Henk Tennekes wist waardoor de bijen sterven

Henk Tennekes | Toxicoloog Eigenlijk had Henk Tennekes niets met natuur. Tot hij ontdekte dat een nieuw landbouwgif bijen de dood in drijft. Daags voor zijn dood spreekt hij zich nog eenmaal uit, in de krant waarin hij in 2009 aan de bel trok.

Foto Annabel Oosteweeghel

Het evaluatieformulier van verpleeghuis de Pelkwijk in Winterswijk ligt al op tafel, klaar om te worden ingevuld. Voor Henk Tennekes (69) zit het leven er bijna op, wanneer NRC hem opzoekt in het ruime, maar lege zorgappartement waar hij zijn laatste levensjaar doorbracht.

Bovenop de ziekte van Parkinson kwam de afgelopen jaren nog een zeldzame aandoening, pulmonale hypertensie, die hem extreem kortademig maakt. Gedurende het gesprek zorgt een pomp voor wat extra lucht in de longen.

Spreken kost de toxicoloog zichtbaar moeite. Maar hij doet het verhaal van de toevallige ontdekking die zijn leven overhoop gooide maar wat graag nog eens uit de doeken. Zeker tegenover de krant waarin hij – door een ingezonden brief in het wetenschapskatern – de grootste ontdekking van zijn leven onthulde.

Een cultstatus

Die brief, en het boek dat daar een jaar later op volgde, kostte hem zijn carrière als chemicus, maar leverde hem tegelijk een cultstatus onder milieubeschermers op. Zijn afscheidstweet, verzonden op 30 juni, leverde hem duizenden reacties op uit binnen- en buitenland. „Zelfs Pieter van Vollenhoven heeft me geretweet.”

Daags na dit interview zal bij Tennekes euthanasie worden toegepast. Hij is van plan voordien met zijn kinderen nog eenmaal te genieten van „alles wat God verboden heeft, zoals hamburgers en patatjes oorlog”. In de keuken wacht al een fles whisky.

Zo kwam op dinsdag 7 juli 2020 een einde aan een leven dat zich met het wat sleetse etiket „bewogen” volstrekt inadequaat laat omschrijven. Henk Tennekes werd in 1950 geboren in een gezin waarvan de vader zich in 1941 bij de SS had aangesloten. Zijn moeder kon zich middels een zwangerschap aan een zwaar gereformeerd milieu ontworstelen. „Ik ben verwekt in het bos achter het huis van mijn grootouders. Anders had mijn moeder van hen nooit met deze ‘landverrader’ mogen trouwen.”

Voor zijn vader – die na de oorlog vastzat, maar in 1948 van koningin Juliana gratie kreeg bij haar troonsbestijging – stond het hele leven in het teken van zijn eigen rehabilitatie. Dat maakte dat ook Henk in een hoog tempo door zijn studie vloog aan de Wageningse Landbouwhogeschool en al op 23-jarige leeftijd naar Engeland vertrok om bij Shell aan zijn promotie te werken. „Ik wilde alles goed doen, niet teleurstellen.”

Behalve een hang naar perfectionisme leverde het oorlogsverleden van zijn vader hem ook een grote liefde voor wiskunde op. „En dat terwijl ik daar op school niet eens goed in was.” Vanuit zijn comfortfauteuil vertelt hij over het houvast dat de wetten van de wiskunde hem boden. „Ik heb bij mijn vader gezien hoe eenvoudig bepaalde omstandigheden je tot een verkeerde beslissing kunnen brengen. Dat heb ik in mijn eigen leven willen voorkomen.”

Zijn grote ontdekking

Diezelfde oorlog zette hem indirect óók op het spoor van de grote ontdekking die hij later in zijn leven zou doen. Tennekes’ interesse in de werking van giftige stoffen leidde hem in 1980 naar het kankeronderzoek, in het Duitse Heidelberg. Dat bracht hem in aanraking met de fameuze kankeronderzoeker Hermann Druckrey, door wetenschapshistoricus Robert N. Proctor ooit omschreven als „een fervente nazi en een zeer goede wetenschapper”.

Druckrey werd in die jaren zijn mentor. Tennekes: „Aan de afschuwelijke misdaden van de nazi’s wil ik niets afdoen, maar in het Engelse interneringskamp na de oorlog heeft hij samen met de ingenieur Karl Küpfmüller een wiskundige vergelijking opgesteld, die later naar mijn overtuiging vele levens gespaard heeft. Hun theorie was dat als een lage dosis kankerverwekkende stoffen zich over een langere periode onomkeerbaar aan een receptor verbindt, het effect vaak schadelijker is dan een korte blootstelling aan een hoge dosis van hetzelfde middel. Er bestaat kortom niet zoiets als een veilige dosis van een onveilig middel. Die theorie werd later bevestigd in studies naar de vraag waarom de ene tumor sneller groeit dan de ander.”

Tennekes knoopte de lessen van zijn leermeester goed in de oren. Maar in zijn persoonlijk leven deed zich een tragedie voor, toen hij na zijn jaren aan het Deutsches Krebsforschungszentrum, het topinstituut voor kankeronderzoek, voor een nieuwe baan in Zwitserland belandde. Zijn vrouw stapte plots uit het leven en liet Tennekes achter met drie kinderen onder de 12. Gevraagd naar wat hem het meest met trots vervult, een klein etmaal vóór zijn leven eindigt, begint hij dan ook als eerste over zijn kinderen, die tegen het eind van het gesprek een voor een binnenkomen om hem tot het moment van de euthanasie terzijde te staan. „Ze zijn stuk voor stuk uitgegroeid tot prachtige, succesvolle mensen.”

Een kattenbelletje aan de krant

Maar direct na deze trots volgt toch ook Tennekes’ trots over de ontdekking die hem als zestiger zijn faam bezorgde. „In NRC las ik een artikel over het feit dat de bijensterfte in zes jaar verdubbeld zou zijn. Er ging bij mij direct een lampje branden.” Het leidde op 14 februari 2009 tot een eerste ingezonden briefje aan de krant. 45 woorden had hij maar. Hij werpt slechts een vraag op: „Op een mogelijk verband met het gebruik van pesticiden wordt in het artikel niet ingegaan. Het is van groot belang dat dit nader wordt onderzocht.”

Hij ontvangt op zijn kattenbelletje aan de krant bericht van Jeroen van der Sluijs, tegenwoordig hoogleraar in Utrecht en Bergen (Noorwegen). Die vertelt hem over Franse onderzoeken die ook in die richting wijzen. Ook brengt hij hem in contact met een Spaanse onderzoeker die hier al over gepubliceerd had. „Het ging om zogenoemde neonicotinoïden.” Dat zijn pesticides waarin de zaden van gewassen worden ondergedompeld, om insecten te doden. „Die zijn erg effectief, maar hebben twee belangrijke nadelen. Resten ervan komen in de grond en daarmee in het water terecht. En niet alleen insecten die voor deze gewassen een gevaar vormen worden erdoor gedood, ook bijen en vlinders komen ermee in aanraking. En anders dan fabrikant Bayer lange tijd beweerde, is het contact met die stof onomkeerbaar.”

Henk Tennekes: „We moeten echt over op ecologische landbouw.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Precies op dit punt bood de Druckrey-Küpfmüllervergelijking in de ogen van Tennekes een passende verklaring. Hij herkende het principe dat hij in zijn onderzoek naar kankerverwekkende stoffen ook aan het werk had gezien. „Langdurige, onomkeerbare blootstelling aan dit type landbouwgiffen bleek het zenuwstelsel van bijen, hommels en vlinders aan te tasten. Ze gaan er niet meteen aan dood, maar raken op den duur de weg terug naar de korf kwijt. En zo zijn ze kwetsbaarder voor andere bedreigingen, zoals de varroamijt.”

De inzichten van Van der Sluijs en Tennekes samen leiden tot een nieuwe ingezonden brief aan dit katern, waarin ze in 315 woorden de kern van hun argument uiteenzetten.

De brief slaat in als een bom in de chemische sector, waar Tennekes tot dat moment vanuit zijn eigen onderneming veel lucratief werk aan had. „Ik reed een dikke Mercedes.” Maar nadat hij in de krant aan de bel had getrokken bleef het ineens stil in Zutphen, waar hij intussen als freelance onderzoeker gevestigd was. Zeker nadat in 2010 zijn boek A disaster in the making verscheen. Hij laat hier aan de hand van statistieken zien hoe allerlei soorten vogels die voor hun voedsel van bijen afhankelijk zijn, uit het Nederlandse landschap verdwijnen.

Terwijl bij de toxicoloog in die jaren parkinson werd geconstateerd, bleven nieuwe onderzoeksklussen in zijn werkveld – de chemie – uit. Het bracht hem er in 2016 toe aan te kloppen bij de gemeente voor bijstand. Heeft hij niet een al te hoge prijs betaald voor zijn bevindingen?

Strijd tegen chemiereuzen

Critici verwijten hem de nietsontziende felheid waarmee hij in die jaren bijvoorbeeld de „Wageningse maffia” hekelde. Onderzoekers die aan de leiband van het chemisch-industrieel complex zouden lopen. Vooral met onderzoeker Tjeerd Blacquiere aan deze universiteit, volgens hem tot dan een bevriende collega, had hij het geregeld aan de stok. „Maar ik móést wel als een stier door de porseleinkast. Ik zag dat zich een ramp aan het voltrekken was, dus ik kon niet zwijgen.”

Professor Van der Sluijs, met wie hij in die jaren tegen chemiereuzen als Bayer ten strijde trok, laat via de telefoon uit Noorwegen weten dat Tennekes’ kruistocht het uiteindelijke verbod van neonicotinoïden „zeker versneld” heeft. „Het was er anders uiteindelijk ook wel van gekomen, maar door Tennekes’ wiskundige onderbouwing kwam het al in 2013 tot een gedeeltelijk en in 2018 tot een compleet verbod op drie van deze middelen, door heel de EU. Dat is voor een wetenschappelijke ontdekking uitzonderlijk snel.”

Ik wilde koste wat kost aan de goede kant van de geschiedenis staan

„Ik wilde koste wat kost wél aan de goede kant van de geschiedenis staan”, zegt Tennekes zelf over het gestrekte been waarmee hij er soms in ging. „En dat komt ongetwijfeld door het oorlogsverleden van mijn vader.” In de massale bijval die hem in zijn laatste week ten deel gevallen is ziet hij de bevestiging dat er langzaam een kanteling gaande is. „Ik hoop dat er een nieuwe Mansholt komt”, verwijst hij naar de visionaire landbouwminister en Eurocommissaris. Zelfs Sicco Mansholt zelf vond op het eind van zijn leven dat de noodzakelijke schaalvergroting waarmee boeren na de oorlog voor voeding zorgden inmiddels was doorgeschoten.

„We moeten echt over op ecologische landbouw, waarbij de Europese landbouwsubsidies worden aangewend om bijvoorbeeld biologische bestrijdingsmiddelen mogelijk te maken. De boeren zelf verwijt ik trouwens niets, zij moeten gewoon betere middelen krijgen. Dat zij aan schaalvergroting zijn gaan doen is gewoon een gevolg van het geldende beleid.” Tot zijn verrassing hoorde hij in de week voor zijn overlijden ook van landbouworganisatie LTO, een club waarmee hij het de laatste jaren geregeld aan de stok had. „Ze spraken in een brief hun waardering voor me uit. Dat vond ik mooi. Zo kan het dus ook: van mening verschillen.”

Lees over de uitkomsten van veldstudies: Neonicotinoïden zijn écht slecht voor bijen

Zijn werk leverde hem in 2019 de Gouden Mispel op, voor zijn bijdrage aan het behoud van het Nederlandse cultuurlandschap. Die prijs was belangrijk voor hem. Toch, geeft Tennekes toe, is hij in feite een milieubeschermer tegen wil en dank. „Die bijen waren voor mij een Mittel zum Zweck. Ik had eerlijk gezegd nooit iets met de natuur. Laat staan met de bijen. Maar mijn doel was de geldigheid van die wiskundige formule van Druckrey en Küpfmüller aantonen.”

Tijdens zijn crematie klinkt deze vrijdag in Zutphen het eeuwenoude Hemony-carillion van de Wijnhuistoren, met werk van Mozart en – „dat vindt mijn dochter mooi” – het lied We’ll meet again. Wie hem bloemen wil sturen vraagt hij om een donatie voor dit klokkenspel, dat hem na een lange loopbaan in het buitenland weer het gevoel gaf thuis te zijn toen hij in Zutphen neerstreek. „Ik was slechts een doodgewone Achterhoeker met een goed stel hersens. Niet meer, niet minder.”