‘Telkens als dit kunstwerk voor Srebrenica zich voltrekt, is dat dieptriest en prachtig tegelijk’

Reizend monument Wat de nabestaanden van Srebrenica het meest missen? Koffie drinken met een geliefde, zo ontdekte kunstenaar Aida Sehovic. Het inspireerde haar tot een reizend monument.

Het nomadische kunstwerk ‘Sto te nema?’ in Chicago in 2017.
Het nomadische kunstwerk ‘Sto te nema?’ in Chicago in 2017. Aida Sehovic

Ze was vijftien toen de oorlog begon, achttien toen de massaslachting plaatsvond. Ze is Bosnisch, geboren in Banja Luka. Ze vluchtte met haar familie voor de oorlog, eerst naar Turkije, daarna naar Duitsland om uiteindelijk in de VS te belanden. In de jaren die volgden, voelde kunstenaar Aida Sehovic „een soort machteloze woede” bij de gedachte dat ze zelf niets kon doen, maar nu ze voor de vijftiende keer haar monument opricht, voelt ze vooral ook hoop. „Telkens als dit nomadische kunstwerk zich voltrekt, is dat dieptriest en prachtig tegelijk. Triest vanwege het onpeilbare verlies. Prachtig omdat ik zie hoe verschillende mensen deelnemen, van waar ook, waardoor de misdaad er echt een wordt tegen de mensheid, niet alleen van het Servisch-Bosnische leger tegen moslimmannen en -jongens.”

Het nomadische monument heet Sto te nema?, ofwel: waarom ben je er niet? Sehovic laat ieder jaar, op 11 juli, duizenden typisch Bosnische koffiekopjes neerzetten op een publieke plek, bij voorkeur een plein. Met vrijwilligers nodigt ze omstanders uit de kopjes te vullen met koffie, geschonken uit traditionele Bosnische kannen, zogenoemde dzezvas.

Ze deed dit voor het eerst in 2006, in het oude centrum van Sarajevo. Uitnodigingen volgden uit New York (bij de VN), Stockholm, Den Haag, Istanbul, Toronto en deze maand komt het monument thuis. Naar Potocari, even buiten Srebrenica.

Telkens als dit nomadische kunstwerk zich voltrekt, is dat dieptriest en prachtig tegelijk.

Aida Sehovic Kunstenaar

Het idee voor het kunstwerk ontstond in gesprekken met tientallen vrouwen wier echtgenotes of zonen zijn vermoord. Ze vertelden Sehovic wat ze het meest missen: koffie drinken met hun geliefde, een zoon of echtgenoot. Sehovic: „Het is een ritueel in Bosnië: twee keer per dag de eigen wereld doornemen, met koffie.”

Eén van die vrijwilligers, Dzeneta Karabegovic, vertelt dat het nooit moeilijk gaat, omstanders te interesseren het werk tot stand te brengen. „De geur van liters koffie is sterk. Daar komen mensen op af. Vervolgens vertellen wij waar het om gaat, terwijl zij schenken.”

De eerste kopjes kreeg Sehovic van de vrouwen met wie ze sprak over hun verlies. Later kwamen de kopjes uit heel Bosnië en vervolgens uit de diaspora: sinds het begin van de oorlog hebben bijna een miljoen mensen Bosnië en Herzegovina ontvlucht. In de afgelopen dagen verzamelden Sehovic en haar legertje vrijwilligers de laatste kopjes. Daardoor kunnen ze op 11 juli net zo veel kopjes neerzetten als er mensen zijn vermoord in de zomer van 1995: ten minste 8.372.

Vorig jaar was het nog niet zo ver, op de Biënnale van Venetië. Er ontbraken nog een paar honderd kopjes. Sehovic was uitgenodigd door het paviljoen van het Auschwitz Instituut voor de Preventie van Genocide. In de dagen naar aanloop van 11 juli konden bezoekers foto’s zien van de jaarlijks verrichte performance. Ze konden ook de kopjes bezichtigen die lagen opgetast in dezelfde grijze, plastic bakken die forensisch specialisten gebruiken om de menselijke resten van nog niet geïdentificeerde slachtoffers te bewaren. Dat is een hels karwei omdat Serviërs kort na de genocide zijn gaan slepen met lijken in een poging de sporen van de misdaad uit te wissen. Lichaamsdelen zijn door elkaar gehusseld.

Als alle seinen verkeerd staan, kunnen wij elkaar dit aandoen. Ook nu.

Kerry Wigham Auschwitz Instituut

Kerry Wigham, van het Auschwitz Instituut, is bijzonder onder de indruk van Sehovic’ monument, omdat „het niet alleen een genocide markeert, maar ook aanzet tot het denken over de preventie van massaslachtingen als die in Srebrenica”. Sehovic verklaart: „Ik hoop niet alleen sympathie te wekken met de nabestaanden, maar mensen een stap verder te brengen, naar empathie. En dat lijkt ook te lukken, vooral bij kinderen. Als zij de koffie schenken, vinden ze de slachtoffers en nabestaanden niet zozeer zielig, maar kunnen ze zich in hen verplaatsen. Het is dan niet: ‘die arme Bosniërs’, maar: ‘wij arme mensen’.”

Om de universele geldigheid te onderstrepen, heeft Sehovic bepaald dat het monument het zonder nationale symbolen moet doen. Geen vlaggen, bijvoorbeeld, maar ook geen vooraf opgestelde informatie, over Srebrenica, het verloop van de oorlog, de argumenten van beide kampen. Wigham: „Je beseft: als alle seinen verkeerd staan, kunnen wij elkaar dit aandoen. Ook nu.”