Opinie

Strenge taal en het gevoel van verlies

Tom-Jan Meeus

Nederlandse politici zijn trendvolgers. Eerst afwachten, dan meebuigen met de mode. Toch is er één thema waarvan ze ook na twee decennia geen afscheid kunnen nemen: migratie. Je kunt denken dat alles hierover wel is gezegd, maar het onderwerp begint telkens aan een nieuw leven, waarbij natuurlijk een rol speelt dat relatief veel kiezers hun stem op afkeer van migranten baseren. Je kunt ook zeggen: op angst voor verlies van het eigene.

De nieuwste invalshoek is controle: de politiek moet controle krijgen over migratie. Zo sprak vicepremier Hugo de Jonge erover in de CDA-lijsttrekkersstrijd. En vlak voordat de coronacrisis alle andere thema’s wegvaagde, was dat de invalshoek van een Catshuissessie van het kabinet met deskundigen. Dus let maar op: in de verkiezingscampagne zullen migratie en controle vaak in één adem genoemd worden. En controle betekent natuurlijk beperking. Dus: iets met quota, meer grensbewaking, zinspelen op grenzen sluiten, etc.

Deze week publiceerden statistiekbureau CBS en demografisch instituut NIDI een andere bouwsteen voor dit debat: verkenningen van de bevolkingsgroei in 2050. Dit soort verkenningen heeft relatieve waarde maar geeft een goede indicatie. Er blijkt uit dat migratie primair voortkomt uit vooruitgang: hoe beter het economisch gaat, hoe meer arbeidsmigranten en vluchtelingen hier komen. En andersom.

Zeker zo interessant is dat de verkenningen ook laten zien dat de bevolkingssamenstelling over dertig jaar sowieso anders zal zijn: het land wordt diverser en vergrijst verder. Een combinatie die gemakkelijk spanningen geeft. Ouderen zijn in het algemeen niet erg veranderingsgezind. Terwijl onder jongeren diversiteit vaak tot versneld verlangen naar verandering leidt: zie het antiracismeprotest.

Dus de politiek heeft hier te maken met twee factoren. Eerdere migratiekeuzes leiden de komende jaren tot verscherpte tegenstellingen tussen oud en jong. Tegelijk zou minder of geen nieuwe migratie, op zich een bewijs van controle, ook betekenen dat het land minder of geen economische groei meer doormaakt.

Dus wat is hier nou verstandig: blijven speculeren op afkeer van migratie, of overbrengen dat migratie ook een blijk van vooruitgang is?

Het interessante is natuurlijk dat het misverstand heeft kunnen ontstaan dat je vooruitgang kunt hebben en tegelijk al het oude behouden. Maar vooruitgang is ook acceptatie van verlies – het eigene gaat bij elke stap omhoog een beetje meer verloren. En zolang de politiek dit niet wil overbrengen, blijft dit een gesprek waarin de strenge taal het wint, altijd weer, hoewel we al even weten dat strenge taal vermoedelijk weinig verandert.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.