en de Russen ons dood wensen. Lukt het ze niet met bombardementen, dan proberen ze het wel met het virus.”