Opinie

Kindvluchtelingen hier helpen, spreekt vanzelf

Clarice Gargard

De Nederlandse regering weigert vijfhonderd alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) uit Griekenland op te nemen. Aan het begin van de coronacrisis namen we de verantwoordelijkheid de meest kwetsbaren onder ons te beschermen. Daar horen deze kinderen toch ook bij. Een meerderheid van de Kamer stemde vorige week tegen het opnemen van de kinderen, die zich in overvolle kampen zonder medische zorg en water bevinden. Het aloude, ‘opvang in de regio’ werd als beter alternatief gepresenteerd.

Althans, dat is het plan van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Migratie, VVD). Die heeft drie tot vijf miljoen euro vrijgemaakt om de opvang in Griekenland te verbeteren, zodat de kinderen niet naar Nederland gehaald hoeven worden.

Daarmee eigenlijk zeggend dat kinderen in nood wél hulp verdienen, maar dat ze die niet in onze achtertuin kunnen krijgen.

Mensenrechtenorganisaties zien het plan van de overheid als een halfbakken oplossing. Zij zijn al jaren bezig om het overbelaste systeem in Griekenland te hervormen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Niet voor niets kiezen andere lidstaten ervoor om én kinderen op te vangen én structurele steun te bieden. Voor echte en structurele verandering is er vaak nou eenmaal geen makkelijke oplossing.

In maart koos Nederland ook de makkelijkste weg met het besluit asielzoekers niet meer toe te laten in de opvang, vanwege de coronacrisis, daarmee hun rechten schendend. Als ze niet binnengelaten worden, hoef je ze natuurlijk ook geen zorg te verlenen.

Vorig jaar deed de overheid tevens een experiment met ongedocumenteerde vluchtelingen. Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer blijkt dat daar geen duurzame oplossingen uit kwamen. Het resultaat was vooral dat ze mensen naar het eigen land stuurde, of weer de illegaliteit injoeg.

Maar nu klinkt er een sterke roep uit de samenleving om de vluchtelingenkinderen in ieder geval wel op te nemen. Zo is er intern en externe kritiek op partijen als CDA en D66. Ook laten meer dan 150 Nederlandse gemeenten weten bereid te zijn de kinderen te verwelkomen. Daarnaast pleitten twaalf voormalige Nederlandse onderduikkinderen – waaronder journalist Hanneke Groenteman, socioloog Abram de Swaan en schrijfster en kunstenaar Chaja Polak – in een brief voor opvang. Zij zeggen zich te herkennen in de kinderen, omdat wildvreemden hen ook ooit onderdak boden.

Herkenbaar. Ik heb misschien niet tijdens de Tweede Wereldoorlog hoeven onderduiken, maar ik weet wel hoe het is om voor geweld te moeten vluchten. Officieel was ik een alleenstaande minderjarige vreemdeling toen ik met mijn oudste zus in Nederland arriveerde en hier een nieuw thuis vond.

Een thuis waar ik soms kritiek op heb, maar wat voor mij enkel op verwantschap duidt. Je wil tenslotte alleen iets beter maken als je er echt om geeft en het onderdeel van jou is geworden.

Keuzes maken binnen het vluchtelingendebat is natuurlijk niet simpel, maar in dit geval spreekt het wat mij betreft voor zich. Tijdens de coronacrisis werd het onrecht in de samenleving voor velen steeds zichtbaarder. We kunnen niet meer terug naar hoe het normaal was, was de stellingname. Dat werkte simpelweg niet voor iedereen.

Dat principe wordt nu op de proef gesteld. Als Nederland al niet bereid is vijfhonderd onschuldige kinderen in nood te helpen, zonder dat het al te veel kost. Dan gaan we niet naar een betere post-coronasamenleving. Maar vrees ik dat het eigenlijk gewoon weer business as usual is.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.