Opinie

Machinaties bij Kosovo-proces bemoeilijken de positie van de EU

Balkan De EU bemiddelt deze week bij het beëindigen van het laatste Balkanconflict, tussen Kosovo en Servië. De uitkomst is onzeker, waarschuwt

Hoe buitengewoon toevallig dat de aanklacht van de Speciale Aanklager bij het Kosovo Tribunaal in Den Haag tegen president Thaci en andere politieke leiders in Kosovo (misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden) eind juni wereldkundig werd gemaakt, vlak voordat cruciaal overleg tussen de Serviërs en Kosovaren zou aanvangen in Washington.

Wie is gebaat bij het torpederen van dit Servisch-Kosovaars overleg? Europa, dat Amerika niet het laatst resterende conflict op de Balkan wil laten beslechten ? Amerikanen, die Trump een buitenlands succes willen onthouden? Lachende derden, die gebaat zijn bij bewijs van westerse onmacht?

Argwaan

De argwaan over de plotselinge aankondiging werd vergroot door het feit dat de beschuldiging van misdaden nog niet was bekrachtigd door de onderzoeksrechter van het Kosovo Tribunaal (KT). Een zeer abnormale gang van zaken die de geloofwaardigheid van dit gerechtshof op het spel zet.

Het persbericht van de Speciale Aanklager geeft als reden dat Thaci en medeverdachten heimelijk probeerden de rechtsgang te verijdelen – zonder daarvoor enige indicatie, laat staan bewijs, te geven. Inderdaad wordt in Kosovo al langer betoogd dat het na vijf vruchteloze jaren tijd wordt om het Tribunaal, dat formeel deel uitmaakt van het Kosovaarse rechtssysteem, naar Pristina te verhuizen.

Lees ook: President van Kosovo aangeklaagd voor oorlogsmisdaden

Ook president Thaci heeft daarvoor gepleit, in alle openheid zoals in brieven naar diverse regeringsleiders.

Orgaanhandel

De uitzonderlijke gang van zaken rondom de aanklacht komt bovenop andere twijfel over het KT. Die betreft de ontstaansgeschiedenis van het tribunaal. Deze begint bij het rapport (eind 2010) van ene Dick Marty, Zwitsers lid van de Raad van Europa, waarin hij Thaci en de Kosovo Liberation Army (KLA) beschuldigt van niets minder dan handel in organen van gevangen gemaakte Serviërs en Albanese ‘collaborateurs’. Het rapport was uitgelokt door een niet nader onderbouwde beschuldiging in dezelfde richting van Carla del Ponte, voormalig hoofdaanklager bij het Joegoslavië Tribunaal. Het rapport van Marty is, zoals elke onbevangen lezer kan vaststellen, volstrekt ondermaats en bevat voornamelijk innuendo, onbewezen stellingen en emotionele uitspraken.

Niettemin nam de Raad van Europa op een achternamiddag een resolutie aan waarin Marty’s rapport werd aanvaard en een institutioneel vervolg aanbevolen. Dit heeft uiteindelijk tot de oprichting van het Tribunaal heeft geleid.

Lees ook: Een duister verleden in Kosovo

De meest gruwelijke aantijging van Marty, die ook in de nieuwe beschuldigingen van de Speciale Aanklager aan het adres van Thaci cum suis terugkomt, betreft de orgaanhandel.

Ruige setting

Politieke leiders van Kosovo zijn engelen noch Nelson Mandela’s, maar directe betrokkenheid bij orgaanhandel lijkt wel heel ongerijmd.

Om te beginnen is er gerede twijfel over hoe in de ruige setting van Noord-Albanië een kliniek kon worden aangestuurd die organen (van onwillige gevangenen) verwijderde en deze vervolgens te gelde maakte. Afgezien van de benodigde specialistische kennis en middelen, is er ook de vraag naar een motief.

In de betreffende periode, 1998 -1999, wisten de KLA-leiders zich totaal afhankelijk van westerse steun in hun vrijheidsstrijd tegen het militair oppermachtige Servië. Hoe irrationeel om die steun in de waagschaal te stellen door willens en wetens onmenselijke misdaden te plegen.

Geldelijke motieven kunnen niet hebben meegespeeld, want de KLA werd in die periode rijkelijk gesteund door de Kosovaarse diaspora en andere sympathisanten.

Er zijn geen oorlogen zonder oorlogsmisdaden, ook niet in Kosovo. Die moeten worden berecht. Schijn van politieke beïnvloeding en vooroordeel moet echter worden vermeden. De voortijdige beschuldigingen hebben in Servië en Kosovo tot heftige reacties geleid, jubelende in Belgrado, getergde in Pristina. Bij al dit kabaal blijft het zaak te onthouden dat er geen morele gelijkwaardigheid bestaat tussen de misdaden van het Servische leger, militia en politie (van staatswege gestuurde etnische zuivering; 1 miljoen Albanese Kosovaren verjaagd; 10 à 15.000 doden) en die van het Kosovaarse gewapende verzet (lokale etnische wraakacties; 100.000 gevluchte Servische Kosovaren; circa 500 dodelijke slachtoffers).

Geopolitieke consequenties

De geopolitieke consequenties van het abrupte einde van de (hervatting van de) Servisch-Kosovaarse dialoog, zijn ongewis. Het is de vraag of een hernieuwd Europees initiatief, met een top vrijdag onder auspiciën van president Macron en bondskanselier Merkel, en een hervatting van de dialoog komende zondag onder leiding van EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell, de schade kan herstellen. Tot dusver betoonde Europa zich vooral onderling verdeeld en onmachtig in besluitvorming over Kosovo, haar onafhankelijkheid en pro-Europese aspiraties. Vooralsnog blijft de situatie gevaarlijk instabiel. Door de merkwaardige manoeuvre van de Speciale Aanklager maakt het laatste, onopgeloste Balkanconflict nu ook deel uit van het plateau van Europees-Amerikaanse irritaties. In het voordeel van zowel Rusland als China – beide ongewoon actief op de Balkan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.