Opinie

Een beschaafd land koestert zijn multinationals

Aylin Bilic

Een paar weken geleden nam Unilever een dramatisch besluit. En sinds afgelopen weekend waarschuwt Shell voor hetzelfde. De twee grootste Nederlandse multinationals willen hun hoofdkantoor verplaatsen van Nederland naar Londen. Het officiële argument luidt dat een dubbel hoofdkantoor (Unilever) of een dubbele aandelenstructuur (A- en B-aandelen Shell) ingewikkeld is en de bedrijven log maakt. Officieus weet iedereen: de Nederlandse dividendbelasting heeft de doorslag gegeven. Of beter gezegd: het niet-afschaffen ervan. Het Verenigd Koninkrijk kent geen dividendbelasting.

Bedrijven als AkzoNobel en Shell pleiten al vijftien jaar voor afschaffing van de dividendbelasting. Ook toenmalig staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (CDA) sprak zich al in 2006 uit voor geleidelijke afschaffing en stemde zijn belastingplan daarop af.

Als afschaffing van dividendbelasting in het belang van Nederland is, is het de vraag waarom het de kabinetten -Balkenende en -Rutte niet gelukt is om draagvlak voor afschaffing te organiseren. Als ik naar mijn vrienden luister, dan snap ik wel waarom.

„Mensen die bij multinationals werken, zijn alleen maar geïnteresseerd in geld verdienen”, zei een arts vorige week op mijn verjaardagsborrel. „Materialistische geldwolven zijn het”, vulde een ander aan, werkzaam bij een charitatieve stichting. „Ze geven niets om maatschappij, moeder natuur of medemens en begrijpen niets van kunst en cultuur. Zulke mensen wil je niet eens kennen.” Mijn vriendin die bij Unilever werkt, hoorde het gelukkig niet.

Ik zie het overal om me heen. De laatdunkendheid over het bedrijfsleven. Het morele superioriteitsgevoel van mensen in de cultuursector, onderwijs en in de media. Veel politieke partijen poken dat gevoel graag op. Bij de vorige verkiezingen was het aanpakken van multinationals onderdeel van de campagnes bij zowel SP, PvdA als GroenLinks.

Dat wij in dit land een uitstekende zorg hebben die voor iedereen toegankelijk is, uitkeringen kunnen verstrekken aan mensen die niet kunnen werken, huizen bouwen voor mensen die ze niet kunnen betalen (sociale woningbouw), een onderwijssysteem hebben dat tot de beste ter wereld behoort en musea hebben waarvoor mensen uit de hele wereld naar Amsterdam afreizen: dat is vooral te danken aan de mensen in het bedrijfsleven op wie velen zo neerkijken.

Die ’s morgens om zeven uur in de file duiken vanuit een Utrechtse vinexwijk om zich een dag lang af te beulen en 52 procent belasting te betalen. Het is te danken aan die multinationals (of hun tienduizenden toeleveranciers) die hun hoofdkantoren in Nederland hebben, waar tienduizenden de schatkist vullende goedopgeleide mensen kunnen werken.

Mensen uit het bedrijfsleven zitten bovendien in de avonduren in schoolbesturen, doen net als anderen aan mantelzorg wanneer hun ouders hulpbehoevend worden, schenken geld aan kerk, ontwikkelingsorganisaties of Vluchtelingenwerk. Ze sturen hun kinderen naar pianoles, schildercursus of het knutselatelier, waardoor duizenden creatieve docenten hun brood kunnen verdienen.

Leven in een beschaafd land als Nederland, met zorg, kunst en cultuur en een sociaal vangnet van het hoogste niveau, dat is alleen maar mogelijk dankzij het bedrijfsleven en al die multinationals. Daar zouden we met zijn allen wel eens dankbaar voor mogen zijn.

Maar de realiteit is dat het Haagse Mauritshuis Shell niet langer als sponsor wil. Dat een middelbare scholier in de omgeving van Utrecht nul op het rekest kreeg toen hij Marjan van Loon (president-directeur van Shell Nederland) had weten te regelen voor een gastles over energie. Want Shell zit nog in olie, en olie is slecht, ook al rijden of vliegen we daar zelf geen kilometer minder om. Dat Shell ondertussen voor miljarden euro’s in de energietransitie investeert, serieus bezig is met een transitie van fossiele naar hernieuwbare energie, de klimaatdoelstellingen voor de toekomst onderschrijft, vergeten we voor het gemak.

Misschien wel het meest kenmerkende verhaal hoorde ik twee weken geleden op radiozender BNR. Een moeder die zich aanmeldde voor het bestuur van de hockeyclub van haar kind, werd geweigerd. De reden, u raadt het al: ze werkte bij Shell.

Ik ben een pragmatische idealist. Zero waste, recycling, waterstof, ik ben er hartstikke voor. Net als uitstekend gratis onderwijs en zorg voor iedereen. En subsidies voor Concertgebouw en Kwaku Festival. En juist daarom houd ik zo ontzettend van hoofdkantoren, de Zuidas, bovenmodale inkomens en desnoods, van afschaffing van de dividendbelasting. Om ons land mooier, duurzamer, gezonder en socialer te maken.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.