Polynesiërs troffen Colombianen in de Stille Zuidzee

Archeologie Mogelijk waren er al indianen uit Colombia op de eilanden in het zuiden van de Grote Oceaan, nog voor de Polynesiërs er kwamen.

Het balsahouten ‘Inka-schip’ de Kon-Tiki, waarmee Thor Heyerdahl in 1947 op de oceaanstromingen voer van Peru naar de Tuamotuarchipel.
Het balsahouten ‘Inka-schip’ de Kon-Tiki, waarmee Thor Heyerdahl in 1947 op de oceaanstromingen voer van Peru naar de Tuamotuarchipel. Foto World History Archive

Nieuw genetisch onderzoek heeft helderheid gebracht in de overzeese contacten tussen Zuid-Amerika en de eilanden in de Grote Oceaan. Dat er ergens in de afgelopen duizend jaar, vóór de komst van de kolonialiserende Europeanen, al direct contact is geweest tussen deze gebieden, is zo goed als zeker, door de vondst in 2008 van een 650 jaar oud Polynesisch kippenbotje in Zuid-Amerika en al eerder door de vondst van een 900 jaar oude Amerikaanse zoete aardappel op de Cook Eilanden en ook eentje op Hawaï van 700 jaar oud.

Genetici onder leiding van Alexander Ioannidis (Stanford University) hebben nu op basis van het dna van 166 Paaseilanders, van 188 inwoners van andere Zuidzee-eilanden en van bijna honderd indianen uit de Zuid-Amerikaanse westkust vastgesteld dat er rond 1200 waarschijnlijk één genetisch contactmoment is geweest dat nog terug te vinden is in de huidige genomen. Dat schrijven ze deze week in Nature.

Beroemd idee

Het mogelijke contact tussen de indiaanse wereld van Zuid- en Midden-Amerika met de eilanden van de Grote Oceaan is vaak voorgesteld, ook op basis van een mogelijke gelijkenis van kunstuitingen in beide gebieden. Het idee is beroemd geworden door de reis van de Noor Thor Heyerdahl met zijn balsahouten ‘Inka-schip’ de Kon-Tiki, waarmee hij in 1947 op de oceaanstromingen voer van Peru naar de Tuamotuarchipel in Frans Polynesië.

De genetici hebben nu vastgesteld dat op eilanden van de Markiezenarchipel, de Tuamotuarchipel, de Gambiereilanden en Paaseiland inderdaad een duidelijk genetisch signaal is terug te vinden dat is te herleiden tot indianen uit Colombia. Op Paaseiland is ook een Chileens-indiaans signaal terug te vinden, maar dat hangt nauw samen met het Europese genetische signaal in die bevolking.

Kortere stukjes dna

Die genen zijn dus waarschijnlijk met de Chilenen meegekomen die eind 19de eeuw het eiland koloniseerden. Dat vermoeden wordt ook bevestigd door de onderling relatief grote individuele verschillen in hoeveelheid Chileens-indiaans dna en de relatief grote lengte van die dna-stukjes. Dat zijn aanwijzingen voor recente vermenging. De Colombiaans-indiaanse invloed is veel gelijkmatiger en ook aanwezig in kortere stukjes. Eerder leidden deze verschillende indiaanse signalen op Paaseiland tot verwarring en tegenstrijdige onderzoeksresultaten.

Datering op basis van de lengte van de dna-stukken wijst op genetische vermenging ergens rond het jaar 1200, met de Zuid-Markiezeneilanden als oudste datering: circa 1150. Die datering is bijzonder omdat dat óók de periode is dat die eilanden in de grote Polynesische expansie door Polynesiërs in bezit werden genomen. Het is dus niet uitgesloten dat de Polynesische volksverhuizers toen een reeds bestaande indiaanse bevolking op die eilanden aantroffen. Vanuit de Markiezeneilanden zou het indiaanse signaal dan over de andere eilanden zijn verspreid, met Paaseiland als laatste aankomst. Het is mogelijk dat de vermenging in Colombia plaats heeft gevonden en dat de Polynesiërs met indianen of alleen met hun ‘gemengde’ kinderen daarna weer terugkeerden naar Polynesië. Maar dat achten de onderzoekers minder waarschijnlijk.