Lessen van de online burgerrechtenrevolte

Leven en werken in Silicon Valley Antihaatactivisme raakt Facebook harder dan Europese regelgeving, ziet Marietje Schaake.

Illustratie Marien Jonkers

De uren die ik aan online doceren besteed zijn verplaatst van Zoom naar Word. In onderzoekpapers van mijn studenten lees ik over mensenrechtenimplicaties van spionagetechnologie, over de keerzijde voor privacy van een slimme, digitaal verbonden stad, over manieren om kunstmatige intelligentie te ontwikkelen met ingebouwde mogelijkheden voor onafhankelijk toezicht. Alle raken de vraag: hoe verhouden technologie en rechtsstaat zich?

De deadline voor de papers kwam te vroeg om nog analyses mee te nemen van de actuele strijd om burgerrechten online. Boycots, ook in de jaren zestig ingezet tegen discriminatie en apartheid, krijgen nu een digitale variant. Activisten keren zich tegen antisemitische, neonazistische, racistische, homofobe en vrouwonvriendelijke ‘clubhuizen’ op Facebook. Met de #StopHateForProfit-campagne lijkt het tij ineens te keren.

Meer dan duizend adverteerders lassen al een Facebook-pauze in. Zij willen dat de socialemediareus meer doet tegen haat, ook om hun reputatie en merkwaarde te beschermen. In een dag verloor Facebook door de adverteerdersboycot ruim 55 miljard dollar beurswaarde, en het raakt bovendien talenten kwijt die er niet meer willen werken. Het bedrijf gaat nu scherper letten op reclame met haat en racisme. Maar wat doet het met racistische groepen en posts? Burgerrechtenactivisten spraken de Facebook-leiding, maar zijn niet overtuigd van wezenlijke veranderingen.

Een paar weken geleden zei Facebook-chef Mark Zuckerberg nog trots dat hij geen ‘scheidsrechter van de waarheid’ wil zijn. Die karikatuur leidt af van de vraag of hij de klanten van zijn club wil beschermen tegen virtuele hooligans, en of hij vindt dat antidiscriminatiewetten ook op Facebook van toepassing zijn. Of beloofde nieuwe aanpassingen, zoals het weren van haatdragende reclame, genoeg zijn om adverteerdersvertrouwen terug te winnen, zal moeten blijken.

Nu al zijn interessante lessen te trekken uit de burgerrechtenbewegingen online. Allereerst is een boycot geen substituut voor democratische wetgeving. De burgerrechtenbeweging in de jaren zestig stopte pas met boycots en demonstraties nadat de Civil Rights Act was aangenomen. De Black Lives Matter-demonstraties nu wijzen opnieuw op het gat tussen de belofte van gelijke behandeling en het waarmaken van die belofte. Organisatoren van #StopHateForProfit hopen op momentum dat de Amerikaanse wetgeving nieuw leven inblaast. Ze willen dat online platforms worden opgebroken, omdat het monopolisten zijn en ze als uitgevers worden behandeld. Nu zijn bedrijven als Facebook niet aansprakelijk voor berichten die hun gebruikers online zetten.

Europese politici kunnen veel leren van de ontwikkelingen in de VS. De boycot raakt Facebook harder dan de Europese databeschermingsverordening AVG. Dat inspireert Europese leiders hopelijk om het hele scala aan rechtenschendingen online onder de loep te nemen. Nu kijken ze vooral naar privacy, omdat daarvoor een goede Europese oplossing is bedacht. Dat mag niet leiden tot een blinde vlek voor al die andere terreinen waar het beleid van grote techplatforms democratie, publiek belang en minderheden bedreigt.

Ik had graag de reflecties van studenten gelezen op de #StopHateForProfit campagne, op manieren om discriminatie aan te pakken, op schending van andere fundamentele rechten online. Hoe maatschappelijke organisaties technologiereus Facebook een toontje lager lieten zingen, zal nog lang stof voor analyse zijn. Aan wetgevers de dringende taak het gat tussen wet en praktijk te dichten. Dat begint met zorgen dat wetten die in de offlinewereld gelden, ook online worden gehandhaafd. Door meer transparantie kunnen adverteerders en Facebookgebruikers zien wat er te koop is, in combinatie met mededingingsregels krijgen ze meer keuze. Willen ze bij een club waar ook neonazi’s welkom zijn, of liever een alternatief?

Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër, werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Ze schrijft een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.