Hof VS deelt Trump klap uit: justitie mag privéfinanciën opeisen

Vier maanden voor de verkiezingen heeft het Hooggerechtshof in ruime meerderheid bepaald dat een New Yorkse officier van justitie de privéfinanciën mocht dagvaarden uit de tijd dat Donald Trump nog geen president was.

Een betoger houdt een protestbord omhoog met de tekst ‘Follow the money’, voorafgaand aan de uitspraak van het Hooggerechtshof over Trumps privé-financiën
Een betoger houdt een protestbord omhoog met de tekst ‘Follow the money’, voorafgaand aan de uitspraak van het Hooggerechtshof over Trumps privé-financiën Foto Lleah Millis/Reuters

Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft donderdag bepaald dat de persoonlijke financiën van president Trump wel degelijk opgeëist kunnen worden binnen een strafrechtelijk onderzoek.

Het baanbrekende vonnis wordt, krap vier maanden voor de verkiezingen, gezien als flinke tegenslag voor de president, die zich steeds tegen vrijgave heeft verzet. Ook is de precedentwerking groot: een Amerikaanse president geniet hierdoor geen absolute immuniteit voor strafvervolging, bepaalden zeven van de negen hoge rechters van het Hof.

Zowel het Huis van Afgevaardigden als openbaar aanklagers in New York eisten de afgelopen jaren inzage in Trumps financiën uit de periode dat hij nog vastgoedmagnaat en presidentskandidaat was. Hun dagvaardingen werden door lagere rechters steeds geschraagd, maar Trumps advocaten tekenden tot aan het Hooggerechtshof beroep aan, dat nu een finaal oordeel heeft gegeven.

Volgens de rechters was hoofdofficier van justitie Cyrus Vance Jr. uit New York wel degelijk gerechtigd Trumps administratie te dagvaarden. Over de dagvaarding van de Democraten in het Congres nam het geen besluit: dat verwees het Hof terug naar een lagere rechter. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat de belastingaangiften nog voor verkiezingsdag openbaar zullen worden voor het Amerikaanse publiek, als dat al ooit gebeurt.

In opmaat naar het vonnis twitterde de president donderdag in kapitalen over „lastigvallen van de president” en „procedureel wangedrag”. Na de uitspraak stelde hij: „Niet eerlijk voor dit presidentschap en de regering.”

Dralen met vrijgave

Toen hij zich in 2015 kandidaat stelde, beloofde Trump aanvankelijk nog om zijn belastingaangiftes vrijwillig te openbaren, zoals al decennia gebruik is onder presidentskandidaten. Eerst draalde hij daarmee, omdat ze nog onder inspectie zouden zijn bij de fiscus. Later verzette Trump zich tegen vrijgave, nadat Democraten in het Huis en aanklager Vance Jr. ze opeisten bij Trumps accountantskantoor Mazars, kredietverstrekker Capital One en huisbank Deutsche Bank.

Eerder onderzoek van onder meer The New York Times naar Trumps aangiftes wees uit dat hij als zakenman een stuk minder succesvol was dan hij zelf wil doen geloven. En dat hij zijn belastingdruk, zoals veel vermogende Amerikanen, met boekhoudkundige trucs laag hield. Ook zouden de papieren mogelijk aanwijzingen bevatten voor betaling van zwijggeld aan minnaressen.

Precedentwerking

De vraag of Trumps financiën opgevraagd konden worden, was zodoende al interessant genoeg, maar staat ook voor iets groters: de verhoudingen binnen de trias politica. Mag het Huis (als wetgevende macht) of een aanklager op deelstaatniveau überhaupt onderzoek doen naar de uitvoerende macht (de president), of is die laatste na zijn aantreden ook met terugwerkende kracht juridisch onaantastbaar?

Trump zelf meent dat laatste. Zo zei hij vorig jaar juli: „Ik heb een artikel 2 [van de grondwet, red.] dat mij als president het recht geeft te doen wat ik wil.” Zijn uiterst loyale justitieminister William Barr steunt hem hierin. Hij stelde eerder dat de president zo goed als immuun is en alleen een impeachmentprocedure zou hoeven vrezen.

Extra pijnlijk voor de president is dat zowel Brett Kavanaugh als Neil Gorsuch, de twee rechters die hij in zijn eerste ambtstermijn heeft kunnen voordragen aan het Hof, beiden meegingen in het meerderheidsoordeel.