Opinie

Uiterlijk

Ellen Deckwitz

Iedere week brengen mijn zus en ik boodschappen langs bij oudoom Karel die ondanks zijn hoge leeftijd (119 ofzo) nog steeds zelfstandig woont. Toen we dinsdag onder zijn poort door liepen, hoorden we gegiechel. Mijn zus, berucht rokkenjager, was meteen alert. In de achtertuin stonden twee fonkelende meisjes van een jaar of twintig onkruid te wieden, terwijl ouwe bok Karel goedgeluimd toekeek.

„Oh ha, jullie zijn er”, zei hij tegen ons. „Kom verder, dit zijn mijn nieuwe buurmeisjes, ze helpen mij met allemaal klusjes!” Hij straalde en maakte grapjes, terwijl hij normaliter nors voor zich uit gromt en de voetballen die bij hem over de schutting worden geschoten direct leksteekt. Mijn zus en ik keken elkaar verontrust aan.

„Ah, de achternichtjes over wie we zoveel hebben gehoord”, straalde een van de wiedsters en mijn zus begon meteen op te sommen hoe vaak ze wel niet voor Karel de afwas deed.

„En ik lees hem ook voor”, zei ze, waarmee ze waarschijnlijk bedoelde dat ze hem ooit een luisterboek cadeau had gedaan. Het meisje knikte en zei dat ze ervandoor moesten. Karel zwaaide hen uit en zong ‘We’ll meet again’ terwijl hij een sullig dansje deed waardoor de meisjes vertederd lachten.

„Zo leuk doe je tegen ons nooit”, mokte mijn zus toen ze eenmaal weg waren.

„Ze wonen in dat studentenhuis verderop”, bloosde Karel, „ze vinden me fantastisch.”

„Je denkt toch niet dat je een kans maakt”, mompelde mijn zus.

‘Doe normaal”, zei hij verontwaardigd, „daar gaat het mij niet om. Op een zeker moment ontdek je dat je voor jonge vrouwen alleen nog maar een schattige opa bent. Daar heb ik het moeilijk mee gehad. Het voelde alsof ik niet meer werd gezien als mens maar als een soort knuffeldier. Maar toen ontdekte ik dat je daar je voordeel mee kan doen. En zo heb ik opeens twee beeldschone klusjesvrouwen.”

Ik dacht even aan alle lieve oude mannetjes die ik help met boodschappen inladen, voor wie ik opsta in de bus en die ik ten onrechte voorrang geef. Straks waren zij net als Karel en doen ze alleen maar koddig of hulpeloos om zaken van mij gedaan te krijgen.

„Beetje stotteren, beetje struikelen en ze nemen je al het werk uit handen”, glunderde Karel.

„Is dat niet manipulatie?”, vroeg mijn zus verontwaardigd.

„Nee joh, gewoon roeien met de riemen die je hebt”, zei hij goedgeluimd. „Laat ze maar denken dat ik een aandoenlijke bejaarde ben, een onhandige senior. Het levert me van alles op. Nooit gedacht dat ik op deze leeftijd nog zoveel plezier zou hebben van mijn uiterlijk, ha!”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.