‘Iedereen heeft verstilling en vertraging nodig, maar onze kinderen nog het meest’

Psychologie Leefbaarder steden, saamhorigheid; de coronacrisis brengt ook goede dingen, signaleert psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Nu nog vasthouden.

Foto Getty Images

Wie wel eens over de Franse snelweg gereden heeft, kent de aires wel: de plekken naast de weg waar je even kunt pauzeren. Je hebt ze in twee varianten, een aire de repos en een aire de service. De aire de repos is puur voor ontspanning en om uit te rusten: er staan picknicktafels, een wc en soms een speeltuintje. Een aire de service is groter, functioneler, commerciëler: er is meestal een winkel, een benzinestation en een restaurant. Mensen gaan erheen omdat ze iets nodig hebben, iets moeten kopen.

De Vlaamse psychoanalyticus Paul Verhaeghe gebruikt de aires als symbool voor een helder onderscheid tussen rust en functionaliteit in ons persoonlijke leven. „Het onderscheid tussen de aires de service en repos staat voor veel meer”, zegt hij vanachter Zoom in zijn Gentse werkkamer, volle boekenkast op de achtergrond. „We zouden meer op die manier moeten kijken naar de wijze waarop we wonen, werken, winkelen, ons onderwijs inrichten, onze kinderen opvoeden.”

Verhaeghe is hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse aan de Universiteit Gent, en al jaren een felle maatschappijcriticus die zich afzet tegen wat volgens hem mis is met de vrijemarktsamenleving. Hij schreef bestsellers over de psychologie van de tijdgeest als Autoriteit en Identiteit, en volgende week komt een nieuw essay van hem uit bij De Bezige Bij: Houd afstand, raak me aan, over de psychosociale gevolgen van de coronapandemie.

Het boekje gaat over de eenzaamheid in de samenleving die door corona verergert, maar volgens hem al veel langer sluimerde. En het gaat over de oplossingen voor die eenzaamheid, die voor Verhaeghe liggen in radicaal veranderen hoe mensen hun leven sociaal en fysiek inrichten. Bijvoorbeeld in onze belangrijkste leefomgeving: de stad.

Steden waren volgens Verhaeghe voor corona al langzaamaan aan het veranderen in prettiger leefgemeenschappen, en door de pandemie wordt dat proces versneld. „Kijk naar wat er in Parijs aan het gebeuren is”, zegt hij. Daar kondigde de socialistische burgemeester Anne Hidalgo grote plannen aan voor het autovrij maken van buurten.

Van Milaan tot Brussel tot Rotterdam: overal in Europa zijn stadsbesturen in coronatijd bezig de leefomgeving te veranderen. Meer ontmoetingsplaatsen creëren, betere parken, geveltuinen stimuleren, meer ruimte bieden aan fietsers en voetgangers en minder aan auto’s. „Dat geeft mensen de kans om weer even buiten te gaan zitten”, zegt Verhaeghe. „Om een praatje te maken, zonder dat die interactie commercieel uitgebuit wordt.” Geen Starbucksen en McDonaldsen dus, maar groene pleinen, parken en buurttuinen. Kortom: wat meer repos, wat minder service.

Meer hond dan kat

De manier waarop we de openbare ruimte indelen, bepaalt volgens Verhaeghe in sterke mate of we elkaar kunnen ontmoeten of elkaar moeten vermijden. „Uiteindelijk zijn mensen meer als honden dan katten: sociale dieren.” Hij signaleert, net als andere recente critici, dat de auto jarenlang veel te dominant is geweest in het straatbeeld en dat de stad te veel is ingericht op een voertuig waar we meestal alleen in zitten en dat de omgeving minder leefbaar en sociaal maakt.

Het kán anders, beschrijft hij in zijn boek: voetpaden, parken, bankjes. „Het in ere herstellen van de pleintjes van vroeger, met een paar essentiële winkels, die bij voorkeur lokale producten aanbieden, of een bruin café.”

Een ander gebruik van de openbare ruimte sluit aan bij zijn voornaamste hoop: dat we op een andere manier zullen produceren, distribueren en consumeren, in een maatschappij die weer op mensenmaat gesneden is en waar de economie ondergeschikt is aan samenleven.

Lees ook: Hoe mensen hun wijk herontdekken door corona

De stad en de buurt lijken in veel landen bezig aan een wederopstanding in coronatijd, omdat mensen veel meer thuiszijn. Verhaeghe, die toch bepaald niet bekendstaat als al te vrolijke vooruitgangsoptimist, signaleert een „toename van solidariteit” in de crisis. Ineens gingen buren voor elkaar boodschappen doen, elkaars kinderen ophalen. Veel buren maakten praatjes; ook al moesten we fysiek afstand tot elkaar houden, er verdween een deel van de sociale afstand. De grote vraag is natuurlijk: zal dat blijven? Daarover is Verhaeghe niet onverdeeld optimistisch.

„Het virus toont ook de reflexen van voor de crisis. De heersende opvatting is: als we het virus maar zo snel mogelijk extermineren, dan is het probleem opgelost, kunnen we terug naar normaal.” Dat klopt volgens Verhaeghe niet: het virus kon zich zo snel verspreiden en zo’n impact hebben op de economie juist dóór onze manier van leven, consumeren, reizen, onze omgang met de planeet en met dieren.

„Hetzelfde verstoorde beeld dat mensen van elkaar en zichzelf hebben speelt op als vóór de crisis: het succesverhaal van het individu, waarbij wij boven en buiten de natuur staan.” En als straks de economische crisis merkbaar wordt, staat ons nog wat te wachten, vreest Verhaeghe; dan zal de competitie tussen mensen toenemen en de stress ook weer.

Alléén het bouwen van meer aires de repos in ons leven is niet voldoende volgens Verhaeghe. „Corona maakt duidelijk: we moeten meer tijd hebben voor elkaar.” En voor het vrijmaken van die tijd is een grote inspanning nodig. Het gebrek aan rust dat veel mensen ervaren, richt grote schade aan, vindt hij.

Iedereen heeft verstilling en vertraging nodig, maar onze kinderen nog wel het meest

Paul Verhaeghe

Verhaeghe signaleert dat dat het meest manifest is bij de opvoeding van kinderen. Door het grootschalige thuisonderwijs van de laatste tijd zijn mensen zich plots bewuster geworden van het belang van meer tijd met de kinderen, denkt hij. „Opvoeding is zó belangrijk en tegelijkertijd wordt er zó weinig tijd aan besteed. We verwaarlozen onze kinderen door de manier waarop we ons leven moeten inrichten.” Er zijn volgens hem de laatste jaren veel meer kinderen met gedragsproblemen. De eerste levensjaren zijn van doorslaggevend belang voor de psychologische ontwikkeling, en het is in die vroege periode dat het nu vaak fout gaat, denkt hij.

„De elementaire zaken voor opvoeding zijn vrij simpel: veiligheid, vertrouwen, voorspelbaarheid. Probeer dat te installeren en dan ontwikkelt het kind zich op een normale manier.

De quarantaine, hoe zwaar ook, was voor sommigen onder ons een periode van verstilling en vertraging, voor bepaalde mensen vreemd genoeg zelfs een verademing, zegt Verhaeghe. „Iedereen heeft verstilling en vertraging nodig, maar onze kinderen hebben er nog het meest van allemaal behoefte aan.”

Meer tijd voor elkaar

Klinkt zo’n oproep voor meer tijd voor gezin, buurt en elkaar niet bij vlagen wat romantisch, financieel lastig te realiseren en voor werkende mensen zelfs simpelweg onhaalbaar? „Ik pleit er niet voor dat moeders weer thuisblijven, maar wel dat we als maatschappij meer tijd nemen voor elkaar. Een maatschappij die niet investeert in haar kinderen, schakelt zichzelf uit, zo simpel is het.”

Hij is hoopvol dat het vele thuiswerken tijdens deze crisis een blijvende verandering in gang heeft gezet. Door minder dagelijkse reistijd zullen mensen ook na de pandemie meer tijd overhouden voor andere dingen dan forenzen en werken – voor hun gezin bijvoorbeeld. Maar er moet nog veel meer gebeuren om te zorgen dat dat vastgehouden kan worden, zegt hij.

„We kunnen het niet alleen. We hebben er de gemeenschap en de overheid voor nodig. Niet alles is op te lossen door het individu, dat is nog zo’n misvatting. We denken dat opvoeding alleen de individuele verantwoordelijkheid van de ouders is.”

Lees ook: Psychiaters zijn supersterren: wat zegt dat over de tijdsgeest?

It takes a village to raise a child: opvoeding, socialisering, het kweken van gemeenschapszin: het is volgens Verhaeghe door de geschiedenis heen vooral op straat gebeurd. „Niet in de gevaarlijke mean streets, maar gezellige straten die zijn ingericht op ontspanning, gezamenlijkheid en ontmoetingen. Dat klinkt toch best aantrekkelijk?”

Houd afstand, raak me aan, Paul Verhaeghe, De Bezige Bij, 136 blz, 14,99 euro