Recensie

Recensie Beeldende kunst

Kleine voorvallen tijdens de lockdown, met een grote poëtische lading

Tentoonstelling Voor TAAK maakte Paulien Oltheten een reeks poëtische korte films over het dagelijks leven tijdens de lockdown. „Er is een zekere theatraliteit in deze scènes, vooral wanneer mensen lijken te besluiten om het spel mee te spelen.”

Still uit Stay Healthy (part 1), 15 video fragmenten, 2020
Still uit Stay Healthy (part 1), 15 video fragmenten, 2020 Foto Paulien Oltheten

Lopend door de straten van de stad, met een kleine videocamera in de hand, observeert Paulien Oltheten (Nijmegen, 1982) het gedrag van mensen in de openbare ruimte en legt hun dagelijkse routines vast. Zoals: fitness doen in het park, lopend lezen, het dragen van een aktetas, het met één voet leunen op een paaltje. Zij heeft een uitgebreid foto- en filmarchief opgebouwd van dergelijke handelingen.

Begin maart benaderde Theo Tegelaers, directeur van TAAK – een collectief dat kunstprojecten in het publieke domein initieert – Oltheten over een bijdrage aan het project In Quarantaine. In Quarantaine vraagt kunstenaars om te reageren op een maatschappij in verandering tijdens de coronapandemie. In deze tijd van angst en onzekerheid, aldus de website van TAAK, kunnen kunstenaars iets betekenen, want „werken vanuit niet-weten en onzekerheid is hen eigen, nieuwe scenario’s verbeelden ook”. Kunstenaars kunnen „voorstellen voor andere manieren van samenleven in praktijk brengen”.

Het is visueel/artistiek en anthropologisch onderzoek ineen.

Oltheten produceerde een reeks korte (1 tot 3 minuten) videofilms, verzameld onder de titel Stay Healthy. Het Nederlands Fotomuseum heropent hiermee de deuren en toont daarnaast nog twee andere films van Oltheten: Meanwhile I’m doing exercise (2017) en Kapitalism (2016). Stay Healthy (ook te zien op de website van TAAK) is gemaakt in Amsterdam, de woonplaats van Oltheten. Zij filmde juist niet de lege straten en pleinen, niet de grote stilte aan het begin van lockdown, maar interacties tussen mensen en hoe zij in de stad leven in tijden van corona. Tijdens het filmen ontstaan vaak gesprekjes tussen Oltheten en de mensen die zij filmt. We horen alleen haar stem, zij blijft buiten beeld.

Zo zien we in Regulars drie mannen en een vrouw op de bank voor Café het Monumentje in de Westerstraat, in de zon, op anderhalve meter afstand van elkaar. De verschoten donkerrode gordijnen van het café zijn dichtgetrokken. De stamgasten zitten er in stilte. „Je moet de gewoonte aanhouden”, zegt een van hen. In Stick fietst een vrouw met een witte nep-bontmuts op het hoofd, versierd met een roze strik, door de stad, zwaaiend met een stok van anderhalve meter, om mensen op afstand te houden: „Het is veel meer dan je denkt hè.” Fitness: in het Vondelpark doet een man van middelbare leeftijd, gekleed in T-shirt en korte broek, oefeningen met een boomstam. Na afloop moet hij de boomstam steeds ergens „verdekt opstellen”, zegt hij, anders belandt het ding op een barbecue.

Droog gevoel voor humor

De precieze cameravoering van Oltheten, haar oog voor absurdistische situaties en een droog gevoel voor humor houden de aandacht gevangen. Er is ook een zekere theatraliteit in deze scènes, vooral wanneer mensen lijken te besluiten om het spel mee te spelen. Zij koestert een voelbare sympathie voor de mensen die ze filmt. Zo bezien past haar werk in een Hollandse traditie van het observeren van kleine dagelijkse voorvallen die een grote poëtische lading kunnen krijgen – denk bijvoorbeeld aan het werk van Ed van der Elsken en Hans Eijkelboom.

Stay Healthy is terug te voeren op een werk van Oltheten uit 2017, La Défense, gefilmd in het gelijknamige Parijse zakendistrict. Aanvankelijk was dit een performance, waarbij ze de filmbeelden live toelichtte. Later heeft ze haar toelichting vastgelegd op film, zodat in combinatie met de filmbeelden van La Défense een tweeluik ontstond. Oltheten hanteerde bij het maken van dit werk een aantal strikte spelregels, zoals: niet meer dan 10 seconden filmen per keer en alleen met een kleine camera. Ze ontdekte hoe La Défense uit een bovenwereld van chique kantoorgebouwen en perfect plaveisel en een onderwereld van metro, verval en armoede bestaat. Misschien dat dit „een metafoor is voor de maatschappij? Bovenop lijkt ’t goed, maar ’t fundament is, eh, ja …” (zucht). Oltheten volgt voorbijgangers maandenlang dagelijks in hun bewegingen van onder- naar bovenwereld, als ze ’s ochtends en masse uit de metro komen, en ’s avonds weer terug gaan. Ze herkent individuele personen, filmt hoe ze hun tas dragen, hoe ze telefoneren. Soms ontstaan gesprekken, die kunnen leiden tot een zangles ergens in de onderwereld of een zondagse lunch bij iemand thuis.

Vreemde stad

Wanneer Oltheten filmt in een vreemde stad begint haar werk met het in kaart brengen ervan. Ze stapt uit de metro wanneer veel mensen met tassen dat doen, laat zich meevoeren op een stroom van gebeurtenissen en vormt zich op een instinctieve manier een beeld van de stad, totdat thema’s en onderwerpen zich aandienen. Een magnifieke uitwerking van deze methode is de film To those that will, ways are not wanting (2019, 33 minuten, nu te zien op de website van het IDFA). Op een split screen worden hier twee werelden aan elkaar gespiegeld: de bevroren rivier de Wolga in de Russische stad Samara en de drooggevallen rivier Zayandeh Rud in het Iraanse Isfahan. Mensen schuifelen over een onafzienbare witte bevroren vlakte naar de overkant, steken de kale, stenige bedding over. Ze doen routineus hun lichaamsoefeningen, op Arabische muziek of door in bikini in een wak in het ijs te springen, ze spelen badminton of gooien met sneeuwballen, kinderen in kinderwagens worden naar de overkant geduwd. De beperking tot een thema en tot steeds terugkerende handelingen maakt het werk overtuigend. Het is visueel/artistiek en antropologisch onderzoek ineen.

De Franse mimespeler Etienne Ducroux (1898-1991) is een belangrijke inspiratiebron voor Oltheten. Decroux richtte de École Internationale de Mime Corporel op, waar hij een onderwijsmethode ontwikkelde voor een dramaturgie van het lichaam die gericht is op – zoals Decroux het noemde – de fundamentele theatraliteit van het menszijn. Zijn doel was om aan de anekdote te ontsnappen en te komen tot universele lichaamsbewegingen, die wezenlijke aspecten van het menselijk drama uitdrukken. Op een lichtvoetige en onnadrukkelijke manier weet Oltheten dit op bepaalde momenten in haar films te bereiken.

En het vaste antwoord op de steeds terugkerende vraag van passanten naar wat ze aan het doen is luidt: „Ik ben een kunstenaar. Ik maak een kunstfilm.”