Recensie

Recensie Beeldende kunst

Verscheurde foto’s als collages van nieuwe herinneringen

Fotografie Op ‘Borders of Nothingness, On the Mend’ toont Margaret Lansink tere zwart-witbeelden van mensen en landschappen, prachtig afgedrukt vol diepte en zeggingskracht.

‘Collotype Impermanence’
‘Collotype Impermanence’ Margaret Lansink

In 2017 kreeg de Nederlandse kunstenaar/fotograaf Margaret Lansink een aanbod om enige tijd in Japan als artist in residence te werken. Dat was op zichzelf al bijzonder, maar de reis had ook een emotionele lading. Ze hoopte met het werk dat ze daar zou maken het contact te herstellen met haar dochter, die ze in geen drie jaar had gezien of gesproken.

Haar solo bij de Amsterdamse galerie van Caroline O’Breen is een drieluik. Daarin volgen we drie etappes, zowel in haar werk als in de familierelatie: breuk, toenadering, herstel. Het zijn tere zwart-witbeelden van mensen en landschappen, prachtig afgedrukt met daardoor een eindeloze diepte en zeggingskracht.

De eerste reeks bestaat uit dromerige landschappen – bergen? wolken? – die in nevel oplossen, afgewisseld met fragmenten van gezichten en lichamen van onbekende jonge vrouwen (het zijn modellen, niet haar dochter).

‘Collotype Natsukashii’ Margaret Lansink

Voor de tweede reeks, uit 2019, heeft ze afdrukken gemaakt op 50 jaar oud washipapier, die ze vervolgens verscheurde en als collages van nieuwe herinneringen weer aan elkaar lijmde. De breukvlakken bewerkte ze met bladgoud, een verwijzing naar de traditionele kintsugi-techniek: kapot aardewerk met goud gelijmd om de breuken een eigen schoonheid te geven, om het oude en het nieuwe te verbinden met iets wat zelf waarde heeft. Voor Lansink was het een ode aan de veerkracht van de verbinding – tussen scherven maar ook tussen mensen.

In 2019 kreeg Lansink de Hariban Award van het Japanse Benrido Atelier – een eer die zij deelt met de Nederlandse fotografen Awoiska van der Molen en Charlotte Dumas. Onderdeel van de prijs is dat de meesterdrukker van het atelier afdrukken maakt van haar werk met het laat-19de-eeuwse printproces van de collotype. Dat geeft de prints een bijzondere fluwelige diepte. Vier van de collotypes zijn in de galerie te zien, en vormen samen het derde deel van het drieluik.

Tot slot de vraag: en de dochter, is het goed gekomen? „Helemaal goed”, zegt Lansink. Eigenlijk kon je dat aan de gouden kintsugi-hechtingen al zien.