Analyse

Nee, zeggen de hoogste rechters: Trump staat niet boven de wet

Uitspraak Hooggerechtshof Trump lijdt een zware nederlaag nu het Hooggerechtshof het argument van tafel veegt dat de Amerikaanse president onvoorwaardelijke immuniteit bezit voor vervolging door staten.

Een betoger bij het Hooggerechtshof in Washington, donderdag. Het juridische steekspel tussen Democraten en Republikeinen is nog niet voorbij.
Een betoger bij het Hooggerechtshof in Washington, donderdag. Het juridische steekspel tussen Democraten en Republikeinen is nog niet voorbij. Foto Andrew Harnik/AP

Een juridische nederlaag voor president Trump op het hoogste niveau. Maar eentje die geen onmiddellijke consequenties hoeft te hebben.

Het Amerikaanse hoogste gerechtshof oordeelde donderdag dat de openbaar aanklager in New York het recht heeft financiële gegevens op te vragen bij de accountant van vastgoedmagnaat Trump. Een soortgelijk verzoek van verschillende commissies in het Huis van Afgevaardigden verwees het hof terug naar een lagere rechtbank.

Beide uitspraken werden gedaan in een stemverhouding van zeven tegen twee rechters. De twee door Donald Trump benoemde conservatieve rechters in het negenkoppige hof stemden met de meerderheid mee. Dit tot ongenoegen van de president, die twitterde dat dit „geen enkele andere president” zou zijn aangedaan. Het tegendeel is het geval. In zijn uitspraak over de dagvaarding van de openbaar aanklager voert het hof „tweehonderd jaar aan precedenten” aan, met het refrein: de president staat niet boven de wet.

Als president heeft Trump de financiële handel en wandel van zijn zakenimperium steeds zorgvuldig afgeschermd. Anders dan de meeste moderne politici, en anders dan hij zelf beloofde, heeft hij zijn belastingaangiften nooit openbaar gemaakt. Toen de accountant van The Trump Organization, Mazars, een dagvaarding kreeg van de aanklager in New York, en Deutsche Bank, Capital One bank en dezelfde accountant dagvaardingen ontvingen van de Huis-commissies, spande president Trump een zaak aan om die te blokkeren. In een vergelijkbare zaak greep hij op een andere manier in: vorige maand ontsloeg hij de hoofdofficier die onderzoek deed naar mogelijke financiële malversaties van Trump en zijn familie.

Presidentje pesten

Trumps advocaten hadden aangevoerd dat de president te belangrijk werk doet om te worden gehinderd door rechtszaken, en dan met name op het niveau van de staten. Daar zou volgens hen het gevaar van ‘presidentje pesten’ levensgroot zijn. Aanklagers zouden, gemotiveerd door politieke overwegingen, onderzoek kunnen instellen op wankele gronden, enkel om de president het werken lastiger te maken. Strafvervolging is volgens Trump een schandvlek die de slagkracht van de president op het internationale podium zou verminderen.

Het ultieme argument: een zittende president heeft onvoorwaardelijke immuniteit voor vervolging door het openbaar ministerie in de staten. Het verzoek aan het hof luidde daarom: schort de dagvaarding op tot na het aftreden van de president. Het Hooggerechtshof is het daar niet mee eens. De rechtsgang in New York mag ongehinderd voortgaan.

In de zaak van de drie commissies van het Huis van Afgevaardigden moest het hof een andere afweging maken. Hier ging het niet om strafvervolging, maar om informatie die de volksvertegenwoordiging – of liever: de Democratische meerderheid daarvan – opeist ten behoeve van wetgeving en toezicht op het landsbestuur.

Advocaten van de president brachten daartegen in dat het onduidelijk is voor welke wetgeving het Huis van Afgevaardigden de financiële gegevens van Trump wil gebruiken. In de uitspraak klinkt de verbazing door dat deze zaak zover is gekomen. In het verleden, schrijft het hof, „zijn verzoeken van het Congres om informatie van de president altijd uitonderhandeld door de politieke gremia”.

Scheiding der machten

Hoewel het hof meent dat het Congres vergaande bevoegdheden bezit bij het uitoefenen van zijn taak, heeft het oog voor de gevoeligheid van een dagvaarding die de president betreft, zelfs al gaat die formeel niet naar hem maar naar zijn bank. Hiermee komt de scheiding der machten in het geding, vindt het hof. Dat de lagere rechtbank, die de banken beval hun administratie van klant-Trump over te dragen, dat politieke gewicht niet meewoog, vindt het Hooggerechtshof een omissie. Het verwees de zaak terug naar de rechter in Washington.

Het betekent dat het juridisch steekspel op beide fronten zal doorgaan. De door Democraten gedomineerde commissies moeten uitleggen voor welke wetten ze de administratie van de president nodig hebben. En ten aanzien van de strafzaak liet Trump in zijn tweets al doorschemeren wat zijn tactiek zal zijn: vertragen. Bovendien zal de informatie die in het kader van een strafzaak wordt voorgelegd aan een grand jury hooguit en slechts ten dele openbaar worden in een rechtszitting. Het publiek zal dus voorlopig geen blik kunnen werpen op de administratie van Donald Trump en zijn bedrijf.