Opinie

Kleine dingen

Ellen Deckwitz

Afgelopen week was het zes jaar geleden dat mijn grootmoeder, ons licht-dictatoriale familiehoofd, overleed. Aangezien ik een familie heb die verslaafd is aan tradities wordt dat jaarlijks herdacht. Donderdag was het weer zover: iedereen in het zwart, gedicht in de ene hand, fles drank in de andere, samengeklonterd rond het graf, en maar herinneringen ophalen.

Mijn moeder, ceremoniemeester van dienst, had besloten dat iedereen moest vertellen wat ze nou het meest aan oma miste. Dat was lastig, aangezien onze grootmoeder naast fantastisch vooral chronisch chagrijnig was en een licht-sadistische inslag bezat, maar we deden ons best: zo zei mijn zus dat ze het miste hoe oma kon lachen wanneer er op televisie kunstschaatsers onderuitgingen, en mijn broer dat hij het miste hoe ze zich verkneukelde wanneer haar buren ruziemaakten.

„Ik mis haar complotjes”, zei ik toen het mijn beurt was, „ik weet nog wel dat toen ze angina pectoris kreeg, ze van ma alleen nog maar gezond mocht eten, terwijl ze verslaafd was aan de frituur. En dus haalde ik elke zaterdagavond voor ik uitging een bestelling voor haar op bij de cafetaria, die ze dan opvrat, giechelend als een kind.”

Mijn moeder knikte beleefd, en de rest van de fam hield zijn gezicht in de plooi. Terwijl het volgende kleinkind zijn gemis deelde, dacht ik terug aan die stiekeme zaterdagavonden waarop mijn oma en ik kroketten, frikandellen en bergen friet naar binnen werkten. Wat ik eigenlijk had moeten doen, was natuurlijk vragen waarom ze mijn moeder altijd zo graag dwarszat. Of dat nou door de oorlog kwam of dat het toch persoonlijk was. Waarom ze andere familieleden voortrok. Waarom ze hatelijk deed tegen iedereen die ook maar even vriendelijk tegen haar deed.

Maar dat vroeg ik allemaal niet, niet eens uit angst, maar vooral omdat mijn oma, zo lang ik me kan herinneren, altijd een lastig persoon was. Ze deed doorgaans kattig tegen mij en deze frituurdates waren de enige momenten waarop ik me verbonden met haar wist, misschien zelfs even geliefd. Dus zei ik niets en keek toe hoe ze de volgende zak opentrok om leeg te schrokken, ondeugend kraaiend. En ik maar meevreten zodat we gewoon een grootouder en een kleinkind waren die samen iets leuks deden. Zo schransten we en leken we echt even familie, vet druipend van de kinnen, aderen verkalkend, slachtvlees tussen de kiezen.

Ellen Deckwitz vervangt deze week Marcel van Roosmalen op deze plek.