Foto David van Dam

Interview

‘Vegan worden voelde als een bekering’

Vegan christenen ‘Goed eten’ is voor iedereen iets anders. Wat er op het bord ligt, zegt iets over hoe we in het leven staan. In deze aflevering: Anja en Sandra Hermanus-Schröder. „Wie ben ik om een andere ziel naar het leven te staan?”

‘Miso zit vol melkzuurbacteriën, het verwent je darmen”, zegt Anja Hermanus-Schröder. In haar georganiseerde keuken in Zoetermeer maakt ze een lichte misobouillon met zeewier, lotuswortel en shiitake. Straks gaat er nog wortel, koolrabi, prei en tomaat bij. „Het is een Japans geïnspireerd macrobiotisch gerecht”, zegt Anja, docent en kok in de natuurvoeding. Het soepje past bij haar veganistische eetpatroon. En dat past dan weer goed bij haar christelijke geloof.

Anja (50) en haar partner Sandra Hermanus-Schröder (57) zijn de oprichters van Vegan Church in Nederland. Geen kerk met een kansel, maar een ‘platform’ voor ‘vrienden’, mensen die elkaar vinden in Gods liefde voor de héle schepping. Mensen die zich soms wat eenzaam voelen in christelijke kringen waar het sociale leven net zozeer van vlees aan elkaar hangt als in de rest van de samenleving. Ook christenen mogen graag barbecuen.

We hadden een afspraak met Anja, de kok, maar het zou gek zijn als haar partner Sandra, docent levensbeschouwing en theoloog, niet meepraat. Al zeven jaar is dit hun gezamenlijke project, vanuit hun huis in Zoetermeer.

Sandra was lang „een waaiboomvegetariër”. In de Indische gemeenschap waarin ze opgegroeide was er geen samenzijn zonder maaltijd, en geen maaltijd zonder vlees. Tot ze comedian Ellen Degeneres hoorde vertellen hoe ze een rijtje koeien een nieuw paard in de wei zag begroeten, op volgorde van anciënniteit „Zie je wel? Zo intelligent zijn dieren dus, dacht ik. Ik ben dus niet gek. Er zit intelligentie in de schepping. En tegen Anja: Ik wil dit niet meer.” Geen vlees, vis, ei, zuivel. Niets meer van het dier.

Anja, die als kind in hongerstaking ging uit verontwaardiging over de honger in Biafra, maakte zich altijd al druk over het „wereldvoedselvraagstuk”. Over honger aan de ene kant en dan die miljarden dieren die veevoer eten van akkers waarvan je ook mensen kunt laten eten.

Het was rond Pasen in 2013 toen bij Sandra het licht aanging. Na enig huiswerk was Anja ook snel om, „ook vanwege de gezondheidsvoordelen”. Van de ene op de andere dag aten ze veganistisch. Sandra: „Anja is heel doelgericht, ze komt van de boerderij, uit Duitsland. Niet zeuren maar doen.”

Anja en Sandra zijn geen zwaarmoedige types. (Boven de keukendeur hangt: „En God zei: laat er chocolade zijn. En er was chocolade.”) Maar de Bijbel nemen ze serieus. Wat voor Anja voorop staat, is dat God (Genesis 1) álle dieren ‘nephesh’ – een ziel, een persoonlijkheid – heeft gegeven. „En als ik niet alleen een ziel héb maar ook bén, wie ben ik dan om een andere ziel naar het leven te staan?”

De vraag of geloof en veganisme meteen samenvielen, lijkt Anja te verbazen. „Ik ben christen met huid en haar, dat is niet te splitsen van wat ik ook doe.” Vegan worden voelde, zeggen ze, als een bekering en een verrijking. Anja: „In Johannes 3:16 staat: het gaat niet alleen om mensen, het gaat om de hele kosmos. Eindelijk konden we stoppen met dat antropocentrisch navelstaren. Heerlijk!” Sandra: „Ik heb altijd gedacht: als er een God is, houdt God van alles. Het klopte met wat ik al geloofde.”

Voor anderen bleek het minder vanzelfsprekend. Binnen de veganistische gemeenschap waren ze de „religekkies”, binnen de kerk de „extremisten”. Ze hadden in stilte hun vegaburger kunnen eten, maar zo zitten ze niet in elkaar. „Waar het hart vol van is, dat moet gedeeld worden”, zegt Anja. En dus richtten ze in 2015 met een paar gelijkgestemden Vegan Church op.

Foto’s David van Dam

Met hun Vegan Church-T-shirt trokken ze langs vegan festivals om over de Bijbel te praten. Soms voor een handjevol mensen. Ze gingen met hun stand ook langs christelijke evenementen. Opwekking, EO Jongerendag, Nederland Zingt. En in die kringen merkten ze: het rentmeesterschap, de Bijbelse opdracht om goed voor de aarde te zorgen, betekent niet voor iedereen hetzelfde. Sandra: „Altijd als we met boeren en vissers praten, in de Biblebelt, maar ook in het katholieke Brabant en Limburg, komt er een hele batterij bijbelteksten langs die hun bedrijfsvoering moet verantwoorden.” Noach die van God hoorde dat alles wat leefde en bewoog hem tot voedsel diende. God die zei dat de mens heerst over de hele aarde en wat daar rondkruipt. De discipelen die op aanwijzingen van Jezus hun netten vol visten. Het offeren van dieren. „Het wordt allemaal aangegrepen om megastallen en het leegvissen van de oceanen te rechtvaardigen”, zegt Sandra.

Je kunt ook zeggen: waarom heb je de Bijbel nodig om veganist te zijn? Voor morele argumenten tegen vleeseten kun je overal terecht. Maar Anja en Sandra leven nu eenmaal in die traditie. De Bijbel is geen vega-boek, zeggen ze, maar helpt om in gesprek te gaan en om andersdenkenden te begrijpen. Daarom doen ze aan bijbelstudie. Waarom mocht Noach dieren eten? Wat bedoelde God toen hij tegen Petrus zei: „slacht en eet”? En was het na de opstanding van Jezus voor God nog nodig om dieren te offeren? (Quod non.)

Ze zien de Bijbel niet als één grote metafoor. „We willen de Bijbel niet naar onze hand zetten”, zegt Anja. Maar goed lezen – wat staat er nog meer, wat is de context, wat is ermee bedoeld en is er een andere lijn denkbaar – maakt voor hen wel dat dieren eten niet goed te praten is.

Soms kún je niet anders dan lezen dat, bijvoorbeeld, het kalf geslacht is voor de verloren zoon. „Maar dat betekent nog niet dat ik die angusburger bij McDonald’s moet eten”, zegt Sandra. In de Pelgrimskerk waar ze voorganger is, zou ze binnenkort ‘vijf broden en twee vissen’ moeten voorlezen. Daar ziet ze enigszins tegenop, want je kunt niet álles symbolisch verklaren. „Het waren toch echt twee vissen die Jezus vermenigvuldigde om iedereen te eten te geven.”

Melkchocola

Anja serveert in de tuin, waar hun twee veganistisch etende hondjes samen spelen, een speltpannenkoek met een vulling van gestoomde groenten en een dressing van miso, mosterd en sesampasta. Ze mist niets, zegt ze. Kaas, waarvan ze dacht geen afscheid te kunnen nemen, vindt ze nu zelfs stinken. „Alleen melkchocola kan ik soms niet weerstaan als er geen vegan chocola is.” Ze wil het zichzelf niet kwalijk nemen. „Er is geen goed of fout, heb ik van de macrobiotiek geleerd. Maar ik vind dat moeilijk, ik houd van zwart-wit, van rechtlijnig.”

Foto David van Dam

Sandra zwicht nog wel eens voor kaas als er een heel buffet lekkers naar haar lonkt. Ze mist de smaak van vlees soms. Het wordt hun ook niet altijd makkelijk gemaakt. Een borrel met nul plantaardige hapjes. Een werklunch met allerlei lekkers maar slechts één broodje met gegrilde groenten. „Je bent de eenling, soms ontmoet je weinig liefde en respect”, zegt Anja. „Het is een soort coming-out om vegan te zijn.”

In het begin waren ze nogal „bitchy” in hun zendingsdrang. Als ze nu ergens komen eten, hoeven ze het niet meer uit te leggen. Ze hebben het zo luid van de daken geschreeuwd, iedereen weet het nu wel. Zelfs Anja’s vader, die het vreselijk vond, is trots op haar.

Des te pijnlijker is het als bij een feestje niemand de moeite heeft genomen ook maar iets voor de planteneters te regelen, zegt Anja. Of als je te verstaan wordt gegeven dat je niet zo moeilijk moet doen. „We gaan niet meer voortdurend het gevecht aan. Maar als het me echt raakt, laat ik het blijken. Bij een werkborrel waar het ‘gewoon even niet was gelukt’ om vegan snacks te kopen, ben ik weggelopen. En bij de kerk heb ik gezegd: zo doe ik niet meer mee. Naar barbecues, met al die bergen vlees, ga ik niet meer. Alleen de geur al. Ik blijf bij mezelf en ik wil dat mensen dat weten.”

Als toetje heeft Anja bananen-sojayoghurtijs gemaakt, zonder suiker. Zeven jaar nadat ze het veganisme zagen ontluiken zijn er veel meer vegan producten te krijgen. Cornetto’s, Magnums, New York Pizza. En vegan kapsalon. „Heerlijk”, roepen ze tegelijk. De revolutie hebben ze met hun Vegan Church niet kunnen bewerkstelligen. Maar de wind waait de goede kant op.

Nog even terug naar Jezus. Een activist, maar wel één die vis at. Vinden ze hem eigenlijk nog wel leuk? „Jááá”, straalt Anja meteen. „Ik hóú van Jezus.” Sandra zou hem, als hij ooit terugkomt, misschien wel even vragen waar dat met die vissen nou voor nodig was. Maar haar liefde is onwrikbaar. „Jezus is te gek.”

Later mailen Anja en Sandra dat ze hebben besloten geen melkchocola en kaas meer te eten. „Het klopt niet met wat we willen uitdragen.”