Brieven

Bestrijd racisme, maar kom niet aan het vrije woord

Open debat Hoe noodzakelijk de strijd voor raciale en sociale rechtvaardigheid ook is – die mag niet leiden tot onverdraagzaamheid en represailles, betogen in een open brief.
Demonstranten in een Black Lives Matter-protest verbranden een Amerikaanse vlag in Washington, afgelopen 4 juli.
Demonstranten in een Black Lives Matter-protest verbranden een Amerikaanse vlag in Washington, afgelopen 4 juli. Foto Leah Millis/ Reuters

Onze culturele instituties beleven een moment van beproeving. Een krachtige roep om raciale en sociale rechtvaardigheid leidt tot de hoognodige eis van hervorming van de politie, samen met een bredere oproep tot meer gelijkheid en integratie in onze hele samenleving, niet in de laatste plaats in het hoger onderwijs, de journalistiek, de liefdadigheid en de kunst. Maar die noodzakelijke herijking leidt ook tot een versterking van een nieuwe reeks morele standpunten en politieke stellingnames, die onze normen van een open debat en tolerantie van verschillen neigen te verzwakken, ten gunste van ideologisch conformisme. Die eerste ontwikkeling juichen wij toe, tegen de tweede willen wij onze stem verheffen. De illiberale of onvrijzinnige krachten winnen overal ter wereld terrein en hebben een machtige bondgenoot in Donald Trump, die een reële bedreiging voor de democratie vormt. Maar het verzet mag niet verharden tot dogma of dwang – iets wat door rechtse demagogen nu al wordt uitgebuit. De democratische integratie die wij willen is alleen te bereiken als we ons uitspreken tegen het onverdraagzame klimaat dat aan alle kanten is ingetreden.

De vrije uitwisseling van informatie en ideeën, de levensader van een liberale samenleving, wordt met de dag verder beknot. Ook al zijn we die censuur gaan verwachten van radicaal-rechts, ze verspreidt zich ook breder in onze cultuur: een onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden, een mode van publieke schandpalen en verkettering, en de neiging complexe beleidskwesties in verblindende morele zekerheid te laten oplossen. Wij eren de waarde van stevige en zelfs vinnige tegenspraak van alle kanten. Maar inmiddels horen we maar al te vaak oproepen tot snelle en strenge vergelding in reactie op vermeend ontoelaatbare uitingen en meningen.

Verontrustender is nog dat leiders van instituties in een panische poging tot schadebeperking overhaast onevenredige straffen opleggen, in plaats van weloverwogen te hervormen. Redacteuren worden ontslagen omdat ze omstreden stukken plaatsen, boeken teruggetrokken wegens vermeende onwaarachtigheid, journalisten mogen niet over bepaalde onderwerpen schrijven, hoogleraren krijgen last omdat ze in hun colleges uit bepaalde romans citeren, een onderzoeker wordt ontslagen na verspreiding van een academische peer reviewed studie en bij organisaties wordt de leiding aan de dijk gezet om iets wat soms alleen maar een onhandige vergissing is.

Als schrijvers hebben wij een cultuur nodig die ons ruimte laat om te experimenteren, risico’s te nemen en zelfs fouten te maken

Wat de argumenten bij elk specifiek incident ook zijn, het gevolg is dat gaandeweg steeds minder kan worden gezegd zonder de dreiging van represailles. We betalen nu al de prijs van een grotere risicomijding onder schrijvers, kunstenaars en journalisten die vrezen voor hun bestaan als ze afwijken van de consensus of zelfs met onvoldoende geestdrift in de pas lopen.

Deze verstikkende atmosfeer zal uiteindelijk het wezen van onze tijd schaden. De beperking van het debat, door een repressieve overheid dan wel een onverdraagzame samenleving, schaadt steevast de mensen die geen macht hebben en beperkt ieders vermogen tot democratische participatie. Slechte ideeën worden bestreden door ze te ontkrachten, te weerspreken en te weerleggen, niet door erover te zwijgen of ze weg te wensen.

Wij nemen afstand van elke valse keuze tussen rechtvaardigheid en vrijheid, die zonder elkaar niet kunnen bestaan. Als schrijvers hebben wij een cultuur nodig die ons ruimte laat om te experimenteren, risico’s te nemen en zelfs fouten te maken. We moeten de mogelijkheid behouden het zonder ernstige professionele gevolgen te goeder trouw oneens te zijn. Als wij niet zelf verdedigen waar ons werk nu juist van afhangt, mogen we niet verwachten dat het publiek of de staat dit wel voor ons verdedigt.