Reportage

Een eeuw na de massamoord is Tulsa nog altijd verdeeld

Verenigde Staten Bijna honderd jaar geleden werd in een bruisende zwarte wijk in de Amerikaanse stad Tulsa een bloedbad aangericht. De wijk werd herbouwd, maar Tulsa is ook nu nog een verdeelde stad. ‘We zitten op een kruitvat.’

Tulsa, Oklahoma na de rassenrellen van 1 juni 1921.
Tulsa, Oklahoma na de rassenrellen van 1 juni 1921. Foto Library of Congress

Elke keer als de familie Nails langs de Oaklawn begraafplaats in Tulsa, Oklahoma, reed was er wel iemand in de auto die zei: „Je weet dat ze daar liggen hè?” En dan knikten de anderen: „Ja, ze liggen d’r nog altijd.” Dat was in de jaren zestig. Brenda Nails-Alford was nog maar een kind en ze begreep niet alles wat de grote mensen zeiden. Ze wist dat haar grootmoeder zichzelf in een kerk had verstopt, maar ze vroeg nooit waarom. Net zo min als ze vroeg wie er eigenlijk ‘nog altijd’ op Oaklawn begraven lagen. Ze begreep pas „rond 2003” waar het over ging, toen een juridische instelling haar berichtte dat zij in aanmerking kwam voor compensatie als nabestaande van het bloedbad van Tulsa in 1921. Toen vielen al die opmerkingen van oudere familieleden op hun plek.

Komende week staat Brenda Nails-Alford op het vergeelde gras van Oaklawn als een poging wordt gedaan ‘ze’ op te graven. Op last van de Republikeinse burgemeester van Tulsa wordt gekeken of zich hier inderdaad de massagraven bevinden, waarvan een ooggetuige ooit vertelde dat hij die gegraven had zien worden. Twintig jaar geleden stuitte het verzoek nog op de weigerachtigheid van de witte gemeenschap, zegt Nails-Alford, ooit voorzitter van het opgravingscomité. Ook dit jaar kreeg de burgemeester boze reacties van mensen die zeiden dat je het verleden moet laten rusten. Maar dit soort bladzijden van de Amerikaanse geschiedenis laten zich niet zomaar omslaan, zeker niet in deze tijd, zegt senator Kevin Matthews in het kantoor van de herdenkingscommissie in de wijk Greenwood.

Geschramd, gescheurd

De aanleiding was klein, maar kennelijk was er maar een kleine aanleiding nodig. Een zwarte boodschappenjongen werd op 31 mei 1921 aangehouden, hij zou een wit meisje hebben aangerand. Het was onwaarschijnlijk – ze hadden hooguit enkele seconden samen in een lift gestaan – maar de plaatselijke krant Tulsa Tribune zette diezelfde dag op de voorpagina dat hij haar had aangevallen, dat hij haar handen en gezicht had geschramd en haar kleren had gescheurd. De krant schreef ook dat er een menigte op weg was om de dader te lynchen. Dat wil zeggen: getuigen uit 1921 zeiden dat tegen historicus Scott Ellsworth van de universiteit van Michigan. De krant zelf, zegt Ellsworth door de telefoon, is niet meer te raadplegen. „Op de microfiches kun je zien dat de voorpagina van 31 mei is weggescheurd.”

Dit is hoe Ellsworth die nacht beschrijft in zijn boek Death in a Promised Land. Een menigte witte mensen drong op naar het gerechtsgebouw waar de jonge verdachte zat. De politiechef weigerde hen toe te laten. De menigte groeide aan tot vierhonderd, achthonderd en uiteindelijk zo’n tweeduizend mensen. Ze probeerden vuurwapens te bemachtigen in het arsenaal, maar daar waakte de nationale reserve van het leger. Gewapende zwarte mensen, onder wie enkele oorlogsveteranen, boden aan de sheriff te helpen bij de verdediging van het gerechtsgebouw. Bij een woordenwisseling ging het pistool van een zwarte veteraan af. „Vanaf dat moment was het een rassenoorlog en stond ik machteloos”, zei de sheriff achteraf.

Die nacht waren er eerst schotenwisselingen in het centrum van de stad. Witte mensen gooiden de ruiten in bij gereedschapszaken en stalen er vuurwapens en munitie. Toen trokken ze naar de wijk Greenwood onder het motto: ‘Jaag de zwarten de stad uit’.

Rolschaatsbaan

„Mijn grootvader James Nail en zijn broer Henry hadden een schoenen- en platenzaak op North Greenwood Avenue 121”, zegt Brenda Nails-Alford. „Ze hadden ook een danszaal en rolschaatsbaan, Het waren ondernemers, zoals veel mensen in deze buurt.”

Greenwood, in noord-Tulsa, was begin 1921 een bruisende plek. Rond het kruispunt Greenwood Avenue en Archer Street zaten tientallen kruideniers, er was een hotel, een theater, een bioscoop. Allemaal van zwarte eigenaren.

De hele wijk ging in de nacht van 31 mei op 1 juni in vlammen op. Een ooggetuige beschrijft hoe vliegtuigjes over de stad scheerden en dat daarna brandende terpentineballen op straat lagen. De menigte verhinderde de brandweer zijn werk te doen. „Witte burgers konden het niet zetten dat zwarte Amerikanen in een auto reden. Dat ze in huizen van twee verdiepingen woonden. Dat ze ’s avonds uitgingen in een mooi theater”, zegt historicus Ellsworth. Achteraf werd voor Greenwood Avenue de bijnaam ‘Black Wall Street’ gemunt. De witte inwoners van Tulsa spraken smalend over ‘klein Afrika’.

De wijk Greenwood in Tulsa ging in 1921 in vlammen op.

Foto Alvin C. Krupnick Co, Library of Congress

Hoeveel mensen er die nacht zijn vermoord of verbrand, is onduidelijk. De schattingen lopen uiteen van 75 tot 300. Honderden bedrijven en 1.500 woningen, schat Ellsworth, werden verwoest. Verzekeringsmaatschappijen honoreerden één schadeclaim: van een wapenwinkel, voor gestolen munitie.

De familie van Brenda Nails-Alford holde naar een bos, twaalf kilometer verderop. Binnen vijf jaar waren ze terug in Tulsa, zoals heel veel overlevenden. Ze bouwden de wijk weer op. En spraken alleen op gedempte toon over het bloedbad.

De Tulsa Tribune had een geschiedenisrubriek met wat 15 en 25 jaar geleden in de krant stond. Op 1 juni 1936 noch 1946 werd het bloedbad gememoreerd.

Lees ook Gids voor het begrijpen van Black Lives Matter

‘I can’t breathe’

Een regenbui jaagt alle mensen onder de luifels van Greenwood Avenue. Het is 19 juni, oftewel Juneteenth, de dag in 1865 dat de laatste Amerikaanse slaven hoorden dat zij vrij waren. Tulsa vierde het dit jaar met een festival.

Overal in Greenwood lopen mensen met ‘I can’t breathe’-T-shirts of het portret van George Floyd, de zwarte man die in mei door een witte politieman in Minneapolis werd verstikt tot hij dood was. Een jongetje heeft ‘History in the making’ op zijn borst staan.

Freeman Culver schuilt in het portiek van Tee’s kapsalon, met aan elke hand een identieke dochter. Hij knikt naar de overkant: het laatste originele huizenblok uit Greenwood anno 1921. Hij beheert dat erfgoed, zegt hij, de winkeltjes die erin zitten huren bij hem, als voorzitter van de Historisch Zwarte Kamer van Koophandel van Tulsa. Huh? Om de hoek op Archer Street stelde een vrouw zich net óók voor als de voorzitter van de Zwarte Kamer van Koophandel. Culvers stem slaat over. „Zegt Sherry dat zij voorzitter van de Zwarte Kamer van Koophandel is?” Een jaar geleden heeft een groep ondernemers zich van Culvers Kamer afgescheiden en de Black Wall Street Kamer van Koophandel opgericht – die bedoelde Sherry Gamble-Smith.

De herdenkingscommissie voor het honderdjarig jubileum, waarvan senator Kevin Matthews de voorzitter en Brenda Nails-Alford een medewerker is, heeft zo’n 21 miljoen dollar ingezameld en hoopt de 30 miljoen te halen. Een deel is voor de nieuwbouw van een historisch museum. De rest gaat vooral naar leningen en andere financiële ondersteuning voor zwarte ondernemers. Beide Kamers van Koophandel willen graag adviseren.

Black met een hoofdletter

Het is maar honderd jaar geleden, ‘Tulsa’. Nails-Alford, Matthews en Ellsworth hebben nog ooggetuigen van het bloedbad gekend. Is er intussen veel of weinig veranderd in de VS? Elke dag wordt gedemonstreerd tegen de ongelijke behandeling van Afrikaans-Amerikanen. Het is waarschijnlijk een goed teken dat daarbij ook veel niet-zwarte Amerikanen meelopen en symbolisch plezierig dat The New York Times sinds deze week Black met een hoofdletter schrijft om mensen of zwarte cultuur aan te duiden.

Lees ook Zwarte mensen zijn bang voor de politie in dit land

Het bloedbad heeft een plek in de geschiedenisboeken gekregen, en via de tv-serie Watchmen ook in de populaire cultuur. Historicus Ellsworth onderstreept dat Tulsa niet de enige plek was waar uitbarstingen van geweld tegen zwarte Amerikanen plaatshadden. „De zwarte gemeenschap van Tulsa heeft niet het gevoel dat er veel is veranderd. Dit is nog altijd a tale of two cities. In het noorden van de stad heerst ongehoorde werkloosheid”, zegt hij.

Senator Matthews somt op: de levensverwachting in noord-Tulsa ligt 11 procent lager dan gemiddeld, van alle publieke investeringen gaat een tiende naar zwarte ondernemers. Nails-Alford vult aan: in het noorden vind je geen winkelcentrum of merkkledingwinkels. De huizen zijn er minder waard dan vergelijkbare huizen elders in de stad.

De vuurballen die in 1921 uit vliegtuigen op de stad werden gegooid, worden nu vanuit het Witte Huis verbaal op het hele land gegooid, zegt Matthews. De Democratische politicus heeft het land nooit méér verdeeld gezien dan nu. „Toen ik voor het eerst over het bloedbad hoorde, kon ik me niet voorstellen hoe het heeft kunnen gebeuren. Maar als ik kijk naar de gebeurtenissen van nu, snap ik het wel.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Het bloedbad van Tulsa

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.