Defensie onderzoekt mogelijke negatieve cultuur Onderzeedienst

Defensie Er zou sprake zijn van onwenselijk gedrag, waardoor jonge militairen kiezen voor een loopbaan elders bij de marine en medewerkers zich niet veilig voelen.
Afgelopen vrijdag werd er nog aangifte gedaan van ongewenst gedrag en werd een militair geschorst.
Afgelopen vrijdag werd er nog aangifte gedaan van ongewenst gedrag en werd een militair geschorst. Fptp Prince Victor / Hollandse Hoogte / ANP

De integriteitscommissie van het ministerie van Defensie doet onderzoek naar de cultuur binnen de Onderzeedienst. Die zou dermate negatief zijn dat jonge militairen kiezen voor een loopbaan bij een ander onderdeel van de marine. In een persbericht van Defensie zegt Zeestrijdkrachten vice-admiraal Rob Kramer: “Vanuit de Onderzeedienst hebben we signalen opgevangen van onwenselijk gedrag. Dat neem ik bijzonder serieus en dus ondernemen we stappen”.

De afgelopen twee jaar zouden er vier officiële meldingen zijn geweest van ongewenst gedrag door medewerkers van de Onderzeedienst. Twee meldingen leidden tot aangifte bij de Koninklijke Marechaussee. In de ene zaak, die deze week voor de rechter komt, werden drie militairen geschorst. De andere aangifte werd afgelopen vrijdag gedaan. In die zaak werd een militair geschorst.

Lees ook: Vrouwen per direct toegelaten aan boord van Onderzeedienst

De uitkomst van het onderzoek wordt naar verwachting na de zomer gepubliceerd, nadat de voortgang vanwege het coronavirus vertraging opliep. In 2018 concludeerde de commissie-Giebels dat er binnen Defensie te weinig wordt gedaan om misstanden en grensoverschrijdend gedrag aan te pakken. Sindsdien zegt Defensie te werken aan verbetering van een veilige werkomgeving.

Volgens de commissie-Giebels zouden militairen onvoldoende worden gehoord en zou vertrouwelijke informatie niet goed behandeld worden vanwege de gesloten cultuur en het gebrek aan een onafhankelijk meldpunt. In mei van dit jaar constateerde de bond van defensiepersoneel ACOM dat de leiding op marineschip Zr. Ms. Karel Doorman niet adequaat had gehandeld nadat een matroos aangifte had gedaan van een zedendelict. Toen de zaak werd onderzocht, bleken er meer zedenincidenten te hebben plaatsgevonden.