Recensie

Recensie Boeken

Waarom steeds meer Amerikaanse superrijken in de natuur wonen

Rijk in Amerika Vergeet het Wilde Westen uit boeken en films. Amerikaanse superrijken gebruiken de getemde wildernis als speeltuin voor spirituele groei en belastingvoordeel.

Bizons in het wild in de Amerikaanse staat Montana.
Bizons in het wild in de Amerikaanse staat Montana. Foto Getty Images

Een hang naar de ongerepte natuur is zo Amerikaans als appeltaart – zeker sinds die natuur niet meer ongerept is. Rijke Amerikanen aan de Oostkust haastten zich al eind negentiende eeuw naar het ‘wilde’ Westen, om te herbronnen tussen ‘echte’ pioniers en cowboys. Theodore Roosevelt, de latere president, ontdekte zijn viriliteit op een ranch in Montana. Eenmaal in het Witte Huis werd hij een grondlegger van de nationale parken in de VS. De schrijver Owen Wister, een vriend van Roosevelt, legde na een eigen therapeutisch verblijf in Wyoming de basis voor de wit-nationalistische cowboy-mythe met zijn roman The Virginian (1902).

Al die hunkering naar masculiniteit en regeneratie in de natuur had een cultuurpolitieke achtergrond. De Angelsaksische, protestantse elite maakte zich grote zorgen om de komst van nieuwe, in hun ogen minderwaardige immigranten als Ieren en Italianen –overwegend katholiek, en toen nog vaak gezien als niet-blank. Het Westen, waar de wildernis met harde hand was bedwongen en de natuur nu kosteloos kon worden opgehemeld, werd het scherm waarop de stedelijke WASP-elite zijn culturele dromen en vooroordelen kon projecteren.

Dat is nog steeds zo, zelfs in verhevigde mate. Alleen zijn het dit keer niet Amerikanen met ‘oud geld’ die zich laven aan de ruige natuur van staten als Wyoming en Montana, maar leden van de nieuwe klasse van superrijken die in het land is ontstaan. Media-magnaat Ted Turner, oprichter van CNN, kocht in de jaren tachtig als een van de eersten een ranch in Montana, compleet met een eigen kudde bizons. Inmiddels is hij gevolgd door tientallen miljonairs en – steeds vaker – miljardairs uit Wall Street, Hollywood en Silicon Valley. Het is geen toeval dat de steenrijke jetset-seksdelinquent Jeffrey Epstein ook een ranch had in de uitgestrekte woestijn van Nieuw-Mexico.

Stressvrij

In Billionaire Wilderness brengt Yale-socioloog Justin Farrell de wereld van de superrijke natuurliefhebbers minutieus in kaart. Hij deed onderzoek en nam interviews af rond het Grand Teton Nationale Park in Wyoming, een van hun populairste enclaves. Inmiddels is dat de rijkste streek van de VS, met een gemiddeld jaarinkomen van 28,2 miljoen dollar per hoofd van de bevolking. En met de grootste ongelijkheid: de toplaag van één procent verdient er 233 keer zoveel als de rest. De huizenprijzen stegen in een jaar tijd met 31 procent.

Met die cijfers maakt Farrell al duidelijk dat de berglucht niet alleen weldadig is voor de geest van vermogende nieuwkomers, maar ook voor hun bankrekening. Ze profiteren van de huizenprijzen en van hun eigen liefdadigheid: donaties en investeringen in natuurbehoud zijn aftrekbaar. De staat Wyoming is bovendien extra aantrekkelijk door lage (of afwezige) lokale belastingen. Kortom, het natuurbewuste leven daar is ook een manier om persoonlijke rijkdom te conserveren en uit te breiden – en zo wordt de sociale ongelijkheid in die staten verder vergroot, onder een ‘ecologische vernislaag’.

De natuur dient als een decor waartegen de superrijken zichzelf kunnen ervaren als authentieke en deugdzame mensen, nu ze in de publieke opinie onder vuur liggen als asociale zakkenvullers.

Even belangrijk is volgens Farrell de accumulatie van moreel en cultureel kapitaal die het wonen in de natuur biedt. Miljonairs gebruiken hun eco-engagement om hoger te stijgen op de ‘statusmarkt’ en voor hun eigen spirituele ‘transformatie’. De natuur dient als een decor waartegen de superrijken zichzelf kunnen ervaren als authentieke en deugdzame mensen, nu ze in de publieke opinie onder vuur liggen als asociale zakkenvullers. In de exclusieve Yellowstone Club, verscholen in de bergen, kunnen leden als Bill Gates (Microsoft), Eric Schmidt (Google) en zanger Justin Timberlake stressvrij genieten van hun eigen en elkaars man cave-momenten.

Ze volgen zo het voorbeeld van Roosevelt en de zijnen, maar wel aangepast aan codes van culturele correctheid. Dus eerder met de spiritualiteit van Gaia dan met het machismo van Colt. Dit zijn geen wannabe revolverhelden, maar gefortuneerde Gutmenschen. Vandaar ook het opvallend ontbreken van schuldgevoel dat Farrell bij verreweg de meeste van zijn gesprekspartners signaleert. De naturalistische topdogs zien zichzelf als ‘gewone’ mensen die met hard werken fortuin hebben gemaakt en daar nu welverdiend van genieten op een manier die henzelf, de natuur en de samenleving ten goede komt.

Veertien super-slenders, ultrahoge en slanke woontorens voor de allerrijksten hebben de skyline van New York grondig veranderd. Lees ook: De Piketty-torens van Manhattan

Voor de rest van Teton County zijn de druiven wat zuurder. De nieuwkomers laten zich graag voorstaan op hun warme banden met ‘eenvoudige’ mensen, liefst echte boeren en cowboys. Maar intussen is wonen in de streek vrijwel onbetaalbaar geworden en is de middenklasse nagenoeg verdwenen. Wat overblijft is dienstverlenend werk als personeel voor de rijken: schoonmakers, serveersters, kamermeisjes. De jovialiteit van de bovenste één procent, hun neiging om ‘bedienden aan te zien voor vrienden’, verhult klassentegenstellingen en nieuwe armoede.

Doorsnee-toeristen

Ook voor buitenstaanders heeft deze hernieuwde annexatie van het Westen gevolgen. Stukje bij beetje worden delen ervan minder toegankelijk voor doorsnee-toeristen, die samengepropt in een busje een uur in de Grand Canyon mogen staren. Afgelegen delen van de Great Plains worden opgekocht en afgepaald door investeerders uit de steden. Een luxe verblijf in een natuurreservaat in Montana waar de prairie in oorspronkelijke staat wordt hersteld, kost al gauw zo’n duizend dollar per nacht. Zo voltrekt zich in delen van het Amerikaanse Westen een gentrificatie die lijkt op wat zich al heeft afgespeeld in de binnensteden van New York en Londen. Die zijn allang geen plaatsen meer om te wonen en werken, maar vooral timesharing optrekjes voor de allerrijksten en promenades voor koopgrage kosmopolieten en dagjesmensen.

Een fotograaf en een journalist schreven ieder een fascinerend boek over de Amerikaanse onderklasse. Het levert een heel ander Amerika op dan we meenden te kennen. Lees ook: Een prachtig en schokkend boek over de onderklasse van Amerika

Billionaire Wilderness is onthullend, maar geen spannend leeswerk. Daarvoor is de stijl te academisch en zijn de sporen van sociologisch onderzoek te duidelijk in de tekst. In een appendix legt de auteur ook nog eens uitgebreid methodologische verantwoording af.

Dat neemt niet weg dat zijn boek een degelijke analyse is van de symbiose van rijkdom en ecologie in het Amerikaanse Westen. De mythe is opnieuw realiteit geworden: ruige natuur als een hersteloord voor de eigen rijke ziel.