Rechter doet op 4 september uitspraak in proces-Wilders

Hof Het hof ziet geen reden om een vervolgonderzoek in te stellen en doet op 4 september uitspraak. Het OM heeft een geldboete van 5.000 euro geëist.
Wilders en zijn advocaat Carry Knoops in de rechtbank op Schiphol.
Wilders en zijn advocaat Carry Knoops in de rechtbank op Schiphol. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het hoger beroep tegen PVV-leider Geert Wilders over zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak komt op 4 september tot een einde. Het hof maakte woensdag bekend geen aanleiding te zien om een vervolgonderzoek te laten doen en nog meer informatie te vergaren, waar Wilders om had gevraagd.

Wilders mocht woensdag in de rechtszaal zijn zogenoemde laatste woord uitspreken. Hierin stelde hij dat de rechtszaak een „pure heksenjacht” is. Volgens de PVV-leider heeft hij met zijn uitspraak in 2014 een probleem aan de kaak gesteld en was er geen sprake van discriminatie of haatzaaien. Wilders benadrukte dat hij niet „alle Marokkanen het land uit wil hebben”, maar wel een probleem ziet in de oververtegenwoordiging van Marokkaanse Nederlanders in de criminaliteitsstatistieken en de islam in Nederland.

De bewuste uitspraken deed Wilders in 2014, tijdens een verkiezingsbijeenkomst met PVV-aanhangers in Den Haag. Daar vroeg hij hardop of de zaal meer of minder Marokkanen wilde in Den Haag en Nederland. Nadat het publiek zestien maal ‘minder’ scandeerde, zei Wilders dat te zullen gaan regelen. Volgens het Openbaar Ministerie heeft hij zich schuldig gemaakt aan aanzetten tot haat en discriminatie tegen Marokkaanse Nederlanders en moet hij veroordeeld worden tot een geldboete van 5.000 euro.

Hoger beroep na schuldig te zijn bevonden

In eerste aanleg werd Wilders na twee jaar procesvoering schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, maar vrijgesproken van aanzetten tot haat. Hij kreeg geen straf opgelegd en ging in hoger beroep, waarna het OM hetzelfde deed.

Bij aanvang van het hoger beroep vroeg Wilders om uitstel omdat er volgens hem onderzoek moest worden gedaan naar de toenmalige D66-leider Alexander Pechtold omtrent een uitspraak over Russen. De rechters gingen hier niet in mee, waarop Wilders (net als in eerste aanleg) een wrakingsverzoek indiende. Dit verzoek werd goedgekeurd waarna de rechters vervangen moesten worden en de zaak weer vertraging opliep.